Schoolidentiteit voortaan onderdeel marketingmix

Vandaag voert minister Ritzen met de onderwijsorganisaties een gesprek over de opvoedende taak van de school. Daarover wordt tegenwoordig zeer divers gedacht.

Toen leraar handvaardigheid A. van der Heijden bladzijde 31 van "Techniek & Samenleving - een waardenoriëntatie' opsloeg, kreeg hij het even benauwd. Tot op dat moment was het boek hem niet tegengevallen. De leerlingen zouden stap voor stap kennismaken met de verworvenheden van de techniek, met het begrip invalshoek en met het verband tussen beide. Het zou vast geen kwaad kunnen hun het verschil tussen een ecologische, een economische en een sociale invalshoek uit te leggen. Maar was het nu echt nodig om aan het einde van het boek nog te vragen of ""de prestaties van de techniek maken dat geloven in God flauwekul is geworden''? Ging dat niet wat te ver?

Het katholieke Han Fortmanncollege in Heerhugowaard waar Van der Heijden lesgeeft heeft dit jaar geëxperimenteerd met een "praktische invulling' van haar opvoedende taak, een onderwerp dat steeds meer in de belangstelling komt. Nadat minister Ritzen bij zijn aantreden in 1989 aandacht voor de "pedagogische opdracht van het onderwijs' had gevraagd, heeft elke zichzelf respecterende onderwijsorganisatie wel met een notitie, een lespakket of een congres van zich laten horen. "Techniek & Samenleving - een waardenoriëntatie' is afkomstig van het Katholiek Pedagogisch Centrum, met het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum en het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum een van de drie pedagogische centra voor het onderwijs. Zelf is de minister in diverse interviews en in de onderwijsbegroting voor 1992 nog op zijn oproep teruggekomen. Vorige week stuurde hij een brief aan de Tweede Kamer waarin hij schrijft dat niet alleen rekenen en taal, maar ook respect, rechtvaardigheid, eerlijkheid, verantwoordelijkheidsbesef en gemeenschapszin weer een plaatsje op het lesrooster zouden moeten krijgen. Vandaag praat hij met de onderwijsorganisaties over een mogelijk "actieprogramma'.

Van der Heijden kent de brief niet, anders had hij er waarschijnlijk zijn schouders over opgehaald. Een beetje leraar is de hele dag aan het opvoeden, dat hoort er gewoon bij als je lesgeeft. Het hele systeem is zo opgezet dat leerlingen leren om naar anderen te luisteren en te doen wat er van hen wordt gevraagd. De drie lessen waaruit "Techniek & Samenleving - een waardenoriëntatie' bestaat, waren voor Van der Heijdens school in de eerste plaats een voorbereiding op het vak techniek, met informatiekunde en verzorging een van de nieuwe vakken van de basisvorming.

Daarmee is het Han Fortmanncollege geen uitzondering onder de scholen in Nederland, of ze nu christelijk zijn of niet. De meeste scholen vinden dat ze meer dan genoeg aan de overdracht van waarden en normen doen. Orde, rust en regelmaat, strenge doch rechtvaardige regels, samenwerken en prestaties leveren: het staat allemaal borg voor een gedegen voorbereiding op de eisen van de samenleving. Bovendien, welke leraar praat niet zo nu en dan met zijn leerlingen over het milieu, de Derde wereld of de emancipatie van de vrouw?

Minister Ritzen noemt het de "morele terughoudendheid' van het onderwijs en ook op het Katholiek Pedagogisch Centrum is men zich bewust dat scholen niet zitten te springen om extra werk. In een notitie die dit najaar zal verschijnen heet het dat het onderwijs natuurlijk al veel aan opvoeding doet, maar dat het er nu om gaat dit ""een structureel en manifest onderdeel te laten zijn van de onderwijspraktijk''. Want dat ""leidt tot een groter rendement van acties op het terrein van waarden en normen'' en ""vergroot de kwaliteit van het onderwijs''.

Het Katholiek Pedagogisch Centrum en in zijn kielzog de rest van het christelijke deel van de verzorgingsstructuur van het onderwijs, heeft het tij mee. Wanneer in 1993 de basisvorming van start gaat zal deze naast het gewone onderwijs ook een "identiteitsgebonden invulling' mogen hebben. De katholieke en de protestants-christelijke koepel hebben daarvoor van het ministerie elk zes ton gekregen. Inclusief het geld van een sponsor die onbekend wenst te blijven, beschikt het Katholiek Pedagogisch Centrum nu over een budget van 1,2 miljoen gulden voor de ontwikkeling van "aanvullende kerndoelen' voor de basisvorming. Katholieke wiskunde, het begrip dat tot nu toe altijd werd aangehaald om te laten zien dat christelijk onderwijs in feite onmogelijk is, bestáát vanaf volgend jaar. Misschien dat ook gymnastiek en muziek nog een "waardenoriëntatie' krijgen.

Volgens directeur G. Janssen van het Katholiek Pedagogisch Centrum ""moeten scholen zich steeds meer profileren'' en is ""expliciete aandacht voor waarden en normen een goede manier om dat te doen''. Daarbij hoeft het niet noodzakelijkerwijs om katholieke waarden en normen te gaan: ""dat is eigenlijk een andere insteek''. Op die ene vraag op bladzijde 31 na is "Techniek & Samenleving - een waardenoriëntatie' ook bruikbaar op niet-christelijke scholen. Het lespakket is bedoeld om van leerlingen kritische consumenten te maken. Niet voor niets is gekozen voor het woord "waardenoriëntatie' in plaats van het dogmatischer "waardenoverdracht'.

Eigentijdse invulling

Het Katholiek Pedagogisch Centrum staat niet alleen in zijn soms wat moeizame poging het christelijke met het algemene te verenigen. Op veel christelijke scholen zitten leerlingen van wie de ouders hooguit "iets' met het geloof hebben, en ook de leraren zijn niet allemaal even bijbelvast meer. In februari van dit jaar stuurde de Besturenraad voor het Protestants-Christelijk Onderwijs aan alle aangesloten scholen de brochure "Niet bij kennis alleen'. Daarin werd gepleit voor een "eigentijdse invulling' van het begrip protestants-christelijke school, die geen anonieme leerfabriek zou moeten zijn, alleen "persoonlijk betrokken' leraren zou moeten aantrekken en meer dan andere scholen aandacht zou moeten hebben voor zwakke leerlingen. Net als Janssen wijst de brochure op het belang van profilering: ""Een keuze voor een beeld van de school waarin ruimte is voor de articulatie van de eigen overtuiging biedt ook in de richting van ouders met een andere culturele en/of religieuze achtergrond duidelijkheid en heeft als zodanig zelfs werfkracht.''

Het is niet helemaal onwaarschijnlijk dat het appèl van minister Ritzen ook om die reden bij de christelijke onderwijsorganisaties in vruchtbare aarde is gevallen. Een hernieuwde nadruk op waarden en normen past in het tijdsbeeld, sluit aan bij de traditie van het christelijk onderwijs en is al met al een goed wapen in de concurrentiestrijd tussen scholen. Want het christelijk onderwijs mag dan floreren, met vernieuwingsscholen als Montessori en Jenaplan gaat het nog beter.

Toegevoegde waarde

In ieder geval worden marketing-termen op dit gebied steeds minder geschuwd. Tijdens een vorige week vrijdag door de Hogeschool Holland in Diemen (zelf het resultaat van een fusie tussen katholieke en protestants-christelijke scholen) georganiseerd symposium over "schoolidentiteit' zei de directeur van een christelijke HEAO dat ""de levensbeschouwelijke identiteit van een school onderdeel is van de marketingmix'' en dat zij ""als toegevoegde waarde van de school moet worden gepositioneerd''. Volgens een andere spreker moest de overdracht van waarden en normen worden "geprofessionaliseerd', ""weggehaald uit de sfeer van intuïtief en amateuristisch idealisme''.

Eigenlijk vinden alle betrokkenen in het christelijk onderwijs dat bij ""het gedurfde initiatief van de minister'' (Janssen) nog heel wat komt kijken. Is het niet een "christelijk referentiekader', dan is het wel een "praktische invulling' of "randvoorwaarden in de vorm van meer middelen'. Het Katholiek Pedagogisch Centrum gaat ook materiaal voor een "waardenoriëntatie' op de basisschool aanbieden. Volgend schooljaar zullen er toelichtende conferenties voor schoolleiders en leraren worden georganiseerd.

Wie weet gaat Van der Heijden er naar toe. "Techniek & Samenleving - een waardenoriëntatie' is hem bij nader inzien goed bevallen. De leerlingen leerden stelling te nemen waardoor de klas, en dat was heel interessant om te zien, uiteenviel in een ecologisch en een economisch kamp. Natuurlijk zakt het allemaal snel weer weg, maar ""ze hebben er tenminste even aan geroken''. En indoctrinerend was het gelukkig niet.