Expressionistische, lage klanken en mysterieuze ruisvelden

HF: Concert door Ingrid Kappelle (sopraan), Raoul Dufy Strijkkwartet, Harrie Starreveld (contrabas-fluit), Harry Sparnaay (contrabas-klarinet), Walter van Hauwe en Michael Barker (diverse blokfluiten). Werken van Laman, Nono en Stockhausen. Gehoord: 24/6 De IJsbreker, Amsterdam.

Koning Midas, de mythische stamvader van het Frygische koningshuis wenste dat alles wat hij aanraakte in goud zou veranderen. Wim Laman verandert alles in expressionistische klanksamenballingen. In Midas' Tomb (1986-1989) klinken aanvankelijk heldere lijnen, eerst in het ijle strijkkwartet, en daarna in de hoge sopraan in een bezetting van het Homerisch epigram Midas' Tomb. Maar al spoedig daalt de muziek naar lagere, donkere regionen, wordt ze tastbaarder en dramatischer tot de tekst van Menander gereciteerd wordt: “Alle stervelingen sterven dezelfde dood. Kijk naar de graven van de koningen en weet wat je zelve bent.” Op dit contrast drijft de compositie, met opmerkelijk melodisch materiaal op de band, aanvankelijk nauwelijks vervormd, maar wel degelijk ten slotte steeds abstracter. Een boeiende compositie, en nog het meest "Laman' vind ik de weerbarstige kwartetpartijen wanneer ze klinken als één ruig, expressionistisch instrument.

Onder het thema elektro-instrumentale muziek valt ook Luigi Nono's A Pierre. Nono bedacht geen muziek voor de band: de klanken van contrabas-fluit en contrabas-klarinet worden in real time teruggekoppeld. Al na drie maten zowel letterlijk als vervormd in een vertraging van liefst twaalf seconden, en zo stapelen de geluiden zich op tot steeds dichtere, geheimzinniger ruisvelden, in vallende, verbrokkelde bewegingen, met slechts twee keer een soort van schaduwclimaxopbouw. Nono's utopische visionariteit, zoals we die al kenden van zijn opera Prometeo, verandert alles in gemurmel. Voltooid op 26 maart 1985 voor de zestigste verjaardag van Pierre Boulez op 26 februari van dat jaar. A Pierre telt niet voor niets precies zestig maten.

Verwees A Pierre naar een der hoogtepunten van het Holland Festival, Stockhausens Plus Minus (1963) wees vooruit, namelijk op zijn opera Dienstag aus Licht vanavond in het Muziektheater en naar de trompetscène eruit vrijdagmiddag in de Rotterdamse Doelen door Markus Stockhausen.

Maar zo typerend als A Pierre mag worden genoemd voor Prometeo, zo weinigzeggend is Plus Minus voor Stockhausens opera, want in 1963 stond de componist nog sterk onder invloed van de Amerikaanse experimenten van Cage en Wolff. Daarin telt niet het materiaal, maar wordt slechts het proces beschreven. Alleen veranderingscategorieën komen aan bod. Plus Minus is in feite lesmateriaal voor een compositiecursus, het bevat de vage uitwerkingen van de ervaringen die de componist opdeed in de elektronische studio van de WDR.

Omdat de blauwdruk zoveel openhoudt, is het interessant om de uitwerkingen in de loop der jaren te volgen vanuit een muzieksociologisch standpunt. De eerste interpretaties waren scherp genuanceerd, later, eind jaren zestig, begin jaren zeventig, veel meer speels en warrig, en nu in de uitwerking door Michael Barker voor blokfluiten en elektronica aanvankelijk overwegend romantisch geheimzinnig en ten slotte theatraal expressionistisch, waarmee de kring met Laman was gesloten. Wat het concert ook aan eenheid bood was de toepassing van overwegend lage, zelfs absurd lage instrumenten. Michael Barker (realisatie van de Zentralklänge) en Walter van Hauwe (die de geheel vrije Akzidenzien voor zijn rekening nam) overtuigden mij het meest in de uitwerking op de reusachtige basblokfluiten, die ze meesterlijk bespeelden.