Culturele tegenwind

Moderne sportschoenen beginnen steeds meer op roomtaartjes te lijken. Elk nieuw modelletje ziet er weer smeuïger uit dan het vorige: bollige uitstulpingen, een ruim boven de enkels uitstekende, vette, meringue-achtige tong en her en der aerodynamische ornamenten als tutti frutti op de kwarkpunt. De weelderigheid duidt op naderend verval. Zoals de bell-bottoms uit de jaren zestig zich ontwikkelden tot de wanstaltige olifantsbroekspijpen van de jaren zeventig en zoals de vierkante plateau-zolen uitgebouwd werden tot krankzinnige cothurnen zonder loopfunctie. Sommige modeverschijnselen draaien dol in hun eigen overdadigheid en het doodvonnis laat dan meestal niet lang op zich wachten.

Maar vooralsnog is de opgepompte sneaker nog in full swing. De gelukkigen die erin rondparaderen moeten zelfs uitkijken dat ze niet overvallen worden door sneaker-rovers. Dat nadeel zit onverbrekelijk vast aan een opzichtige outfit. Zo verloor ik zelf twintig jaar geleden mijn nog praktisch nieuwe Afghaanse jas aan een dief. Mijn boosheid gold vooral mijn eigen onnozelheid: wie gaat er nu hulp zitten verlenen aan druggebruikers en laat haar jas in de gang hangen aan een publieke kapstok? Dan helpen de drugverslaafden zichzelf wel. Om de jas zelf heb ik niet lang getreurd; het gekriebel van die lange schapeharen in mijn nek bleek toch irritanter dan voorzien. Mijn oude montycoat zat eigenlijk veel prettiger en stonk bovendien niet zo gemeen bij regen.

Toch is er wel verschil tussen een jas kwijtraken door diefstal en onder bedreiging met een mes van je gymschoenen of leren jack beroofd worden. De tienerwereld is er in de loop der jaren niet zoetsappiger op geworden. Het is toch al een minder prettige periode in het leven - afgezien van hoge ouderdom misschien wel de onprettigste levensfase van allemaal - omdat je als tiener voortdurend twee heren moet dienen: ouders en vrienden. In veel gevallen staan deze twee instanties lijnrecht tegenover elkaar, met als gevolg dat de argeloze tiener zenuwachtig wordt tussen de molenstenen. De strijd gaat grofweg tussen rechten en plichten, tussen vrijheid en gebondenheid.

Wie er ook wint, het lijkt wel of het altijd de meest onsympathieke partij is. Vroeger waren dat de ouders, wat tot op de dag van vandaag leidde tot klaagzangen over verplichte kerkgang, terwijl je er niks in zag, over controle op de vrijetijdsbesteding, over verboden om bepaalde muziek te beluisteren of bepaalde kleren te dragen. De laatste tijd winnen de ouders niet meer. Ze hebben niet eens zin meer om nog strijd te voeren. Er is te veel culturele tegenwind - welke ouder kan daar nog tegenop? Het was 20 jaar geleden voor een meisje van veertien ook al heel erg als haar vader om twaalf uur met de auto voorreed om haar van een schoolfeestje op te halen, maar ze was in ieder geval niet de enige. Wie zich als tiener nu het tijdstip van thuiskomst laat voorschrijven geldt als sucker en wordt nagewezen. En wat voor opvoedingsidealen ouders ook nastreven, als het even kan vermijden ze toch liever dat hun kinderen eruit liggen bij de groep.

Onaangenaam voor een buitenstaander is het trouwens wel om te moeten aanzien hoe gedwee de tegenstanders van de ouders, ofwel de vrienden van de tiener, zich voegen naar de geboden die van weer een andere instantie afkomstig zijn: de commercie. De juiste merkkleding, het nieuwste model sneaker, de meest recente Nightmare on Elmstreet, de platste Klepzeiker-agenda - vraag een willekeurige tiener waarin de kick van dit alles schuilt, en hij/zij zegt: "nou, gewoon', het hedendaagse equivalent van “omdat het moet van mijn ouders”.

De instantie "ouders' is ingeruild voor de instantie "commercie' en een vooruitgang kan ik het niet noemen. De verliezers zijn nog steeds dezelfden van altijd. Het maakt weinig uit of je als veertienjarige op je donder krijgt van je ouders, omdat je stiekem l'Année dernière à Marienbad' in de nachtvoorstelling bent gaan zien, of door je klasgenoten uitgelachen wordt, omdat je niks om house parties geeft en liever zelf een stukje viool speelt. De tiener die zelf iets verzint is al snel de pineut.

Het is nooit makkelijk geweest om een beetje soepel door je tienerjaren te laveren, en nu komt daar ook nog eens het financieringsprobleem van de Nike's en Reeboks bij. Ik begrijp die berovingen wel.

- Omdat ik het zeg, begrijp je, omdat ik het zeg en verder nergens om.