Oeso: herstel economie in Westen komt goed op gang

PARIJS, 25 JUNI. Het economisch herstel in het Westen viel tot dusver tegen, maar komt nu wel degelijk op gang. Nadat de Amerikaanse economie het eerste halfjaar met 1,7 procent groeide, wordt voor het tweede halfjaar een groei van 3,7 procent verwacht. In West-Europa stijgt de groei van 1,5 naar 2,1 procent. Dit voorspelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) vandaag in haar halfjaarlijkse Outlook.

Voor 1993 verwacht de Oeso dat het Amerikaanse bruto binnenlands produkt met 3,6 procent zal groeien. Voor West-Europa ligt een groei van 2,4 procent in het verschiet, voor Nederland een groei van 2,1 procent. Voor dit jaar verwacht de Oeso voor Nederland een economische groei van 1,2 procent.

Het economisch herstel wordt volgens de Oeso gedragen door dalende rentevoeten, met uitzondering van Duitsland en de landen die via het Europese Monetaire Stelsel aan de D-mark gebonden zijn, zoals Nederland. In bijna alle Oeso-landen ging bovendien in 1991 het overheidstekort omhoog. Nederland was één van de weinige uitzonderingen. De Oeso verwacht dat in de meeste industrielanden het overheidstekort dit jaar opnieuw zal stijgen.

In 1990 lag het Nederlandse overheidstekort nog ruim boven het Oeso-gemiddelde, in 1991 was het gelijk aan dat gemiddelde en in 1992 ligt het er met 3,8 procent van het BBP waarschijnlijk aanzienlijk onder. Omdat de Nederlandse overheid de fiscale teugels strak houdt groeit de binnenlandse vraag naar goederen en diensten echter buitengewoon traag. De groei is “één van de zwakste” in het Oeso-gebied: 0,4 procent dit jaar en 1,2 procent volgend jaar. Daarbij speelt ook een rol dat de burgers meer dan voorheen sparen en dat de bedrijven minder dan voorheen investeren.

Wel profiteert Nederland opnieuw van een extra sterke exportgroei. Met als gevolg dat het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans in 1993 volgens de Oeso zal oplopen tot 16 miljard dollar (bijna 30 miljard gulden), dat is 5 procent van het bruto binnenlands produkt. Relatief is het Nederlandse overschot daarmee twee keer zo groot als in Japan.

Voor de vertraging van het internationale herstel noemt de Oeso diverse oorzaken. In Japan kwam er een eind aan de langdurige investeringsgroei en kampten speculanten met een crisis op de beurs. In Duitsland verhoogde de centrale bank de rente om de inflatie te beteugelen die werd aangewakkerd door een oplopend overheidstekort in verband met de hereniging. En in het Verenigd Koninkrijk waren zowel consumenten als bedrijven gedwongen schulden af te betalen waardoor de recessie werd verlengd.

Het herstel is echter nu onderweg, aldus de Oeso. Nieuwe beleidsinitiatieven zijn niet nodig, fiscaal noch monetair. Integendeel: de Oeso waarschuwt voor de voortdurende overheidstekorten, omdat de overheden in verband met de voortdurende vergrijzing eigenlijk overschotten zouden moeten kweken. In de VS zal het federale overheidstekort volgens de begroting dit jaar oplopen van 4,7 nar 6,7 procent van het BBP. In Groot-Brittannië, waar de overheid in 1988 en 1989 een overschot had, wordt voor dit jaar een tekort van 4,7 procent voorzien.

De hoge werkloosheid in de Oeso-landen kan volgens de economen in Parijs niet met een verbetering van de conjunctuur worden weggewerkt. Vooral in de EG zijn er relatief veel langdurige en jeugdige werklozen, en die structurele werkloosheid heeft structurele oorzaken. De Oeso spreekt van een “afhankelijkheidscultuur”: in de jaren zeventig werden de sociale uitkeringen royaler waardoor werklozen minder snel naar werk of omscholing zochten. De werkloosheid werd volgens de Oeso ook in de hand gewerkt door minimumlooneisen, ontslagbeperkingen en andere arbeidsmarktobstakels.

Een ander gebied waar structurele hervormingen nodig zijn is het milieu. Na de milieutop in Rio pleit de Oeso voor hogere prijzen voor natuurlijke hulpbronnen zoals lucht, land en water. Heffingen, belastingen en verhandelbare rechten kunnen volgens de Oeso het milieu beter beschermen dan overheidsregels. Maar, voegt men daaraan toe, deze instrumenten spelen nog een te bescheiden rol. Inmiddels neemt de druk op overheden, nationaal en internationaal, toe om direct in te grijpen.