Sanering vervuilde terreinen zal honderd miljard kosten

ZEIST, 24 JUNI. Handelaren in onroerend goed, projectontwikkelaars, hypotheekbanken en talloze bedrijven die grond in gebruik hebben maken zich ernstige zorgen over de aanscherping van de aansprakelijkheid voor bodemvervuiling die de overheid in petto heeft.

Op een congres van somber gestemde ondernemers in Zeist bleek gisteren dat het saneren en reinigen van de grond op duizenden bedrijfsterreinen in Nederland de komende decennia zeker 100 miljard gulden gaat kosten. Daarbij gaat het alleen nog maar om lokale vervuiling en blijft "diffuse' verontreiniging, zoals zure regen en overbemesting buiten beschouwing.

Het rijk en de provincies willen dat geld voor het grootste deel op de bedrijven verhalen. Als dat volgens het adagium de vervuiler betaalt zou gebeuren, hebben de grondbezitters en handelaren in vastgoed daar vrede mee, maar ze zijn vuurbang dat het parlement de plannen van minister Alders zal aanvaarden om de huidige grondgebruiker die geheel buiten zijn schuld wordt geconfronteerd met gif in zijn terrein, voor alle kosten te laten opdraaien.

De Stichting Nationaal Milieucentrum en Onroerend Goed Consultancy, twee adviesclubs voor het bedrijfsleven, hadden alle partijen inclusief de overheid, accountants en advocaten gisteren in het Slot Zeist bijeengebracht om zich te beraden over de financiële en aansprakelijkheidsgevolgen van de milieuproblematiek. De vastgoedsector, ook de beleggers en financiers, maken al een slechte tijd door als gevolg van de aarzelende conjunctuur en de overcapaciteit op de markt voor kantoor- en bedrijfsruimten. Maar de plannen voor een veel scherpere wetgeving en de onduidelijkheid die de overheid laat voortbestaan op het gebied van normen voor bodemsanering zet de sector extra in de klem. Het gifspook zorgt voor grote terughoudendheid bij de aan- en verkoop van grond en gebouwen en veel bedrijven kunnen de hoge lasten niet meer dragen wanneer blijkt dat hun terrein gesaneerd moet worden.

Uit het verhaal van de Gelderse milieu-ambtenaar ir. Th. Edelman bleek dat de overheid vrij consciëntieus vasthoudt aan het beginsel van het Nationaal Milieubeleidsplan, dat vervuilde terreinen ongeacht de bestemming moeten worden "teruggesaneerd' naar de "A-waarde'. Dat betekent een reeks steeds duurder wordende onderzoeken, afgraven en compleet zuiveren van de grond, ook al wordt er daarna een stevig kantoorgebouw op gezet. Wordt de bestemming van het bouwterrein ooit in de toekomst weer veranderd, dan moet ter plaatse alles mogelijk zijn, tot het kweken van worteltjes toe. Alleen als de kosten excessief hoog worden, kan het isoleren van een ernstig vervuild terrein worden overwogen, maar dan is het meteen onbruikbaar.

Voor het grootste deel van de vervuilde bedrijfsterreinen die nu in gebruik zijn heeft een commissie onder voorzitterschap van de ex-commissaris der koningin van Drente dr. A.P. Oele, die gisteren ook het congres voorzat, een “redelijk aanvaardbaar maatschappelijk compromis” aan minister Alders aanbevolen. Het commissievoorstel, dat neerkomt op voorrang voor vrijwillige bodemsanering, wordt door een grote meerderheid van de Tweede Kamer gewaardeerd, zei Oele. Hij hoopt dat over ongeveer 20 jaar de sanering van 200.000 "potentieel verdachte' bedrijfsterreinen zal zijn voltooid, met een zekere steun van de overheid in de vorm van overleg, overbruggingskredieten en in gevallen dat de huidige grondgebruiker niet de vervuiler is, een verdeling van kosten.

Maar het vaststellen van de totale kosten voor een sanering blijft een gezelschapsspel, zei Oele, en de ondernemers worden gekweld door onzekerheid over de jurisprudentie. Herhaaldelijk drong hij aan op het scheppen van duidelijkheid voor de bedrijven. Volgens directievoorzitter W. van der Heijden van de Fries-Groningse Hypotheekbank zit daar het grootste knelpunt, want de overheid probeert de kosten af te wentelen op ondernemers, ook als zij niet de veroorzaker van de vervuiling zijn. Een recent arrest van de Hoge Raad leek de nodige zekerheid te bieden: vervuilingen van vóór 1 januari 1975 zouden niet ten laste van de ondernemer kunnen komen omdat de zorg van de overheid voor een schone bodem pas vanaf die datum duidelijk is geworden.

Minister Alders zocht echter direct naar wegen om dat arrest te omzeilen en de verhaalmogelijkheden te verruimen. Volgens een nieuw wetsvoorstel zou elke eigenaar of gebruiker van vervuilde grond, ook als hij niet de veroorzaker is, een bevel tot grondonderzoek of sanering kunnen krijgen. In veel gevallen is degene die in het verleden de grond heeft vervuild niet meer te achterhalen en de grondgebruiker dreigt dus voor de kosten op te draaien. “Bodemsanering moet, maar wet- en regelgeving die alleen is ingegeven door begrotingspolitieke overwegingen, is onrechtvaardig en onaanvaardbaar”, zei Van der Heijden.

Ook een Europese richtlijn die momenteel wordt voorbereid, en waarin behalve de veroorzaker van vervuiling of de eigenaar van de grond, ook degene die "actual control' over de grond uitoefent, aansprakelijk wordt gesteld, noemde hij “uiterst verontrustend.”. Wanneer met "actual control' ook de financier wordt beoogd, overtreft het risico van de financier zelfs de hoofdsom van de vertrekte lening, warschuwde hij. Een dergelijk risico zou “volstrekt onaanvaardbaar” zijn, aldus de bankier.

Van der Heijden pleitte voor een evenwichtige oplossing waarbij het uitgangspunt de vervuiler betaalt wordt gehandhaafd en het bedrijfsleven een financieel vangnet wordt geboden, bij voorbeeld door de vorming van een collectief fonds voor bodemsanering. Ook zou de overheid niet langer moeten streven naar de onbetaalbare en maatschappelijk onhanteerbare norm "schoner dan schoon', want voor lucht- en watervervuiling geldt ook geen nul-niveau.

Foto: Het vroegere terrein van het afvalverwerkingsbedrijf EMK in Krimpen aan den IJssel. De vervuilde grond is nu afgedekt door een asfaltlaag en omgeven door een damwand. (Foto Anema-Balke)