De "hofhouding' van Krajicek

Hij is ingericht op een grote carrière. Richard Krajicek (21 jaar) heeft zich omgeven met wat je plechtig een "hofhouding' zou kunnen noemen. Een vaste persoonlijke trainer, een eigen haptonoom en een bureau dat al zijn zakelijke transacties regelt. Een planmatige aanpak, die moet voorkomen dat zijn aandacht op weg naar de wereldtop te veel wordt afgeleid door de nevenfactoren die met het beroep van tennisser samenhangen.

LONDEN, 25 JUNI. Hij heeft wel eens beweerd meteen met tennissen te zullen stoppen wanneer hij niet meer om zou kunnen gaan met roem. Geschrokken als hij was door een interview met Boris Becker die beweerde bijna zelfmoordneigingen te krijgen van de aanslag die het sterrendom op zijn privéleven was. “Ik weet zeker dat Richard in staat is om zijn racket op te bergen en nooit meer te spelen als hij in die situatie terecht zou komen. Zo resoluut is hij. En net als Becker een gevoelsmens, die soms ook afstandelijk kan zijn”, zegt Micky Lawler-den Tuiner.

Mevrouw Lawler is "client manager' van het sportmarketingbureau Advantage dat Krajicek sinds april vorig jaar onder contract heeft. Een Amerikaanse organisatie die met 250 medewerkers vestigingen heeft in onder andere Washington DC, Londen, Zürich, Monte Carlo, Tokio en Melbourne en de belangen van sportmensen behartigt. Een terrein dat ook wordt afgegraasd door giganten als IMG en ProServ. En allemaal zijn ze op jacht naar talent, of in de taal van de bureaus, bieden ze talentvolle sportmensen hun diensten aan.

“Nadat Richard in 1989 de Nederlandse Masters tegen Paul Haarhuis had gewonnen wist de internationale wereld dat er in Nederland een talent op komst was. Op zo'n moment moet je al gaan praten. Uitleggen dat je iemand moet hebben die contacten heeft met sponsors, organisaties en je commercieel meer kan bieden. Iets wat je geregeld moet hebben voordat je de sprong naar de top tien hebt gemaakt”, vertelt Lawler, wier echtgenoot Peter managing director van Advantage is en Krajicek eveneens intensief begeleidt.

Ze spreekt in het voor dit toernooi gehuurde riante huis net buiten het toernooiterrein van Wimbledon van “jonge jongens met een hele korte carrière die als produkt de markt ingaan”, maar die ook sporter, mens blijven. Het betekent dat de bemoeienis met een sporter verder gaat dan het afsluiten van sponsorcontracten al is dat voor beide partijen wel een belangrijke basis voor de samenwerking. “Onze bureaus worden wel eens afgeschilderd als pure winstmakers. Natuurlijk probeer je de inkomsten voor de sporter te maximaliseren. Maar we geven ook adviezen op financieel gebied. Zo hebben we Richard aangeraden een flat in Monaco te kopen. Je hebt weinig keus en behalve het voordeel met de belasting is de omgeving ideaal: goed weer, goede faciliteiten en omdat zo veel tennissers er een huis hebben altijd goede trainingspartners bij de hand.” De finale beslissing ligt echter steeds bij Krajicek, die in Nederland in Kees van Veen, die hem in het begin van zijn carrière heeft geholpen, een persoonlijke adviseur heeft.

De financiële adviezen, het regelen van het programma en de interviews leveren het bureau geen geld op, de sponsorcontracten wel. Gemiddeld (“maar en bestaat eigenlijk geen gemiddelde”) wordt een commissie van 20 tot 25 procent in rekening gebracht, maar dat wordt naar beneden bijgesteld naarmate de bedragen hoger worden. Voor Krajicek heeft Advantage de nieuwste overeenkomst met kleding- en schoenensponsor Nike gelegd en een racketcontract met Wilson afgesloten. Daar heeft hij het al druk genoeg mee. Want behalve de verplichting zich met die merken op de baan te vertonen zitten er representatieve verplichtingen aan vast. Zo moet hij aanwezig zijn bij de ontvangst van gasten, demonstratietrainingen (clinics) geven en zijn gezicht op persavonden laten zien. Ruimte voor een vraaggesprek is er nauwelijks, zegt Micky Lawler. “Wij krijgen bij Advantage aanvragen voor Steffi Graf van mensen die interviews gemaakt hebben met Sadat, Major en Moeder Theresa en voor een tennisster moeten we dan "nee' zeggen. Hun programma is zo vol.”

Richard Krajicek, de nummer twaalf van de wereldranglijst, heeft het niet zo begrepen op al die nevenactiviteiten. “Hij ergert zich aan mensen om hem heen die zijn tijd opeisen. Daar houdt hij niet van”, zegt trainer Rohan Goetzke. De Australiër, door bondscoach Stanley Franker naar Nederland gehaald en zo in contact gekomen met Krajicek, kent de Hagenaar als weinig anderen. “Als je negentig procent van het jaar bij elkaar bent, dertig weken van het jaar samen door de wereld trekt, ontstaat er een andere band dan alleen maar die van trainer en speler. Een vriendschapsband, ja. Anders zou het niet kunnen.”

Goetzke heeft Krajicek zien veranderen. Hij had de reputatie lui en eigenzinnig te zijn, maar nu is hij gretig om de top te halen. En positief kritisch op de aanwijzigingen die Goetzke hem geeft. Op de baan gedraagt hij zich, vindt de trainer, opmerkelijk ingetogen. “Als je ziet hoe iemans als Connors zich als 20-jarige gedroeg. Like shit. Richard niet. En vergeet niet dat er een geweldige druk op hem ligt. Veel meer dan op een jongen van zijn leeftijd die op de universiteit zit. Hij gaat er goed mee om. Je merkt aan hem dat ie naar volwassenheid aan het groeien is.”

Daarom ook heeft Goetzke zijn pupil niet vermanend toegesproken nadat hij op het grastoernooi van Rosmalen, twee weken geleden, een acute aanval van apathie kreeg en zich door Michiel Schapers van de baan liet vegen. Een vertoning die nogal wat kwaad bloed zette bij Nederlandse tennisliefhebbers, blij met het feit dat de hoogstgeplaatste speler eindelijk eens in eigen land te zien was. “Hij was teleurgesteld over zichzelf. Dat merkte ik meteen aan hem. Dan hoef ik er niets meer aan toe te voegen.”

Goetzke beweegt zich ook niet op het terrein van de mentale begeleiding. Die zorg heeft Krajicek toevertrouwd aan haptonoom Ted Troost, die evenals Goetzke op buitenlandse trips steeds in zijn nabijheid is. Bij elke wedstrijd zitten ze samen, onbeweeglijk en met een ondoorgrondelijke gelaatsuitdrukking naast elkaar in een hoekje van de baan. Hun hoofden altijd bedekt met een pet of een hoedje. Het oogt als een mysterieus duo dat de geheime sleutel van de deur naar de top vijf van de wereld heeft. Op momenten van geestelijke nood kijkt Krajicek soms vertwijfeld naar dat hoekje. En als hij gewonnen heeft heft hij altijd even een gebalde vuist in hun richting om ze deelgenoot te maken van zijn succes.

Troost, in de Engelse sensatiepers kortweg Krajiceks goeroe genoemd, omschreef deze week zijn belangrijkste taak zijn pupil “heel te houden”. En met enige zelfspot voegde hij er aan toe daarin dit jaar nog niet echt geslaagd te zijn. In de open Australische tenniskampioenschappen moest de Nederlander zich terugtrekken voor de halve finale omdat hij last had van een schouderblessure, in Parijs werd hij door problemen met dezelfde schouder (“maar een andere blessure”) in de derde ronde kansloos verslagen. Troost is haptonoom. Een omstreden bezigheid. Maar Krajicek laat geen persconferentie voorbijgaan om hem te prijzen. “Ik denk dat het bepalend is geweest voor mijn sportcarrière dat ik hem ontmoet heb”, heeft hij zelfs eens gezegd. Hij heeft hem geleerd zich te ontspannen.

Het hele begeleidingsteam vormt een hitteschild tegen de verwarrende invloeden van de boze buitenwereld. Een schild dat hem volgens Micky Lawler “veertig procent van zijn bruto-inkomsten kost aan commissie, salaris, reis- en verblijfkosten.” Maar een bescherming die hij nodig zal hebben als hij nog stijgt op de wereldranglijst. Lawler: “Richard is een publieke figuur geworden. Een goede tennisser, een aantrekkelijke man met charisma. Je ziet een kampioen lopen op de baan. Als je zo bekeken wordt is het moeilijk jezelf te blijven.” En als hij dat wel doet, is het soms ook even schrikken. Zoals gisteren toen hij in een radio-interview op de vraag over het prijzengeld voor vrouwen iets te spontaan reageerde met de mededeling dat volgens hem tachtig procent van de vrouwen in de top honderd “vette varkens” zijn. Mevrouw Lawler verschiet wat van kleur als ze het hoort. “Hij bedoelt natuurlijk iets anders. Dat de meerderheid niet zo goed getraind is als de mannen. Maar dan zegt hij het op een manier... Ik weet zeker dat hij er nu al over na zit te denken dat hij dat niet had moeten zeggen. Want zo is Richard. Soms heel impulsief, maar toch ook erg gevoelig.”