Aarzelend herstel

Het vertrouwen van de consument in de ontwikkeling van de economie is deze maand ten opzichte van vorige maand gestegen. Ook in mei was al een verbetering ten opzichte van april gesignaleerd. Dit blijkt uit het jongste Conjunctuurbericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het CBS meet het consumentenvertrouwen in een enquête aan de hand van de antwoorden op een vijftal vragen over de algemene economische situatie, de eigen financiële situatie en de vraag of men de tijd gunstig acht voor grote aankopen. De antwoorden worden "vertaald' in indeces van het economische klimaat en van de koopbereidheid. Uit deze twee destilleert het CBS het consumentenvertrouwen.

Per saldo gaven de respondenten deze maand 10 procent meer negatieve dan positieve antwoorden. Vorige maand overtroffen de negatieve antwoorden de positieve met 14 procent. De relatieve verbetering weerspiegelt de vage signalen over een aarzelend economisch hertsel in het voetspoor van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

De index van het consumentenvertrouwen zit sinds september 1990 in de min en bereikte in oktober 1991 een dieptepunt toen per saldo 21 procent meer negatieve dan positieve antwoorden werden gegeven.

De dalende trend in de consumptiegroei, die het CBS vanaf het tweede kwartaal 1991 waarneemt, heeft zich in het eerste kwartaal van dit jaar voortgezet. De binnenlandse consumptieve bestedingen waren de eerste drie maanden van dit jaar, gecorrigeerd voor prijsveranderingen, 1,7 procent hoger dan in de overeenkomstige periode van 1991. Voor de onderscheiden categorieën gaven de voedings- en genotmiddelen in de eerste drie maanden van dit jaar ten opzichte van begin 1991 een volume-daling van 1 procent te zien. De sterkste dalingen deden zich voor bij de consumptie van dranken en van aardappelen, groenten en fruit. De voor prijsveranderingen gecorrigeerde uitgaven aan onder meer elektrotechnische artikelen gaven dalingen te zien. Philips c.s. hebben het gemerkt. Aan de omvangrijkste categorie, die van overige goederen en diensten, werd begin dit jaar 2,9 procent meer besteed dan begin vorig jaar. Meer dan gemiddeld groeiden de uitgaven aan elektriciteit, horeca, vervoer en communicatie.

Uit de zogenoemde Arbeidsrekeningen, het totaal-overzicht van de arbeidsmarkt dat het CBS samenstelt, blijkt dat het arbeidsvolume van werknemers vorig jaar bijna 4,8 miljoen arbeidsjaren bedroeg, een toename van 1,6 procent ten opzichte van 1990. In de periode 1987-1990 bedroeg de gemiddelde groei 2,2 procent per jaar. De inhaalrace van vrouwen zet onmiskenbaar door. De groei met 74.000 arbeidsjaren vorig jaar had voor het grootste deel, 60.000 arbeidsjaren, betrekking op vrouwen. Sinds 1987 nam het totale arbeidsvolume van vrouwen toe met 214.000 arbeidsjaren (17 procent) en dat van mannen met 156.000 arbeidsjaren (5 procent). Deze tendens van een toenemende concentratie van de werkgelegenheidsgroei bij vrouwen werd in de loop van 1991 sterker. In het laatste kwartaal van vorig jaar was het arbeidsvolume van mannen zelfs 13.000 lager dan een jaar eerder, terwijl dat bij vrouwen 46.000 hoger was. Het totale arbeidsvolume van vrouwen bedroeg eind vorig jaar 1,5 miljoen arbeidsjaren, dat van mannen bijna 3,3 miljoen arbeidsjaren.