Panische ouders

The Hero (Hjälten). Regie: Agneta Fagerström Olsson. Met: Lena Carlsson, Helge Jordal, Birgitta Ahlgren, Ulf Friberg. In: Amsterdam, Kriterion.

Ten onrechte is de aanvoer van recente Scandinavische speelfilms zeer beperkt geworden. Die enkele Deense jeugdfilm, Finse road movie van Aki Kaurismäki of op een scenario van Ingmar Bergman gebaseerde coproduktie vormen slechts het topje van een ijsberg van vaak heel behoorlijk werk, gekenmerkt door ambachtelijke degelijkheid en een sombere, rigide visie op de wereld.

Van het vorige week in Kriterion gehouden Meidenfestival blijft een film in roulatie, het Zweedse The Hero (Hjälten). De naam van de regisseur, Agneta Fagerström Olsson, betekent internationaal weinig of niets, maar de produktie uit 1990 is zeker al haar vijfde werkstuk.

Films over volwassen worden in een provincieplaats in 1965 zijn op zichzelf genomen niet zo uitzonderlijk. Dit keer wordt het decor gevormd door een plaats aan de kust, waar nieuwe rijken zijn neergestreken. De vader van de 17-jarige Rita (Lena Carlsson) doet zaken met Duitsland en is veel op reis. Toch is hij het grote voorbeeld van het meisje, dat is voorbestemd om later ook dinner parties te organiseren voor haar echtgenoot. Maar op een zomeravondfeestje staan Rita en haar uit een iets minder welgesteld gezin afkomstige vriendin Margit ineens met verbijstering te kijken naar het door alcohol geïnspireerde gedrag van hun gedoodverfde verloofdes: de brallerige agressie heeft geen enkele relatie meer met hun realiteit. Des te meer sluit deze nachtmerrie aan bij de troosteloze barbecues van hun ouders, met whisky besproeide maskerades van een leeg bestaan.

Dan komt de ridder op zijn witte paard, in dit geval een afgetrapte Volkswagenbus van de wasserij. De rebelse Jimmi (Ulf Friberg) ontstelt de bezoekers van de tennisbaan met de knalharde rockmuziek die uit het vehikel opstijgt. Rita stapt in en veroorzaakt door deze mesalliance een kloof met haar ouders die niet meer gedicht kan worden, en die bovendien dramatisch afloopt.

De titel van The Hero kan zowel van toepassing verklaard worden op de van zijn voetstuk gevallen vader, als op de nieuwe kampioen van het puberale dwepen. Meer dan als het verslag van een uit de bocht gevlogen afwikkeling van een oedipuscomplex, dient Fagerströms film begrepen te worden als een sociaal commentaar op de snelle teloorgang van bourgeoiswaarden, in een naar oppervlakkige en spectaculaire veranderingen neigend tijdsgewricht. Die tragisch eindigende revolutie wordt uitsluitend op emotioneel niveau uitgediept, in de wanhopig naar echte (en dus meer dan levensgrote) gevoelens smachtende vrouwelijke hoofdpersoon. Hoe en waarom dit moet resulteren in de lijfelijke ondergang van haar vader blijft voor de toeschouwer een raadsel. Of moeten we zijn dood slechts duiden als een metafoor, waarvan de bedenkster de schuld krijgt?

Fraai zijn de ingehouden vormgegeven, pregnante tafereeltjes waarin het dunne beschavingsvernis van de naoorlogse welvaartsgeneratie al door een langharig kapsel of een popsong vermorzeld kan worden. Een vader kon in 1965 in razende paniek gebracht worden door het opzetten van een plaat van The Kinks of Boudewijn de Groot. Maar The Hero komt niet verder dan het subjectief registreren van de resulterende chaos, zonder een andere conclusie aan te dragen dan dat het leven nu eenmaal een tranendal vormt. Met de universele slag tussen de generaties en geldingsdrang van 17-jarige meisjes (en jongens) heeft de film, geloof ik, weinig te maken.