Lubbers verspeelde kans op bank in Amsterdam

DEN HAAG, 25 JUNI. Premier Lubbers heeft in december vorig jaar, op de Europese top in Maastricht, een kans laten liggen om de toekomstige Europese centrale bank (ECB) in Amsterdam te krijgen. Volgens een van de aanwezigen bij de zitting van de regeringsleiders in Maastricht waren toen elf van de twaalf EG-landen bereid de vestiging van de ECB in Amsterdam te steunen. Op de Europese top wordt mogelijk dit weekeinde een definitief besluit over de vestigingsplaats van de ECB genomen.

Lubbers had een voorstel uitgewerkt om een besluit te nemen over de toewijzing van een aantal EG-instellingen. Duitsland, dat zich slecht had voorbereid op "Maastricht' en een intern verdeelde delegatie had, verzette zich tegen de ECB voor Amsterdam en bondskanslier Kohl trok asgrauw weg. België blokkeerde een besluit: de demissionaire Belgische premier Martens kon geen uitspraak doen die tot gevolg zou hebben dat het Europese parlement definitief in Straatsburg en niet in Brussel zou komen, zoals het pakket-Lubbers voorstelde.

Lubbers bracht zijn voorstel niet ter sprake. Als voorzitter van de vergadering wilde hij de top tot een succes maken en het Verdrag van Maastricht redden.

Ook in 1990 heeft Lubbers een kans voor Amsterdam laten lopen. Toen speelde de strijd om de Oosteuropese Herstelbank, de EBRD. Nederland had Ruding naar voren geschoven als kandidaat voor het presidentschap en Amsterdam als vestigingsplaats. Volgens een nauw betrokken bron heeft bondskanselier Kohl zijn politieke vriend Lubbers toen opgebeld en hem duidelijk gemaakt dat de benoeming van Ruding uitgesloten was. Kohl was met Mitterrand overeengekomen dat diens politieke adviseur Attali de eerste president van de EBRD zou worden. De bank, zo zou Kohl aan Lubbers hebben laten weten, kon in Amsterdam worden gevestigd als Nederland de kandidatuur van Ruding zou terugtrekken. Lubbers, die rekende op steun van Thatcher voor Ruding, hield vast aan de dubbelkandidatuur. Maar Thatcher veranderde van loyaliteit, haalde de bank naar Londen in ruil voor steun aan Attali en Nederland verloor twee keer.

Pag 14: Wisselgeld EG-merkenbureau

In de barokke balzaal van het voormalige koninklijke paleis in Queluz vlak bij Lissabon, kan morgen de beslissing vallen over de vestigingsplaats van de Europese centrale bank. Portugal, als halfjaarlijkse EG-voorzitter de gastheer voor de top, heeft voorgesteld de bank in Bonn te vestigen. Het blijft mogelijk dat dit gevoelige onderwerp wordt doorgeschoven naar de volgende EG-top, eind dit jaar in Edinburgh.

Uiteindelijk, beseft Nederland, is Amsterdam een buitenstaander en heeft de kandidatuur alleen maar kansen als de grote EG-landen het niet eens worden. En die zijn het, volgens de Portugezen, eens over Bonn. Andere genoemde vestigingsmogelijkheden zijn Frankfurt, Londen, Parijs of Lyon. Bovendien gaat het niet om één beslissing: de toewijzing van de Europese centrale bank (ECB) is onderdeel van een pakket van zo'n zes EG-instellingen die wachten op een vestigingsbesluit. De sleutel tot iedere oplossing is de Franse eis tot definitieve toewijzing van het de zetel van het Europarlement aan Straatsburg.

In de stoelendans om de EG-instellingen heeft het kabinet vorig jaar besloten prioriteit te geven aan de ECB voor Amsterdam. Nederlandse claims op het Europese merkenbureau en op het milieu-agentschap werden ter zijde geschoven. De recente toewijzing van het VN-bureau voor chemische wapens aan Den Haag staat formeel los van de verdeling van de EG-instellingen, maar maakt in de praktijk Nederlandse claims lastiger.

Anders dan Lyon of Frankfurt heeft Amsterdam met opzet geen kostbare pr-campagne gevoerd om zichzelf als ideaal financieel centrum te presenteren. De ECB-lobby voor Amsterdam bestaat eigenlijk uit drie personen: premier Lubbers, minister van financiën Kok en de president van De Nederlandsche Bank, Duisenberg. In de vergelijking met andere kandidaatsteden hoopt Amsterdam te kunnen profiteren van lange Nederlandse tradities op het gebied van politieke stabiliteit en onafhankelijk monetair beleid. De Nederlandsche Bank is, na de Bundesbank, de meest onafhankelijke centrale bank in de EG met een nagenoeg even grote nadruk op prijsstabiliteit. Niet voor niets behoort Karl Otto Pöhl, de voormalige president van de Bundesbank, tot de meest hartstochtelijke pleitbezorgers voor Amsterdam.

Bovendien vormt Amsterdam geen bedreiging voor andere financiële centra in Europa. Want de belangrijkste financiële transacties van de toekomstige ECB, de interventies in de valutamarkten, zullen plaats vinden via de veel diepere markten van Londen en Frankfurt. In vergelijking met Lyon en Bonn beschikt Amsterdam bovendien over betere internationale (lucht) verbindingen. Tenslotte gokt Amsterdam op de weerzin van andere EG-landen om de Europese centrale bank aan Duitsland te gunnen.

In financiële kringen erkent men dat deze overwegingen geen enkele rol spelen in de politieke strijd om de vestiging van de ECB. Die is vermoedelijk gestreden in La Rochelle, waar bondskanselier Kohl en president Mitterrand vorige maand bijeen kwamen. Aan de Franse Atlantische kust besloot de Frans-Duitse tandem voor het compromis van Bonn. Amsterdam hééft't. Maar wat? Het heeft het wisselgeld waarmee Rijswijk het Merkenbureau kan binnenhalen.