Rottenberg: kloof tussen kunstwereld en d'Ancona moet weer dicht

AMSTERDAM, 25 JUNI. PvdA-voorzitter Felix Rottenberg wil zich gaan inzetten voor een verbetering van de verstandhouding tussen de kunstwereld en de politiek, na de vertrouwensbreuk die is ontstaan tijdens de felle discussie van de laatste maanden over het Kunstenplan van PvdA-minister d'Ancona.

Rottenberg, die op sommige punten zelf ook genuanceerde kritiek heeft op het nieuwe kunstbeleid van zijn partijgenote, wil daartoe onder andere gaan overleggen met de beweging Kunsten '92, een organisatie van meer dan 140 kunstinstellingen die inmiddels heeft besloten zich om te vormen tot een permanente vereniging ter verdediging van de belangen van de kunstwereld. Rottenberg: “Ik ben niet erg gelukkig met de verwijdering die is ontstaan tussen kunstenaars, kunstinstellingen en minister. Maar ik denk dat die wel weer is te overbruggen.”

Na afloop van het Tweede Kamerdebat over de kunsten vorige week maandag zei PvdA-minister d'Ancona in de Volkskrant dat de uitkomst - een algemene inkomenseis van 15 procent, een korting van 2,5 procent op de subsidies en een onderzoek naar meer eigen inkomsten - een groot succes was.

Rottenberg: “Ik kan me dat vanuit haar positie wel voorstellen. Er is te weinig begrip voor het feit dat het geld dat de rijksoverheid besteedt aan kunst en cultuur wel ontzettend weinig is, maar dat het ook een van de weinige posten is waarop niet wordt bezuinigd. Dat is voor deze minister een enorm gevecht geweest. Uitgaven voor jeugdwerk, hulpverlening, uitkeringen, kinderbescherming, sommige nog veel gevoeliger dan de kunsten, worden niet ontzien. Ze voelt in de nek de hete adem van de beroemde "Subsidiebijbel', van het ministerie van financiën, waarin het marktprincipe helemaal is doorgeschoten. Ze staat dus de kunsten te beschermen in een andere wereld.

“Voor de wereld van de kunst - en ik sta zelf als oud-directeur van De Balie in Amsterdam een beetje tussen de minister en de kunst in - is het natuurlijk geen succes. Het gaat mij nog niet eens zozeer om die korting van de subsidies met 2,5 procent. Daarvan hoeft niemand wakker te liggen, dat is wel op te vangen en de afgelopen jaren is bij tal van andere sociaal-culturele instellingen wel meer bezuinigd. Maar wat geen succes was, is de ontsporing in het debat naar aanleiding van de nota Investeren in cultuur. De indruk is ontstaan dat kunstinstellingen er maar een beetje met de pet naar gooien bij het verwerven van eigen inkomsten. Dat moet van tafel want dat is niet juist.”

Daar heeft toch de minister zelf flink aan bijgedragen.

“Zij heeft op grond van een aantal waarnemingen - en sommige, zoals de teruglopende belangstelling voor het toneel, zijn waarheden als koeien - kanttekeningen geplaatst. Soms waren die goed, soms iets te scherp, soms gewoon veel te scherp. Maar de kunstwereld moet daar ook tegen kunnen. Het was met succes weerlegbaar en dat is ook gebeurd.”

De voorgestelde korting met 12,5 procent op de eigen inkomsten is door vrijwel de gehele Tweede Kamer verworpen, op voorstel van PvdA en CDA. De regeringspartijen toonden daarin een zelden geziene eensgezindheid.

“Het is opvallend dat er op het gebied van de kunst een enorme consensus ontstaat. Ook de VVD pleit nu voor een verhoging van het kunstenbudget en dat is gunstig. In een aantal gevallen is het streven van de minister naar een breder publiek niet te combineren met een verhoging van de toegangsprijzen. Kunst is vaak onrendabel, dat moet ook zo blijven. Kunst behoeft structureel overheidssteun. We willen niet naar een Amerikaans systeem waar de kunst zó afhankelijk is van sponsoring dat allerlei dingen niet gebeuren. Prijsverschillen mogen van mij, het is geen probleem dat er rangen zijn bij de opera. Maar het zijn niet alleen de mensen met de hogere inkomens die naar de opera gaan. Dan zul je toch moeten stimuleren dat verpleegsters en onderwijzers daarnaartoe kunnen blijven gaan, juist om tegenwicht te bieden tegen de sterkere commerciële cultuur.”

De minister vindt dat het profijtbeginsel een goed socialistisch principe is.

“Dat was een kanttekening na het debat en niet de rode draad in haar betoog. Het profijtbeginsel speelde twintig jaar geleden een rol, toen DS '70 opkwam en zei: de burger moet meebetalen aan zijn eigen genot. De ouderwetse opvatting van de sociaal-democratie - naar mijn mening nog steeds van toepassing - is dat kunst en cultuur basisvoorzieningen zijn die we zo laagdrempelig moeten organiseren als mogelijk is. Het profijtbeginsel is daar niet van toepassing.”

Die extreme druk van het marktdenken is wel afkomstig van het ministerie van financiën, dus van PvdA-minister Kok.

“De "Subsidiebijbel' is niet de ideologie van Wim Kok en ook niet van de PvdA. Het is een technocratische inventarisatie wat je aan subsidies kunt schrappen om het overheidstekort te saneren. Maar je kunt evengoed een pleidooi houden voor versterking van kunst en cultuur. Ik denk dat in het komende decennium moet worden gekozen voor een sobere economie, vanwege het milieuprobleem. Maar een aantal basisvoorzieningen moeten op tenminste het huidige niveau in stand blijven en kunst en cultuur behoort tot de essentie daarvan.”

Dus als Kunsten '92 binnenkort bij de PvdA komt pleiten voor een hogere kunstbegroting, kloppen ze aan de goede deur?

“Er zijn meer kwesties die belangrijk zijn, zoals de toegankelijkheid van de gezondheidszorg en het openbaar vervoer. Maar de toegankelijkheid van de kunsten is essentieel. Ik ben ervan overtuigd dat daarvoor in de PvdA grote belangstelling bestaat. Het is niet zinvol om nu iets te zeggen in welke mate dat het geval zal zijn. Maar ik ben er zeker van dat we daarin een koploper zullen zijn, zeker als dat verbonden wordt met de hele sector van cultuur en onderwijs. Daarop kan niet langer worden bezuinigd, daarin moet extra worden geïnvesteerd.”

Toch is er nu dat beeld dat minister d'Ancona op alles beknibbelt en financiële barrières opwerpt voor het publiek.

“Haar probleem is dat ze minister is in een coalitiekabinet en verschillende belangen moet dienen. De regionale orkesten zijn al jarenlang een probleem, waarbij de tegenstellingen alleen maar zijn toegenomen. Ze heeft nu gekozen voor een compromis en daarbij is ook een soort WVC-retoriek toegepast. Wat dat betreft moet de kunstwereld als geen ander in staat zijn om met een knipoog onder het theaterlicht door te kijken naar de mechanismen van de bureaucratie en de politiek, die de weerbaarheid van de kunstensector op de proef stellen. Dat is niet zo slecht, want het heeft lang geduurd voor de kunstwereld zich wat sterker ging organiseren. Dat was de zwakte van die wereld van individualisten en kleine zelfstandigen.”

Niettemin verweet het PvdA-kamerlid Niessen de kunstwereld met haar eisen voor 40 miljoen extra een politiek ontactische opstelling.

“De kunstwereld moet politiek gezien heel naïef blijven, in tegenstelling tot de organisaties van wegenbouw of landbouw, die meebesturen. Maar dat wil niet zeggen dat de kunstwereld niet kan calculeren, want juist daar is de afgelopen jaren met ongelooflijk weinig geld verschrikkelijk veel gebeurd. Ik heb er geen enkel bezwaar tegen - daar denken we dan binnen de PvdA dan wat verschillend over - dat men met een pleidooi komt dat er meer geld bij moet. Als dat het maar geen kreten zijn en de voorstellen goed zijn onderbouwd, is dat absoluut zinvol.

“De kunstwereld moet de rug rechten en zich ervan bewust zijn dat op onverwachte momenten harde vragen worden gesteld over de legitimiteit van subsidies en bijdragen aan soms onrendabele produkties. Ik denk dat het bedrijfsmatig, organisatorisch en efficiënt denken de laatste tien jaar in de kunst al gigantisch is toegenomen. De kunstinstellingen moeten aannemelijk maken dat ze het meest maximale hebben gedaan en dat bepaalde tekorten gewoon structureel gesubsidieerd moeten worden.

“Ik vind dat het geen enkel probleem is om dat te verdedigen, integendeel. Zoals het onderwijs in hoofdzaak structureel door de overheid wordt gefinancierd, is dat ook het geval bij kunst en cultuur. Daar willen we als PvdA ook dwars tegen de markt ingaan. En de kunst is er ook voor om die marktrituelen te bestrijden en door te prikken. Wat dat betreft is de recente mobilisatie van het denken niet ongunstig is geweest en is het nu weer tijd voor de nuances.”