Zeshonderd en zesenzestig

Het is jammer dat het als een nachtkaars is uitgegaan - het was verontrustend nieuws.

Wat het schandaal van het jaar had behoren te zijn rimpelde weer eens moeiteloos voorbij.

Het nieuws, bedoel ik, door Tom-Jan Meeus enkele weken geleden in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant toegelicht, dat de overheid ruim 660 (zeshonderd en zestig) miljoen gulden jaarlijks uitgeeft voor public relations en imago-verbetering.

Zeshonderd en zestig miljoen!

Geen wonder dat de overheid nu kaalpluk-teams met optimale pakkans-garantie heeft ingezet om de complete onderwereld te plunderen. Ze heeft het geld hard nodig om haar eigen ondeugdelijkheid te verbloemen.

Verontrustend nieuws voor de democratie.

Of liever: deze zeshonderd en zestig miljoen zijn er het zekere teken van dat de politici en ambtenaren de democratie nu wel definitief ten grave hebben gedragen.

Waar zoveel public relations en imago-campagnes nodig zijn valt alleen nog een stelsel van bluf, bedrog en ongecontroleerde leugens te verdedigen.

In tien jaar tijd is het bedrag dat de rijksoverheid aan het oppoetsen van zichzelf en aan kokette mooidoenerij ten overstaan van de kiezers heeft uitgegeven stilletjes verdrievoudigd. Op kosten van de kiezers.

De democratie is in handen gegeven van vlotte types met hun bekende tragische sales-jargon (“hier gaat een geweldige positieve uitstraling van uit”) en, je kon er donder op zeggen, van de democratie bleef geen spaander over.

Ruim zeshonderd en zestig miljoen voor het laten draaien van een windmachine.

Als het werkelijk zo is dat elk volk de overheid krijgt die het verdient, dan zijn wij een zwaar-winderig volk.

Sommige campagnes van de ministeries dienden om de ambtenaren een "wij-gevoel' te bezorgen of, in de woorden van een directeur voorlichting van zo'n ministerie, om “de 17.000 werknemers die op driehonderd locaties in het land werken te laten merken dat ze bij dezelfde organisatie horen.”

Nooit iets van gemerkt zeker, die ambtenaren.

Andere campagnes hebben betrekking op “het creëren van een nieuwe huisstijl”. Zo gaf het ministerie van verkeer en waterstaat zes miljoen gulden uit voor een nieuw logo.

Een logo is, voor wie het nog niet wist, een geabstraheerde symbolische krabbel, een soort doodle dus, die een kind van tien op de achterkant van een luciferdoosje kan tekenen.

Maar het logo van zes miljoen is een sjiek logo. Het drukt, alweer volgens een voorlichter, de "beheerste beweging' van de ambtenaren uit.

Ik hoop niet dat u alle flauwe en gemene grapjes kent die er over ambtenaren in omloop zijn, maar kwamen ze ooit op iets anders dan het thema "beheerste beweging' neer? Alleen heette dat, in de onverlichte tijden van vóór het public relations-jargon, nog gewoon stilzitten.

Het zou grappig zijn als niet de meeste campagnes betrekking hadden op het om de tuin leiden van het publiek, het manipuleren van de collega's van andere overheidsinstanties en het omzeilen van de democratie.

Het zou grappig zijn als het niet zo'n dure grap was.

Ruim zeshonderd en zestig miljoen gulden, aldus de Rekenkamer. Het waren er, denk ik, zeshonderd en zesenzestig.

Zelfs Lubbers, de meester der winden, werd dat te beestachtig.

Hij droeg de ministeries op om zestig miljoen op hun windhandel te bezuinigen.

Minder dan tien procent. Een schijntje.

Persoonlijk zou ik pas weer in de democratie gaan geloven wanneer de minister-president al zijn kabinetsleden, zichzelf incluis, zou verbieden om aan iedere vorm van illusies scheppen - ook als het niks kost - deel te nemen, zoals daar zijn het optreden van politici in tv-spelletjes, de misselijk makende bochten waarin ze zich wringen om Bekende Nederlander te mogen zijn, het ellebogenwerk waarmee ze zich van een plaats in het amusementscircus proberen te verzekeren, mits in aanwezigheid van draaiende camera's.

Maar dát was een operatie die de dames en heren geen geld, maar bloed zou kosten.

Hoor ze piepen!