YITZHAK RABIN; Havik en duif

Rabin wil zich met de vijand verzoenen en tegelijk zijn botten breken. Zo omschreef de Israelische krant Ha'aretz ooit de huidige leider van de Arbeidspartij. Als minister van defensie bij het begin van de Palestijnse "intifadah' reageerde Rabin met de politiek van de ijzeren vuist, maar tegelijkertijd toonde hij zich in de verkiezingscampagne voorstander van een snelle autonomie voor de bezette gebieden en hekelde hij de politiek van de Likud-regering die hij als "politieke kolonisatie' omschreef, omdat ze nederzettingen stichtte in streken met een hoge Arabische bevolkingsdichtheid. Rabin valt dan ook niet zo maar in de categorie van de duiven of de haviken onder te brengen.

Yitzhak Rabin werd in 1922 geboren in een links-zionistisch gezin dat in Jeruzalem woonde. Zijn vader immigreerde uit de Verenigde Staten, zijn moeder kwam uit Rusland. Beide ouders waren actief in de Haganah, het geheime joodse verzetsleger dat strijd voerde tegen de Britse overheersing. Hoewel hij de landbouwschool afmaakte, heeft Rabin de basis van zijn politieke carrière in het leger gelegd. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog trad hij toe tot een elite-eenheid van Haganah, waarvan hij twee jaar later ondercommandant werd.

Tijdens de oorlog die volgde op de Israelische onafhankelijkheid in 1948 was hij aanvoerder van de militaire eenheid die de weg van Tel Aviv naar Jeruzalem in handen wist te krijgen, een actie die leidde tot de vlucht van tienduizenden Palestijnen uit dat gebied. Hij bleef in het leger en werd in 1964 staf-chef. In die functie was hij verantwoordelijk voor de Zesdaagse Oorlog in 1967, toen Israel drie Arabische legers terugsloeg en de Westelijke Jordaanoever, de Golan, de Gazastrook en de Sinaï veroverde. Een jaar later werd Rabin ambassadeur in Washington. Na de Oktoberoorlog, waarvan het verloop niet helemaal bevredigend werd gevonden in Israel, volgde Rabin in juni 1974 Golda Meïr als premier op. Tijdens zijn premierschap bereikte hij, mede door bemiddeling van de toenmalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Henry Kissinger, akkoorden met Egypte en Syrië over scheiding van de troepen, waardoor de eerste stenen werden gelegd voor de weg naar een Egyptisch-Israelisch vredesakkoord.

In 1977 werd Rabin tot aftreden gedwongen, omdat zijn vrouw - in strijd met de Israelische regels - een bankrekening in Washington bleek te hebben. Enkele maanden later leed de Arbeidspartij een verkiezingsnederlaag en kwam de Likud van Menachem Begin aan de macht.

Het duurde tot 1984 voordat Rabin een politieke come-back maakte. Hij werd toen in de brede coalitie van Likud en Arbeidspartij tot minister van defensie benoemd. Bij de bestrijding van de Palestijnse opstand die in 1987 begon, bleek hij een harde aanpak voor te staan.

Toen de regering van premier Shamir viel, haalde Rabin in februari van dit jaar zijn laatste slag binnen: hij versloeg zijn aloude tegenstander in zijn eigen partij, Shimon Peres. Die slag is nu bekroond met een grote verkiezingsoverwining die hem na vijftien jaar opnieuw het premierschap brengt.