Somaliërs creperen op schip

GENEVE, 24 JUNI. Ten minste negentig Somalische vluchtelingen, onder wie veel kinderen, zijn omgekomen, terwijl hun schip twee weken lang tevergeefs een haven heeft getracht te vinden in Jemen. Toen het schip maandag tenslotte nabij Aden aan de grond werd gezet is een onbekend aantal van hen verdronken toen zij van negen meter hoogte in het water sprongen en naar de kant wilden zwemmen. Dat heeft een woordvoerder van het VN-commissariaat voor de vluchtelingen (UNHCR) gisteren in Genève meegedeeld.

Het schip, de Gob Wein, verliet ruim twee weken geleden de Somalische havenstad Bosaso met aan boord 3.000 vluchtelingen en bijna geen voedsel, water en medicamenten. De Jemenitische autoriteiten ontzegden het schip de toegang tot alle havens. De kapitein van het schip zou tegenover de UNHCR hebben verklaard dat de Somaliërs bij een temperatuur van 50 graden Celsius met een frequentie van één per uur stierven ten gevolge van uitputting en verdroging.

Volgens de UNHCR moet het schip langs touwen geëvacueerd worden, omdat andere middelen ontbreken. Aan de overlevenden wordt provisorisch hulp geboden door de Franse organisatie Artsen zonder Grenzen. Er zou een groot risico bestaan op het uitbreken van besmettelijke ziekten.

Volgens VN-cijfers heeft de burgeroorlog in Somalië tot nu toe een exodus van 800.000 mensen opgeleverd. De vluchtelingen bevinden zich hoofdzakelijk in Kenia, Ethiopië en Djibouti. Jemen heeft tot nu toe 50.000 Somaliërs opgenomen. (Reuter, UPI)