Lloyd's staat voor donker hoofdstuk in zijn geschiedenis

LONDEN, 25 JUNI. Lloyd's of London, het 300 jaar oude, oer-Britse conglomeraat van verzekeraars voor risico's variërend van het doodgewone tot het meest buitenissige, verloor gisteren voor de buitenwereld zichtbaar zijn glans. Meer dan 5000 "names', risicodragende aandeelhouders in de verzekeringssyndicaten die samen Lloyd's vormen, verloren de gebruikelijke gêne als het over geld gaat en legden hun hebben en houden op tafel, vóór, na en tijdens de jaarvergadering. Niet dat er voor een aantal nog hebben en houden over was. Zij hebben huis en inkomen verloren, hun kinderen van kostschool moeten halen en hun stijl van leven ingrijpend moeten wijzigen. Lloyd's kondigde gisteren over het verzekeringsjaar 1989 het ongekende verlies van 2,06 miljard pond (7,5 miljard gulden) aan, met de waarschuwing dat de balans over 1990 net zo desastreus zal worden. Volgens de regels zijn de "names' persoonlijk en “tot hun laatste manchetknoop” gehouden die verliezen te dekken.

“Een van de donkerste hoofdstukken in de lange geschiedenis van onze maatschappij”, gaf David Coleridge, voorzitter van het bestuur van Lloyd's toe. Hem werd zes uur achtereen geen seconde rust gegund. Woedende names eisten opheldering over de toezichthoudende rol van Coleridges bestuur. Hoe kon het dat meer dan een derde van het gigantische verlies voor de verantwoordelijkheid kwam van maar 5 van de in totaal 279 verzekeringssyndicaten, waaruit Lloyd's bestaat? Was het bestuur nalatig geweest? Was er - het woord alleen al is gelijk een vloek in deze context - gefraudeerd? Wat was de betekenis van het feit dat 4 van de 5 verliesgevende syndicaten beheerd werden door twee Lloyd's "agents': Gooda Walker en Feltrim, die nu beide hun handel hebben opgeschort? Hun 5.000 leden, bijna één op de vijf van alle names, waren nu immers het zwaarst getroffen? Was het niet de plicht van Lloyd's om een compensatieregeling te treffen?

Coleridge verdedigde zich zo goed hij kon. Names wisten waar ze aan begonnen toen ze 100.000 pond neertelden om zich in Lloyd's in te kopen, 1989 was - met rampen als de olievervuiling door de Exxon Valdez, de aardbeving in San Francisco en de orkaan Hugo - een buitengewoon nadelig jaar geweest en compensatie was niet mogelijk wegens juridische implicaties over onderlinge aansprakelijkheid. Een noodfonds van 50 miljoen pond, gefinancierd door agents en brokers geassociëerd met Lloyd's, zou mogelijk uitkeringen kunnen doen aan de zwaarst getroffenen. Negenendertig names waren al geholpen , “want we willen niet dat onze leden failliet gaan”.

Voor de talrijke actiegroepen van verbitterde leden - volgens Coleridge “publiciteitszoekers die de naam van Lloyd's in opspraak brengen - waren die mooie woorden niet genoeg. Ze vergeleken het bedrag van 50 miljoen met de 30 zilverlingen die Judas 2000 jaar geleden ontving. Een golf van gerechtelijke procedures ligt in het verschiet. Vóór het zover is zullen twee onafhankelijke onderzoekers rapport uitbrengen over wat er bij Lloyd's is misgegaan en hoe de verzekeringsinstelling van de vergissingen kan leren. Op 24 juli zullen de names, gewapend met deze rapporten, het bestuur in een afgedwongen buitengewone ledenvergadering opnieuw aan de tand voelen. De uiteindelijke toekomst van Lloyd's in zijn huidige vorm zal echter vooral afhangen van wat de rechter straks gaat beslissen in de aangespannen procedures. Lloyd's positie wordt nu al ondermijnd omdat de risicodragers met duizenden tegelijk weglopen en nieuwe names wel tien keer uitkijken voor ze hun manchetknopen in de waagschaal leggen.