Mutually assisted dismantling; Van MAD-1 naar MAD-2

In de wereld na de Koude Oorlog is geen plaats meer voor de tienduizenden kernwapens die voorheen moesten voorzien in de Mutual Assured Destruction (MAD), de wederzijdse gegarandeerde vernietiging. De ontwapeningsinitiatieven van Bush en Jeltsin volgden elkaar in rap tempo op en de onafhankelijke niet-Russische oud-Sovjet-republieken zagen van een nucleaire status af. Het mondiale operationele kernarsenaal neemt als gevolg daarvan gestaag af.

Het teveel aan Amerikaanse atoomladingen keert terug naar de producent om door diegenen, die de kernkoppen in elkaar hebben gezet, weer gedemonteerd te worden. De conventionele explosieven, die in het ontwerp van een kernkop zijn ingebouwd, worden verbrand. De splijtstoffen van bomkwaliteit, zoals hoogverrijkt uranium en plutonium, beryllium en tritium worden gemerkt en vinden een veilige rustplaats in een goed beveiligd depot of worden tot kernbrandstof verwerkt. Rudsland ondervindt daarentegen grote problemen bij de ontmanteling van zijn arsenaal.

Vorige maand zijn de laatste kernwapens van de schepen van Zwarte Zee-vloot overgebracht van de Oekraïense marinebasis Sebastopol naar lokaties ergens in Rusland. De voltooiing van deze operatie, waarbij ongeveer 3.000 taktische kernwapens uit de niet-Russische republieken werden weggehaald, liep daarmee nog voor 1 juli ten einde. Een datum die de staatshoofden van de net onafhankelijke oud-Sovjetrepublieken eind vorig jaar op een conferentie in Minsk als deadline hadden gesteld.

Kevlardekens

De Amerikanen ondersteunden de evacuatie van de kernkoppen met de levering van Kevlar-dekens. Eventuele kogelinslagen, veroorzaakt door struikrovende bendes of "trigger-happy" milities, zouden zonder deze bescherming een asymmetrische - niet-nucleaire - detonatie teweeg kunnen brengen. Ook speciale schokvrije treinwagons werden geschikt gemaakt voor het Russische smalspoor en vanuit een Amerikaanse haven verscheept.

Rusland zelf is in het bezit van nog eens 12.000 taktische kernwapens. Dit totaal van 15.000 taktische kernkoppen ligt nu op ontmanteling te wachten.

De strategische kernwapens die in de Oekraïene (130 zeskoppige SS-19's en 46 tienkoppige SS-24's), Kazachstan (104 tienkoppige zware SS-18's) en Wit-Rusland (72 enkelkoppige SS-25's) staan opgesteld, bevinden zich volgens Russische militaire autoriteiten in veilige "diepgevroren toestand'. Deze intercontinentale raketten komen volgens plan pas in 1997 voor volledige ontmanteling in aanmerking.

Taktische kernwapens

Net zoals de Amerikaanse kernwapens zijn de voormalige Sovjet-atoomwapens voorzien van een "permissive action link' (PAL): een soort onkraakbare pincode die slechts door de hoogste autoriteit aan de commandant te velde of op zee kan worden vrijgegeven.

Daarnaast zijn deze kernladingen uitgerust met een zogeheten "environmental sensing device' (ESD). Deze sensoren gaan na of de normale lanceerprocedure wel stipt wordt gevolgd. Zo wordt bijvoorbeeld een kernkop op een raket pas op scherp gezet, wanneer de ESD de acceleratie van de opstijgende raket vaststelt. Op de versnelling moet vervolgens, overeenkomstig het ballistische trajekt dat de raket volgt, ook gewichtloosheid worden geconstateerd. ESD's in atoomgranaten moeten de reusachtige schok van het afvuren constateren. En kernbommen die per vliegtuig naar het doel worden gedirigeerd, moeten de met de vrije val corresponderende luchtstroom "voelen'. Wie dus een atoombom clandestien in handen krijgt, kan hem niet eenvoudig voor eigen doeleinden gebruiken.

Strategische kernwapens hebben aanzienlijke afmetingen en zijn zwaar. Daarmee zijn ze niet bijzonder geschikt voor ongewenste proliferatie.

Zo niet de taktische kernwapens. Het grote aantal en het geringe formaat hindert het overzicht over de totale inventaris aan deze nucleaire slagveldwapens en stelt de Russische autoriteiten dan ook voor grote problemen. Kwaadwillende derden zouden wellicht misbruik kunnen maken van de verslapte aandacht van een (corrupte) bewaker die de op demontage wachtende voorraden kernkoppen in de gaten moet houden. En met het in onderdelen uit elkaar nemen van de kernwapens worden de problemen alleen maar verschoven: nu al worden met zekere regelmaat hoeveelheden hoogverrijkt uranium op de internationale markt aangeboden.

Het drastisch opvoeren van de ontmantelingscapaciteit ter plaatse is op dit moment de beste maatregel hiertegen. Oud-onderminister Boris Nikipelov van het voormalige Sovjet-ministerie van Kernenergie en -industrie beweerde onlangs dat de Russische ontmantelingscapaciteit rond de 3.000 per jaar ligt. Robert Gates, direkteur van de CIA, noemde dit getal schromelijk overdreven. Met het huidige tempo van demonteren of anderszins onschadelijk maken, duurt het zeker nog tot na 2000 voor de nucleaire erfenis is opgeruimd.

De kernkoppen die op de nominatie staan om gesloopt te worden, moeten worden geadministreerd. Maar ook moet een systeem ter inventarisatie van alle onderdelen en van de verkregen voorraden splijtstoffen worden ingevoerd. Dat kost veel geld en technische hoofdbrekens: hoe bom 1 van bom 2 te onderscheiden? En hoe in een praktisch failliet land een sluitende boekhouding te voeren over de verkregen voorraden splijtstoffen, waarvan de commerciële waarde op vele miljarden dollars wordt geschat?

Het Amerikaanse Congres heeft afgelopen mei 400 miljoen dollar opzij gezet om de Russen in het vinden van oplossingen tegemoet te komen. Ook de Japanse en Europese regeringen hebben hiervoor geld gereserveerd. De bestemming van een groot gedeelte van dit geld moet ten goede komen aan een bij Moskou te bouwen instituut. Het instituut moet werkloze Russische ontwerpers van atoombommen in staat stellen hun geesteskinderen te liquideren.

Oplossingen

Allerhande Amerikaanse denktanks, zoals de Federation of American Scientists, de Center for Science and International Affairs en de Natural Resources Defense Council, hebben zich met de Russische militaire autoriteiten over de technische en logistieke problemen gebogen. Maar ook Russische kerngeleerden denken hardop mee.

De te demonteren atoomkoppen moeten zo worden gemerkt, dat sjoemelen onmogelijk is. Inspekties die bij verrassing plaats hebben, mogen na het aanbrengen van de verzegeling geen ongemerkte kernwapens aantreffen.

Tagging

Voor het merken, "tagging' geheten, zijn diverse technische oplossingen aangedragen. Tot de mogelijkheden behoren verfsoorten van bepaalde samenstelling en een epoxyhars met metaaldeeltjes in een unieke configuratie erin opgelost. De op deze manier van een uniek nummerbord voorziene kernkoppen zouden vervolgens in speciale containers moeten worden geplaatst. De Russen hebben overwogen om een specifiek op hun kernwapens toegesneden Amerikaanse container in serie te bouwen. Maar het Pentagon wilde dit uitsluitend toestaan als de Russen precies vertelden welke wijzigingen ze wilden aanbrengen. Maar daar hadden de laatsten niet bijster veel oren naar: deze aanpassingen zouden een indicatie kunnen geven over de nog steeds geheime ontwerpen.

Over de verzegeling van de container is inmiddels eveneens grondig nagedacht. Vooral een bundel glasvezelkabels zou voor dit doel geschikt zijn. De dunne bundel zou aan twee kanten in een soort slot moeten steken zodat, indien belicht, een uniek patroon valt waar te nemen.

De inhoud van de containers kan altijd van buiten af worden gecontroleerd met röntgen-apparatuur. Dergelijke apparatuur controleerde zo ook het transport van kernkoppen, dat plaatshad na het in 1988 geratificeerde INF-verdrag, dat voorzag in de vernietiging van de kernraketten voor de middellange afstand.

Tritium

De opgeslagen kernkoppen kunnen al voor een groot deel onschadelijk worden gemaakt door cruciale onderdelen, zoals bijvoorbeeld de batterijen, sensoren en het tritium, alvast te verwijderen. De hoogexplosieve conventionele springstof die in elke atoomkop zit ingebouwd (bij detonatie daarvan, perst de splijtstof tot onder de kritische dichtheid samen), is makkelijk te vernietigen. De Federation of American Scientists stelt voor om de uitgeklede bommen in gesloten werkplaatsen door Russische kerngeleerden te laten demonteren. Wat door de in- en uitgangen van deze ruimtes passeert, kan eenvoudig door onafhankelijke inspectieteams worden nagegaan. Wat overblijft, zijn splijtstoffen van bomkwaliteit.

Het veilig opslaan van uranium en plutonium is niet eenvoudig. Natuurlijk kunnen voorraden op dezelfde manier in verzekerde bewaring worden gesteld als de operationele kernwapens. Dat wil zeggen: in bunkers, diep onder de grond en zwaar bewaakt door speciale troepen. Maar de politieke instabiliteit in de voormalige Sovjet-Unie doet de Russen en Amerikanen een niet terug te draaien oplossing verkiezen.

Uranium van bomkwaliteit (meer dan 90 procent U-235) kan met natuurlijk uranium (hoofdzakelijk U-238) worden gemengd zodat de resulterende mix als splijtstof voor kerncentrales is te gebruiken. Het plutonium (Pu-239) dat in kernwapens is verwerkt, kan niet met een onschuldiger isotoop worden gemengd, omdat dat eenvoudig niet in grote hoeveelheden voorhanden is. Wel is het mogelijk om plutoniumoxide met uraniumoxide te vermengen tot een "mixed oxide' splijtstof voor aangepaste kerncentrales.

Chetek

Een drastische methode om de splijtstoffen kwijt te raken, wordt aangeprezen door de Russische onderneming Chetek. Het bedrijf is opgericht door kerngeleerden van het Arzamas-16 complex ten zuiden van Gorki. In dit onderzoekscentrum is meer dan veertig jaar geleden het Sovjet-equivalent van het Amerikaanse Manhatten-projekt uitgevoerd: de allereerste Russische atoombom werd er ontworpen en geproduceerd. De huidige Russische wetenschappers zagen hun emplooi door de verregaande ontwapening in gevaar komen en ze zochten dan ook niet-militaire toepassingen voor hun uitvindingen. Volgens Chetek zou bijvoorbeeld een kernexplosie in één ondergrondse klap grote hoeveelheden chemische strijdmiddelen ("voor slechts 300 dollar per kilo gif komen we bij U langs') tot een onschuldige substantie kunnen doen verdampen.

Yuri Trutnev, wetenschappelijk hoofd van het Onderzoeksinstituut voor Experimentele Fysica van Arzamas-16 en verbonden aan Chetek, maakte in een recent interview bekend dat met een kernontploffing van 50-kiloton, plutonium van zo'n 5.000 kernkoppen valt te vernietigen. Volgens Trutnev is de verdunningsgraad van het plutonium in het omringende gesteente groot genoeg om berging of terugwinning uit te sluiten. Twee experimentele ondergrondse proefnemingen op Nova Zembla zouden deze claim hebben bevestigd.

De diensten die Chetek aanbiedt vallen noch bij de Amerikaanse, noch bij de Russische regering in goede aarde. Zo noemde een woordvoerder van het Amerikaanse Congres de kersverse onderneming een "maffia-achtige organisatie, die tot alles in staat, is zolang het maar geld oplevert'. De Russen zien in de activiteiten van Chetek het bewijs voor het tanen van de macht van het centrale gezag.

Amerikaanse bedrijven

De opdracht tot ontmanteling van de Amerikaanse overbodige kernwapens is gegund aan de Mason Corporation, een groot ingenieursbureau. In vergelijking met de order die uit de ex-Sovjet-Unie in beginsel in de wacht valt te slepen, is dit contract - ter grootte van 1,6 miljard dollar - een schijntje te noemen. Verschillende bedrijven, zoals de International Disarmament Corporation (van Lockheed, Olin Ordnance en Babcock & Wilcox) dingen intussen naar de reusachtige order die wellicht in het verschiet ligt.

Een oud-direkteur van een ex-Sovjet raket-instituut had een hard hoofd in wat hij de MAD-2 noemde: de mutually assisted dismantling, de wederzijds ondersteunde ontmanteling. De enkele honderden miljoenen dollars die door Westerse regeringen opzij zijn gezet om de Russische nucleaire nalatenschap uit de weg te ruimen, lijken in ieder geval verre van toereikend.