Een hommage aan El Greco in staal

Tentoonstelling: El Greco: Basiliek voor een schilder door Irène Prinsen. Hooglandse Kerk, Nieuwstraat, Leiden, t/m 14 aug, ma 13-15.30u, di t/m vr 11-15.30, za 11-16u.

Met 1500 kilo opengewerkt staal brengt beeldend kunstenares Irène Prinsen (1950) een hommage aan de schilder El Greco. Het kunstwerk, massief en transparant tegelijk, staat nu opgesteld in de Hooglandse kerk in Leiden, een kerk in een kerk.

Prinsens basiliek is een soort kamer, bestaande uit een dak en drie wanden van platte "monochrome' rechthoeken afgewisseld met opengewerkte, halfronde panelen. Met de klok mee wordt hier de ontwikkelingsgang van Christus verteld, met als hoogtepunt de achterwand: aan het kruis genageld, het gelaat door pijn getekend maar verheven, maakt Christus zich los van de materie. Wie hem de rug toekeert loopt op het paneel af dat als een poort de toegang tot de kamer afsluit. Hier is hetzelfde gezicht te zien, maar nu moegestreden, uitgeblust. Einde.

Met behulp van een snijbrander schildert Prinsen met licht op staal, de meest weerbarstige materie die een beeldhouwer kan kiezen. Van het stugge metaal maakt zij robuust kant dat schaduwen werpt op de middeleeuwse grafstenen van de kerk. Pas na lang kijken maken zich herkenbare vormen los uit de veelheid van vormen die in en uit het platte vlak steken: vleugels en vlammen, armen en de benen van Maria die naar de hemel opstijgt.

In haar eerder werk verwerkte Prinsen abstracte thema's en geometrische vormen in staal. De voorstellingen waaruit de basiliek is opgebouwd, zijn daarentegen een samenstelling van figuratie en abstractie. “Ik erger me aan de kunst van nu, die steeds anekdotischer wordt,” zegt zij. “Ik wilde iets episch maken met een thematische samenhang.” Gedreven door deze hang naar het epische zocht Prinsen haar inspiratie in de christelijke traditie. Zij kwam uit op El Greco, mysticus en schilder. “Ik vond het bevrijdend om figuratie weer te introduceren. Dit werk kun je zien als een een verzoening van twee benaderingen die meestal als tegenstellingen worden gezien.”

Twee jaar heeft Prinsen aan dit monumentaal werkstuk gewerkt. Steeds als ze geld had kocht ze een staalplaat die ze in de fabriek tot een segment van een cirkel liet walsen. Ze werden bezorgd in haar tijdelijke atelier, de loods van een technisch constructiebedrijf dat bruggen en hekken vervaardigt. De eerste schets maakte ze op ware grootte op papier; daarna tekende ze met krijt op het staal, net zo lang tot ze zeker was van de voorstelling en met de snijbrander aan het werk kon gaan. In de loop van twee jaar zijn zo elf panelen ontstaan, die samen een synthese van sculptuur, architectuur en licht vormen.

Een van de eersten die een beeld van Irène Prinsen kocht, in 1988, was koningin Beatrix, zelf beeldhouwster. Prinsen hoopt ook een koper te vinden voor de Basiliek, dat tussen de 2,5 en de 3 ton moet kosten. “Ik droom ervan het ooit in brons te laten gieten. Dan is het voor de eeuwigheid.”