"Hier kan hetzelfde gebeuren als in Rotterdam'

NS-Stations zijn geliefde 'hang-outs' voor junks en dealers. Niet alleen in Rotterdam en Amsterdam, ook in Maastricht, Arnhem, Utrecht en Heerlen. Politie en beveiligingsdiensten proberen de stations vrij te houden van overlast, de gemeenten richten opvangcentra in.

MAASTRICHT, 25 JUNI. “Er kan hier hetzelfde gebeuren als in Rotterdam”, zegt de man in de deuropening. “Ik ben een vredelievend type maar dit heb ik altijd bij de hand.” Hij toont een metalen tafelpoot. Laatst is nog iemand voor de deur afgetuigd door zijn buurman, vertelt hij. Een verslaafde had de autoradio gestolen. “De mensen worden emotioneel hè. Die overlast duurt nu al vier jaar en de gemeente doet niks.”

De man woont tegenover een van Maastrichts beruchtste junkenpanden: de voormalige Villa Wyckerveld, eind 19de eeuw gebouwd voor een zoon van tegelfabrikant Regout. De villa is het internationale toevluchtsoord voor junkies geworden. “Eerst kwamen er nog zwervers en alcoholisten, maar die zijn er door de junkies uitgezet.”

De villa ligt op een steenworp afstand van het station. De bewoners van de woonwijk achter de villa liepen er vroeger door de tuin naar toe. Nu wordt die sluiproute gemeden. “Ik heb mijn kinderen verboden in de tuin te komen”, zegt één van de omwonenden, “door de spuiten”. Nu drentelen rondom de villa alleen nog junkies en soms de politie of de brandweer. “Er is al meer dan twintig keer brand gesticht”, aldus de man.

Maastricht heeft sinds enige jaren te lijden onder drugstoerisme. “Ze komen uit België, Noord-Frankrijk en Luxemburg hier naartoe”, zegt een woordvoerder van de politie. Er wordt geen ontmoedigingsbeleid gevoerd, het enige wat de politie ertegen kan doen is het inzetten van “de groep openbare orde” en die “controleert zich suf”.

In het station zelf zeggen de lokettisten van het Grenswisselkantoor en de reiswinkel geen enkele last te hebben van de gebruikers. “We hebben een veiligheidsdienst en die zorgt dat het hier rustig blijft.” Twee stevige beveiligingsbeambten staan boven aan de trap die naar de achtergelegen perrons loopt. Ze wachten op de boemel van zeventien over uit Visé. Daarmee worden de Belgische drugsklanten aangevoerd. De dealers die hun waar al in het station willen verkopen worden onverbiddelijk teruggestuurd. “Heeft u een vervoersbewijs? Nee dan doorlopen graag.” Twee potige jongemannen, licht aangeschoten en agressief, worden met zachte hand naar buiten gewerkt. Steeds lijkt het daarbij tot een handgemeen te zullen komen maar uiteindelijk staan de jongens buiten. “Klootzakken”, roepen ze in koor, maar daar halen de beveiligingsbeambten de schouders voor op. “Buiten het station mogen ze zoveel gebruiken als ze willen zeg ik altijd, maar niet hier. Daar zijn wij voor aangesteld.”

Pag 3: "Opknopen die lui, hoor je mensen vaak zeggen'

Een Frans sprekend paar schudt meewarig het hoofd als hen wordt gevraagd waarom ze niet in Luik gebruiken. “Om een plakje hasj ga je al het gevang in. In Maastricht heb je "koffieshops' waar je hasj kan kopen. Ook die heb je in Luik niet.” Ze hebben net "hero' en coke gerookt, achter het station in de oude school. De jongen zegt dat de toeristen daar moeten kijken voor "Le vrai Maastricht'. Maastricht wil wat aan het drugsoverlast doen en daarom komt er een dagopvang voor de verslaafden. Naar een geschikte lokatie wordt nog gezocht.

Station Arnhem Velperpoort is Berlin Bahnhof Zoo niet en ook de stedelijke dimensies van Rotterdam en Amsterdam ontbreken er. Toch is de omgeving van het kleine stationnetje aan de spoorlijn tussen Arnhem en Zutphen een bij politie en buurtbewoners bekend probleemgebied. De sigarenwinkelier even verderop heeft weinig aansporing nodig: “Zaterdag haalt er één een krant uit het rek buiten. Die heeft-ie de hele middag hier tegenover in het zonnetje zitten lezen. Mijn krant!”

Het stationnetje ligt aan de kop van het Spijkerkwartier, Arnhems beruchte hoerenbuurt, waar naast de prostitutie de handel in verdovende middelen welig tiert. “Mensen uit heel de regio en zelfs uit Duitsland stappen er uit om hun drugs te halen”, vertelt een politiewoordvoerder. Er wordt gehandeld in de huizen in de buurt, op straat, in de portieken, in de twee tunneltjes die onder het spoor doorgaan en natuurlijk op het station zelf, dat overigens uit niet meer dan twee smalle perrons en een paar wachtkamers bestaat. “'s Winters zitten ze hier wel eens met een stel in de wachtkamer”, zegt een oudere forens, een van de velen die in de drukke ochtend- en avondspits van het stationnetje gebruik maken. “Ze spugen op de grond, drukken sigaretten uit op de plastic stoelen, snuffen hun goedje. Maar ach, als je hen niks doet, doen ze jou ook niets.”

Pal achter het Spijkerkwartier ontwikkelt zich een prestigieuze kantorenwijk, met vestigingen van bijvoorbeeld AKZO en PTT. In 1988 hebben de NS Velperpoort daarom al een "face-lift' gegeven. Dealers en gebruikers laten zich echter niet door het Bauhaus-achtige exterieur afschrikken. Al moet de "terreur' van hun aanwezigheid niet overdreven worden, want de beide verenigingen van binnenstadswinkeliers vinden het probleem "beheersbaar' en verscheidene frequente gebruikers van het station laten weten "nooit enige last' te ondervinden. “Dealers, nooit gezien”, straalt een jonge studente.

De Arnhemse politie besloot enige weken geleden evenwel op te treden omdat de overlast naar haar idee weer eens te groot werd. Woordvoerder Rouwen: “We kregen te veel klachten. Intimidatie, vragen om geld, bedreigingen.” De afgelopen maand werd 234 keer opgetreden tegen dealers en gebruikers. “Het is: woon je hier? Nee? Wegwezen dan”, aldus de politie. Wanneer dat herhaaldelijk moet gebeuren, volgt een boete. “Lik op stuk, terstond 50 gulden betalen.” Hoewel het probleem naar andere wijken wordt verplaatst, zegt de politie de "veiligheid' van de bewoners als eerste te willen laten gelden. Arnhem heeft een opvangcentrum voor drugs, maar niet in de buurt van het stationnetje.

In het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne speelt "het echte leven' zich af op de eerste verdieping, in de voetgangerstraverse. Daar snellen treinreizigers van en naar het aangrenzende station, slentert winkelpubliek en drentelen junks. Die gaven aanvankelijk veel overlast, maar sinds de opening van het Inloopcentrum op de begane grond is die iets verminderd. Het centrum huist aan de Catharijnebaan onder de voetgangerstraverse. In deze onderwereld, waar de lucht van auto's en urine heerst, komt geen zinnig mens.

“Dit is een ideale plek”, zegt V. van Vliet, coördinator van het Inloopcentrum, een portiek verderop. Hier kunnen de junks terecht voor zitten, douchen, goedkoop eten, schone spuiten en kleren, medische hulp, condooms en advies. “Ik ben ervan overtuigd dat de mensen naar je centrum komen, als je een goed aanbod en een goede structuur biedt. Het moet ook niet te ver uit de buurt zijn. De politie voert een strak repressief beleid jegens junks. Maar als je gaat jagen, steek je je kop in het zand voor een maatschappelijk probleem. Je moet die mensen ook een plek bieden, en meer dan dat.”

Treinreiziger T. Niemantsverdriet heeft weinig klachten over zijn dagelijkse wandeling via het Godebaldkwartier. Deze zij-arm van het winkelcentrum, richting Moreelsepark, was nooit populair bij voetgangers, maar is sinds kort opgeknapt. Niemantsverdriet weet van tientallen junks die hier rondschuifelden. “Maar ze lopen nooit tegen je aan. 't Is eigenlijk een heel keurig volk. Die alcoholisten zijn veel lastiger.”

In een doodlopend expeditiegangetje vertoeven toch drie gebruikers. Roy en Skeko hebben een paaltje gevonden, waarop een telefoonkaart past die dienst doet als snijtafel. Opeens zwaait achter de ruggen van het snijdend tweetal een liftdeur open en verschijnt een functionaris van de Nederlandse Veiligheids Dienst. Een plechtig "mijne heren en dame' is voldoende om het gezelschap schielijk te doen verdwijnen. De bewaker weet precies waar zijn pappenheimers zich ophouden. Eigenlijk gaat het om een spel van kat en muis, legt de NVD-man uit. “Agenten hebben mij wel eens verteld, dat ze helemaal niet willen dat de junks HC uit gaan en de stad in trekken. Hier hebben ze er controle op.”

In Heerlen heeft de politie vorig jaar naast de ingang van het station een politiepost ingericht, die tijdens de openingsuren van de winkels permanent door vijf agenten wordt bezet. Daarnaast lopen er constant vier leden van de spoorwegpolitie en van een particuliere bewakingsdienst over de perrons. De maatregelen zijn genomen na klachten van het winkelend publiek, dat op weg naar trein of bus in de stationstunnel werd lastiggevallen door verslaafden. Van oudsher concentreert de Heerlense drugsmarkt, waar 1500 Nederlandse en 3500 buitenlandse verslaafden op zijn aangewezen, zich rondom het station en de tegenovergelegen winkelstraat. Volgens een woordvoerder van de politie is de veiligheid van het publiek sinds de opening van de politiepost aanzienlijk verbeterd, maar wordt er gemiddeld toch nog tien keer per dag aangifte gedaan van beroving of wangedrag. “Er komen hier ook winkeliers klagen dat een verslaafde voor zij deur in de bloembakken zijn behoefte doet of dat er iemand volkomen versuft in een hoekje ligt”, zegt een van de agenten. De intensieve surveillance heeft volgens de agent nauwelijks tot vermindering van de drugshandel geleid: “Zodra we hier om zes uur de deur achter ons dicht trekken, komen ze weer uit alle hoeken en gaten te voorschijn.”

De agenten in "politieshop' spreken van een onoplosbaar probleem. Kleine neringdoenden in en om het station spreken van een verbetering sinds de politie en de beveiligingsdienst surveilleren, maar blij met de voornamelijk Duitse gebruikers is niemand. Volgens de politie worden de gevoelens van onveiligheid bij het publiek minder veroorzaakt door berovingen of andere vormen van criminaliteit dan door uiterlijk en gedrag van de gebruikers. “Vrouwen worden nageroepen door die donkere jongens. Dat vinden zij niet leuk”, aldus een agent. “Opknopen die lui, dat hoor je de mensen vaak zeggen”, zeggen beveiligingbeambten. Een hoogzwangere dame die dat hoort zegt: “Kwamen die mariniers maar hier. Het is natuurlijk niet goed te praten, maar toch heb ik er begrip voor.”