Italië wil EG-top benutten om terug te komen op melkquota

ROME, 25 JUNI. Hoewel premier Andreotti gisteren het verdrag van Maastricht nog “een noodzakelijke weg voor Europa” noemde, blijkt Italië steeds vaker een probleemgeval binnen de EG. Nergens is de kloof tussen de verbaal beleden Europese roeping en de praktijk groter dan bij het begrotingstekort, prioriteit nummer één voor het nieuwe kabinet. Maar onder druk van Italië moet op de Europese top in Lissabon ook opnieuw worden gesproken over de melkquota.

Bovendien heeft Andreotti begin deze week protest aangetekend tegen het voorgestelde EG-budget. Voor Italië zou dat betekenen dat de bijdrage aan de EG met bijna vijftig procent zou stijgen, van 14,5 biljoen lire per jaar (ongeveer 22 miljard gulden) naar 26,5 biljoen lire. Het zou “onzinnig” zijn de problemen die Italië met zijn eigen begroting heeft nog te vergroten door “te hoge” bijdragen aan de EG, zei Andreotti's woordvoerder maandag.

Hoewel van Italiaanse zijde is gesuggereerd dat de knoop over de melkquota moet worden doorgehakt op de vergadering van landbouwministers op 30 juni, en niet in Lissabon, zal Andreotti naar verwachting de Europese top wel aangrijpen om duidelijk te maken dat het Italië ernst is met zijn eis voor een hoger quotum.

Toen de quota in 1984 werden vastgesteld, klopten onze cijfers niet, is het argument van Rome. De produktie was hoger dan uit de statistieken bleek. De landbouworganisatie Coldiretti heeft daaraan toegevoegd dat het onredelijk was een produktiebeperking te vragen omdat in 1983 juist grote investeringen waren gedaan in kwaliteits- en produktieverbetering, om het land minder afhankelijk te maken van import. Italië voert ongeveer een derde van de melk in.

Dat Italië nu zo op de melkquota hamert, komt doordat het kabinet zich na "Maastricht' is gaan realiseren hoe belangrijk de landbouw is bij de Europese eenwording, zegt Massimo Fusco, woordvoerder van Coldiretti. Hij wijst erop dat premier Andreotti persoonlijk de onderhandelingen over de melkquota volgt, terwijl in het verleden landbouwzaken werden overgelaten aan de vakminister.

Zoals de nadering van de EMU het land verplicht om zijn overheidsfinanciën te saneren, zo dwingt de Europese eenwording Italië ook om eindelijk, “na jaren van uitstel en negeren van de problemen”, werk te maken van de herstructurering van de landbouw, aldus Fusco.

De Italiaanse landbouw wordt gekenmerkt, naast grote bedrijven in de Povlakte, door honderdduizenden kleine bedrijfjes, soms niet groter dan een paar hectare. Vaak liggen deze in heuvelachtig gebied en wordt er intensieve, gespecialiseerde landbouw bedreven. De nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwpolitiek waarover vorige maand overeenstemming is bereikt, zou betekenen dat in vijf jaar tijd 800.000 boerenbedrijfjes zouden verdwijnen op een totaal van drie miljoen, zo heeft de Coldiretti becijferd. Fusco wijst erop dat dit “rampzalige” gevolgen zou hebben voor het landschap. Veel boeren zouden worden gedwongen hun gepachte grond terug te geven aan de eigenaar of hun grond te verkopen, zodat wijnranken, olijfboomgaarden en graanvelden zouden worden vervangen door fabrieksterreinen, weidegrond of toeristencomplexen.

Op de vraag of Italië nu de problemen die in de landbouw zijn ontstaan door jarenlang niets doen, probeert af te wentelen op de EG, zegt de woordvoerder van Coldiretti dat dit een verkeerde vraagstelling is. “Wij vragen niet of de EG onze problemen oplost, wij vragen solidariteit en begrip voor onze situatie.”