Guggenheim Museum is na restauratie weer stralend witte tempel

Guggenheim Museum, 1071 Fifth Avenue, bij 88th Street. Open dag. (beh. do.) 10-20u. Inl 09-1-212-4233500. "The Guggenheim Museum and the Art of the Century' duurt t/m 27 aug. "The Avantgarde in Russia, 1915-1932' opent op 10 sept. In de toekomst zijn o.m. overzichten te verwachten van Rauschenberg, Lichtenstein en Oldenburg en een tentoonstelling over de "Fotografie in de Duitse Hedendaagse Kunst'.

NEW YORK, 25 JUNI. Na een sluiting van ruim twee jaar gaat op 28 juni het Solomon R. Guggenheim Museum in New York weer open voor het publiek. Het beroemde "Slakkenhuis' van Frank Lloyd Wright, dat in slechte staat verkeerde en waaraan in de loop der tijd nogal wat veranderd was, is in zijn oorspronkelijke glorie hersteld. Bovendien is het museum uitgebreid met een "toren' van tien verdiepingen. De expositieruimte op Fifth Avenue is hiermee bijna verdubbeld. Tegelijkertijd wordt er in SoHo een dependance geopend van nog eens 3.500 vierkante meter. Het opvallendste aspect van het nieuwe museum is dat Wrights gebouw eindelijk zelf de ster is geworden van de show.

Het is een eer die de architect waarschijnlijk zelf al in gedachten had. Al bij de opening, in oktober 1959, werd hem minachting verweten voor de kunstwerken die er getoond moesten worden. De hellende vloer en wijkende muren maakten dat men bij het kijken naar een kunstwerk altijd door een lichte duizeligheid bevangen werd. De lage plafonds verhinderden de ophanging van een schilderij groter dan ezelformaat. De directie heeft de gelukkige beslissing genomen voortaan dit gedeelte in handen te geven van steeds één kunstenaar voor "site-specific work'.

Een bezoek aan "de Grote Rotonde' is een ware belevenis. Het is een stralend witte tempel, met een bij kerkgebouwen horende galmende akoestiek. Dan Flavins installatie van gekleurde fluorescerende lichtbuizen draagt nog bij aan het religieuze gevoel. Vanaf het midden van de begane grond tot het doorzichtig centrum van de glazen koepel, waardoorheen men in de hemel kijken kan, reikt een pilaar van neonbuizen. Je zou die kunnen beschouwen als een uiterst gestileerde versie van een kruis. (Agnostici kunnen er, door de vies roze kleur een wat dunne maar lange penis in zien).

De steunmuren van iedere verdieping worden gemarkeerd door bescheidener composities in blauw, geel en wit, die de opwaartse beweging nog eens onderstrepen. De muren zelf reflecteren geheimzinnig paars, groen of geel licht. Vanaf de zevende verdieping, die tot voor kort voor publiek gesloten was, heb je een duizelingwekkend uitzicht langs de hele spiraal de diepte in. De vertigo wordt versterkt door de cirkelpatronen in de marmeren vloer. God zij dank kan de bezoeker nu ontsnappen aan de vroeger dwangmatige draaigang naar beneden.

Op iedere verdieping is een verbinding met de "Kleine Rotonde' en de zalen van het bijgebouw, het meest controversiële gedeelte van het project. Hoewel persberichten van het museum nu schijnheilig verklaren dat de architecten, Charles Gwathmey en Robert Siegel, zich baseren op schetsen van Frank Lloyd Wright zelf, hadden ze oorspronkelijk een veel agressiever plan. Hun ontwerp voor het gebouw dat gedeeltelijk over de Kleine Rotonde hing, kreeg al gauw de naam "wc-pot'. Het moest onder druk van tegenstanders worden ingetrokken. De slanke, rechthoekige doos van kalksteen die er nu staat houdt zich bescheiden op de achtergrond. Het enige treiterige trekje is het "Schotse ruit'-patroon, dat de gevel versiert. Wright beoogde met zijn ronde gebouw vooral een revolutionaire doorbreking van het rasterpatroon dat het stratenplan van Manhattan kenmerkt. Nu staat het er pal tegenaan.

In het bijgebouw bevinden zich vier grote expositieruimtes, waarvan drie van dubbele hoogte. Hier en in de Kleine Rotonde is een overzicht van circa 250 "Meesterwerken uit de collectie' ondergebracht. Dit is de helft van de openingstentoonstelling "The Guggenheim Museum and the Art of the Century'. De andere helft, "From Brancusi to Bourgeois' met onder meer werk van minimalisten uit de omstreden collectie van Graaf Giuseppe Panza, zal in SoHo te zien zijn.

Het belangrijkste voorwendsel voor de toevoeging van een bijgebouw was het gebrek aan ruimte voor de grote Guggenheim-collectie. Het is daarom pijnlijk dat de zalen een volgepropte indruk maken. De proporties van het nieuwe gedeelte werken hieraan mee; de zalen zijn weliswaar lang, maar naar verhouding behoorlijk smal. Een Kachelpijp van Jim Dine, die in een van de ruimtes hangt tussen de twee lange muren, lijkt ze benauwend dicht naar elkaar toe te trekken. Op de vijfde verdieping blazen de monsterachtige figuren van Francis Bacon je in de nek, als je voor Barnett Newmans blauwe Onenent IV staat. Maar het werk is ook te dicht naast elkaar opgehangen. Dat neemt niet weg dat de Impressionisten, Post-Impressionisten en Picasso's uit de Thannhauser collectie, de Klee's en Mondriaans van Solomon Guggenheim, de Johns, de Tapies', en andere werken uit de jaren vijftig en zestig werkelijk schitterend zijn.

Een mooi begin van een serie "blockbusters' waarmee men hoopt grote aantallen bezoekers te trekken, nieuwe leden te werven en een beschaafde achtergrond voor fundraisers te creëren. Deze heeft het museum hard nodig om de kop boven water te houden. De riskante financiering van de circa zestig miljoen dollar kostende verbouwing en uitbreiding alleen al kost aan rente jaarlijks zo'n 3,5 miljoen dollar. ($ 54,9 miljoen werd geleend door middel van de uitgifte van obligaties die niet voldoende door vermogen gedekt zijn.) Gelukkig staat Wrights meeste werk op zich al garant voor de toestroming van drommen mensen in het verder zo kathedraal-arme Amerika.