Olympische Spelen zeker 3000 jaar oud

Zomer 1992, de XXVe Olympische Spelen staan voor de deur. Terwijl de media alleen het woord Barcelona lijken kennen, wordt in Griekenland nog altijd gegraven naar op de plaats waar het allemaal begon: Olympia.

Het boemeltreintje over het westelijk deel van de Peloponnesos rijdt niet verder dan Olympia. Dit is het eindpunt. Wie hier uitstapt merkt al gauw dat het moderne Olympia uit niet veel meer bestaat dan een paar straten die geheel zijn ingesteld op het toerisme: er zijn zelfs Nederlandse tijdschriften te koop.

Aan het eind van de hoofdstraat heeft men uitzicht op een terrein vol ruïnes. Idyllisch verscholen in een dal waar twee rivieren samenvloeien, de Alpheios en de Kladeos. In deze contreien kent men nog hun verhaal. Alpheios was een heldhaftig jager, wiens liefde niet werd beantwoord door een knappe jageres. Bij wijze van straf veranderden de goden haar in een rivier. En hij had haar, wanhopig als hij was, daarna in deze metamorfose gevolgd.

Op dit terrein streed men eens om een lauwertak en onsterfelijke roem. Totdat in 393 na Chr. de Romeinse christenkeizer Theodosius I de Olympische Spelen als een heidense traditie verbood. Zware aardbevingen in de zesde eeuw maakten de plek vervolgens tot een ruïneveld. De rivieren Alpheios en Kladeos deden de rest: keer op keer overstroomde de vlakte met massa's zand en modder. Olympia was eeuwenlang vergeten.

Opgravingen

Na enkele oudheidkundige expedities die meer weg hadden van plundertochten, vonden er vanaf 1875 systematische opgravingen plaats. Grote resultaten zijn er inmiddels geboekt.

Het beeld van het oude Olympia wordt steeds completer: in het centrum stonden de tempels voor Zeus, Hera en Pelops. Daaromheen bevonden zich de gebouwen en terreinen voor de Spelen, zoals het stadion, de worstelperken en het gymnasion (de oefenschool). Verder was er het grondgebied met de schathuizen, waar de geschenken voor de goden werden verzameld. Vlakbij stond het Leonidaion, een hotelgebouw voor voorname gasten, opgericht door de rijke Griek Leonidas van Naxos. De atleten en toeschouwers kampeerden in het omringende Alpheiosdal.

Vandaag de dag wordt er nog altijd op deze legendarische plek gegraven door het Duits Archeologisch Instituut.

Zijn verdere opgravingen nog zinvol nu de belangrijkste gebouwen boven "water' zijn gekomen? Dit vroegen in 1985 ook de archeologen zich af, bij de planning van een nieuwe meerjarige opgravingscampagne. Besloten werd dat het team zich zou richten op de vroegste geschiedenis van het heiligdom.

776 voor Christus

Traditioneel laat men de Spelen beginnen in 776 v.Chr., omdat vanaf dat jaar de namen van de overwinnaars bekend zijn. Deze ouderdom wordt bevestigd door talloze vondsten in de Geometrische Stijl. Hiertoe behoren veel bronzen beeldjes die als votiefgeschenken aan de goden waren gericht, als tegenprestatie voor de vervulling van een wens. Bovendien onderstreept de gevarieerde geografische herkomst van deze stukken de "internationale' betekenis die Olympia al in de 8e eeuw v.Chr. gehad schijnt te hebben.

Maar er zijn aanwijzingen dat de Spelen en de godencultus - die hand in hand gaan - nog veel ouder zijn. Hoe oud? En waar lag dat vroege cultuscentrum? Behalve enkele losse vondsten, zoals aardewerkscherven, had men nog niet eerder een duidelijke opeenvolging van lagen (stratigrafie) of bouwresten uit Olympia's vroegste periode aangetroffen. Om deze lacune in de kennis weg te werken moest de schop wel de grond in - geschreven bronnen uit deze periode bestonden immers nog niet.

Zo besloten de archeologen onder het Prytaneion, het raadsgebouw uit de late 6e eeuw v.Chr., op zoek te gaan naar oudere resten. Het resultaat leek aanvankelijk teleurstellend: slechts dikke pakketten zand en grind, zonder noemenswaardige vondsten. Het bleek de voormalige bedding van de rivier Kladeos te zijn, die tot in de 7e eeuw v.Chr. vlak langs de voet van de Kronosheuvel stroomde. Mogelijk had de rivier enkele oudere resten weggespoeld. De enige opmerkelijke vondst was het restant van een prehistorische brugpijler.

Boven de opgevulde rivierbedding onderscheidden de archeologen enkele dunne, platgetrapte loopniveaus met de resten van antieke "barbecues'; het was een kook- en kampeerplaats voor bezoekers van de Spelen. Ook enkele waterputten, die de feestgangers van drinkwater moesten voorzien, wijzen in die richting. De plek was in gebruik tot de bouw van het Prytaneion in de 6e eeuw v.Chr.

Sinds 1987 concentreren de onderzoekers zich op het centrum van Olympia, het Pelopion. Op dit terrein werd Pelops vereerd, de held aan wie de Peloponnesos zijn naam te danken heeft. Pelops versloeg de inheemse koning Oinomaos bij het wagenrennen, zo wil het verhaal. Daarmee won hij niet alleen de hand van de koningsdochter, maar ook de heerschappij over de streek rond Olympia. De wedstrijden die bij de dood van de overwonnen koning werden georganiseerd - de "lijkspelen' - worden wel gezien als de oorsprong van de Olympische Spelen. Later ging ook het grafmonument van Pelops, het Pelopion, een belangrijke rol spelen bij de cultus rond de sportwedstrijden.

Opgravingen in het Pelopion bevestigden dat er een tumulus (heuveltje) lag, omringd door een kring van stenen. Ook vond men enkele botresten in grote aardewerken voorraadvaten - een prehistorische wijze van begraven. De meegegeven grafgeschenken wijzen er op dat de eronder gelegen tumulus ouder moet zijn dan 2000 v.Chr.

Daarnaast legde men enkele hoefijzervormige plattegronden van prehistorische huizen bloot. Op grond van het aardewerk daarin zijn ook deze in het derde millennium voor Chr. te dateren. Mogelijk hebben deze huizen iets met het vroege Pelops-heiligdom van doen, aldus de opgravers.

In het moderne Olympia heeft de tijd inmiddels niet stilgestaan. Wie tegenwoordig het opgravingsterrein wil verlaten, wordt stellig aangehouden door een rimpelige Griek. Of je voor heel veel drachmes op een suf ezeltje wil poseren? Even verderop is ook het stalletje met versgeperst sinaasappelsap onvermijdelijk. Vooral de mededeling ernaast trekt de aandacht: ""Drink reiziger. Ook de Olympische goden dronken hiervan, en zij werden onsterfelijk...''