Honderd vazen

Groninger Museum, 28 juni t/m 30 augustus. Di t/m za 10-17u en zo 13-17u. Praediniussingel 59, Groningen. Inl 050-183343. Het Binnenhuis, Huidenstraat 3, Amsterdam. Inl 020-6221584.

Ongeveer drie jaar geleden ontvingen honderd kunstenaars uit verschillende disciplines een brief van Alessi, de Italiaanse fabriek die zijn huishoudelijke artikelen al sinds het begin van de jaren zeventig door kunstenaars laat ontwerpen. Bij de brief was een technische tekening van een vaas gevoegd. Het was een oerversie, 38,5 centimeter hoog en gemaakt van wit porcelein. Ten gevolge van de brief zijn er nu honderd varianten. In de rest van de wereld zijn ze onlangs gepresenteerd, in ons land zijn ze vanaf volgende week dinsdag te koop bij de meubelwinkel Het Binnenhuis in Amsterdam en worden ze tentoongesteld in het Groninger museum, dat de hele serie verworven heeft.

Dat laatste is geen toeval. Het vazenproject is een idee van de dichter onder de designers, Alessandro Mendini, de Italiaan die het nieuwe Groninger museum ontworpen heeft. Mendini is een vernieuwer, op het esthetische vlak, maar ook en misschien vooral daarbuiten. Hij is een politiek en maatschappelijk geëngageerde kunstenaar, een conceptualist in de zin dat achter zijn ogenschijnlijk vrijblijvende ontwerpen altijd een verhaal, een verklaring steekt. Zo ook bij het vazenproject.

In de fraaie catalogus, in een foedraal gestoken als was het de bijbel zelf, schrijft hij: “Wat wij voor ogen hebben is een systeem van objecten dat vergelijkbaar is met dat van een diersoort.” De door hemzelf ontworpen vaas beoogt met andere woorden een band te scheppen tussen de deelnemende kunstenaars: allemaal verschillend, maar behorend tot dezelfde familie. Die opzet weerspiegelt voor Mendini het "kaleidoscopische politieke beeld van de wereld', waarin de hoofdrolspelers alleen maar kunnen bestaan "bij de gratie van het kleinste element'.

Dat Mendini een "compositie voor een koor' wilde maken, wordt onderstreept door de organisatie van het project. Alessi, die de serie uitbrengt, schreef bekende en onbekende kunstenaars uit de hele wereld aan, opdat de vooralsnog roemlozen profiteerden van de beroemden. Zij werden verzocht de blanco moedervaas volgens een aantal technische aanwijzingen maar overigens naar eigen inzicht te decoreren. De aldus ontstane honderd verschillende vazen vormen een serie; van de serie werden er honderd vervaardigd en de exemplaren werden op de bodem van genummerd van 1 tot en met 10.000. Op de bodem van iedere vaas zijn ook alle namen van de deelnemers vermeld. Uit het nummer van de vaas blijkt van welke kunstenaar de decoratie is.

Zolang de vooraad strekt, wordt iedere vaas - ongeacht de "marktwaarde' van de kunstenaar - voor dezelfde prijs (in Nederland ƒ 550,-) verkocht. Het ligt in de bedoeling de meest verkochte versies op termijn opnieuw uit te brengen, tegen een verhoogde prijs.

Die aanpak heeft in het buitenland al geleid tot een levendige handel. Per land is de voorraad beperkt (Het Binnenhuis heeft slechts twee series gekregen) en wie er bij voorbeeld niet in is geslaagd de vaas van design-coryfee Philippe Starck te bemachtigen, beproeft nu zijn geluk op de "zwarte markt' of biedt twee of meer andere exemplaren in ruil aan. Waarschijnlijk wordt de hele serie ook door verschillende buitenlandse musea aangekocht.

Los van de opwindende opzet telt uiteraard het artistieke resultaat. De prachtige foto's in de catalogus beloven veel goeds. Mendini doopte het van een puntig deksel voorziene ontwerp in een gouden verfbad, Starck voorzag de verschillende onderdelen van symbolen van de wereldgodsdiensten en de voet van Swastika's. Dat is gewaagd, maar in dit verband en voor de goede verstaander geeft hij het teken nadrukkelijk zijn oorspronkelijk religieuze betekenis terug.

De twee Nederlandse deelnemers zijn Peter Struycken en het door Clemens Rameckers en Arnold van Geuns gevormde collectief Ravage. Struyckens bijdrage bestaat vanzelfsprekend uit een abstracte computerdecoratie, in zachte kleuren, en Ravage combineerde traditionele krullen en wapenschilden met stripfiguren. Andere bekende kunstenaars zijn Milan Kunc, Michael Graves, Robert Venturi, Nicola de Maria, Ettore Sottsass en Cheri Samba. Vanaf volgende week is in het Groninger museum en bij Het Binnenhuis te zien hoe ze zich meten met onbekendere collega's.