De letters van Kis

De Hongaar Miklos Totfalusi Kis kwam in 1680 naar Nederland om een herdruk van een protestantse bijbel te maken. Hij ging er weg als "incomparabilis mechanicus', een geleerde drukker en typograaf, die de mooiste letters ter wereld kon maken.

De boekdrukkunst kan bogen op een traditie van fanate beoefenaren, drukkers, uitgevers en schrijvers die zich hoogst energiek voor de goede zaak desnoods in het martelaarschap storten. "Voor God en het Vaderland', dat moet ook het schoolhoofd Miklos Totfalusi Kis (1650-1702) gedacht hebben toen de protestantse kerk van Transsylvanië hem vroeg de herdruk van een protestantse bijbel in het Hongaars te begeleiden, precies op een moment dat dit gebied zich nog wist te onttrekken aan de Turkse en Habsburgse bezettingen die andere delen van Hongarije troffen.

In de herfst van 1680 vertrok Kis hals over kop naar Nederland. Amsterdam gold toen als een internationaal centrum van boekdrukkunst waar bovendien al sinds 1645 Hongaarse bijbels werden gedrukt, terwijl Leiden een traditie bezat van Hongaarse theologiestudenten bij wie ook Kis zich wilde aansluiten. Acht jaar later reisde hij terug, omstuwd door 3.500 bijbels, 4.200 Nieuwe Testamenten en 4.200 Psalteriums ter bestrijding van de bijbelnood in zijn land, maar, zoals zou blijken, zonder de zegen van zijn kerk.

De zaken waren ook niet volgens plan gegaan. Hongarije stuurde geen geld en Kis, DEN ONGER volgens een notariële akte van die jaren, nam driest de zaak in eigen handen. Hij begon bij het typologische begin van alle drukwerk: hij ging in de leer bij de stempelsnijders Blaeu en Voskens in de Jordaan. Daar maakte hij de stempels waarvan uiteindelijk de loden letters werden gegoten die hij voor de twaalfhonderd pagina's van zijn bijbeltje nodig had. Geld verdiende hij door voor anderen stempels te snijden. Zijn cursieven en romeinen, laat-barok in stijl, staan voor individualisme en gevoeligheid, soms - waar binnen één schrift grote stijlverschillen bestaan - op een bijna anarchistische manier. Gaandeweg bleek dat Kis zijn vak niet alleen beheerste, hij excelleerde. In zijn Amsterdamse werkplaats werd hij opgezocht door opdrachtgevers uit den vreemde, gezanten van verre volkeren voor wie hij de schriften als het Armeens, Koptisch en - na bemiddeling van de Amsterdamse burgemeester Nicolaas Witsen - Georgisch sneed; zelfs China toonde belangstelling voor zijn snijkunst. Van zijn Leidse studies kwam weinig en toen hij in 1689 terugkeerde naar Transsylvanië was dat niet als godgeleerde maar als geleerde drukker.

Vervolgens liep alles mis. Het deel van zijn stempels dat hij onderweg achterliet in Leipzig werd prompt aan een andere stempelsnijder toegeschreven, een ander deel ging verloren. Hij werd op zijn reis opgesloten en beroofd. In Transsylvanië moest hij zijn bijbel voortdurend verdedigen tegen felle kritiek en banvloeken en in Nederland verscheen intussen doodleuk een plagiaat. Van Kis' wonderbaarlijke Amsterdamse onderneming rest bij ons weinig meer dan de bijbel die hij present deed aan de Illustere School, voorloper van de Universiteit. Voorts kreeg hij in 1985 een plaquette aan het Bungehuis die ons, in de sombere tonen van herdenkingsbrons, maant tot dankbaarheid jegens deze man die ons zijn bijbel en zijn "Hollandse antiqua' schonk.

Toch kreeg Kis niet voor niets de bijnaam Phoenix van Transsylvanië. Heeft het lot hem tweeëneenhalve eeuw kunnen dwarszitten, onze eeuw bracht hem eerherstel. De herkomst van de Leipziger letters bleef intrigeren - “the exact origin of this type is surrounded with much mystery & confusion”, aldus een vertwijfelde historicus - en in 1953 ontdekte men hun ware auteur: Miklos Kis, die "incomparabilis mechanicus'. Sindsdien hebben ze welhaast een cultstatus verworven, zijn ze herkend als de "typographers typeface' bij uitstek, de letter die bocktypografen in de hoogste staat van vervoering brengt.

Aanstaande dinsdag verzamelt zich een gezelschap aldus toegedane typofielen in het huis van de Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers BNO. Daar zal de BNO-projectgroep Zettechniek een nuttig boekje ten doop houden over moderne Linotype-zetsystemen, niet te verwarren met de regelgietmachine Linotype (line-of-type) uit 1884 die tot ver in de jaren zeventig de meest gebruikelijke zetmachine voor kranten bleef. Het boekje, streng en onberispelijk vormgegeven door Rietvelddocent Jan Boterman, is gedrukt in een letter van Kis; in diens teken staat ook de gehele bijeenkomst. Letterontwerper Gerard Unger beschrijft zijn leven en in de vitrines liggen drukwerken van en over Kis. Hoe droog de tekst van het boekje ook is, het proefexemplaar kreeg een opvallend joyeuze aanbeveling mee: “Op iets meer dan veertig pagina's zijn, speciaal voor grafisch ontwerpers en studenten aan grafische opleidingen, de geraffineerde details uiteengezet van het Linotype-zetsysteem, gevolgd door de daar fraai op aansluitende Desk Top Publishing-mogelijkheden, en beide worden zorgvuldig en kritisch geanalyseerd”.

Geaffecteerde woorden, die de vervlogen tijden oproepen toen de auteur zijn lezers omstandig toesprak, toen letters nog van lood waren en papier van lompen. Ze maken de weg vrij voor de enige letterkundige spreker van de avond, de schrijver Hugo Brandt Corstius.

Bijeenkomst op dinsdag 30 juni om 17.00 uur in Het Arsenaal, Waterlooplein 219. Inlichtingen 020 - 6244748.

Foto: De Bijbel van Kis, gedrukt in Amsterdam in 1685