Brussel bereikt principe-akkoord over 48 uur werken

LUXEMBURG, 25 JUNI. De twaalf EG-landen hebben geisteren een principe-akkoord bereikt over een richtlijn die de gemiddelde werkweek aan een maximum van 48 uur bindt. Groot-Brittannië, dat eind vorig jaar de sociale paragraaf van het verdrag van Maastricht niet ondertekende, krijgt tien jaar de tijd om aan de richtlijn te voldoen.

Volgens de richtlijn over werk- en rusttijden, waarover bijna twee jaar is onderhandeld, mag de werkgever een werknemer niet dwingen om tegen zijn zin langer dan 48 uur per week te werken. Als tegemoetkoming aan de Britten mogen werknemers die dat wensen, wel langer werken. Zij mogen echter bij een weigering geen nadelige gevolgen ondervinden.

Alle landen hebben drie jaar de tijd om de richtlijn uit te voeren. Landen die zich verzetten tegen een maximale werkweek van 48 uur (lees: Groot-Brittannië), krijgen zeven jaar extra. De Britse minister van sociale zaken, Gillian Sheperd, sprak van “een overwinning”. Groot-Brittannië kent nu geen wettelijk plafond voor de werkweek. Volgens de Britten zou een dergelijke limiet de industrie op te hoge kosten jagen, banen kosten en werknemers de mogelijkheid ontnemen hun salaris met overwerkvergoedingen aan te vullen. De wettelijke maxima lopen in de EG uiteen van 37,5 uur per week voor de meeste publieke sectoren in Griekenland tot 48 uur in Duitsland, Italië en Nederland.

Over de referentieperiode waarover de gemiddelde werkweek moet worden berekend bestaat tussen EG-landen nog van verschil van mening, onder meer in verband met seizoenarbeid. Ambtenaren hebben opdracht gekregen een goede technische uitwerking te vinden.

Het was voor het eerst sinds "Maastricht' dat de lidstaten een EG-richtlijn op sociaal gebied opstelden. Er was de lidstaten daarom veel aan gelegen een compromis te bereiken, ondanks de Britse uitzonderingsclausule voor de sociale paragraaf. (Reuter, AFP, AP)