Rusland en de Oekraïne aanvaarden de status-quo; Akkoord Jeltsin-Kravtsjoek

MOSKOU, 24 JUNI. De tegenstellingen tussen Rusland en de Oekraïne zijn bevroren. Op een onderlinge "top' hebben de presidenten Boris Jeltsin en Leonid Kravtsjoek de huidige status-quo tussen beide mogendheden bevestigd. Rusland en de Oekraïne zullen hun economische beleid op elkaar afstemmen, ze zullen afzien van territoriale claims, zijn bereid de vloot in de Zwarte Zee op te delen en willen zich tevens gezamenlijk gaan opwerpen als vredestichters in de door burgeroorlog geteisterde zuidelijke regio van de voormalige Sovjet-Unie.

De resultaten van de onderhandelingen achter gesloten deuren, die gisteren in de badplaats Dagomys aan de Zwarte Zee werden gevoerd, zijn vervat in een bilateraal "akkoord' tussen Rusland en de Oekraïne waarin slechts algemene intenties worden uitgesproken. Een definitief vriendschapsverdrag moet nog worden opgesteld. De overeenkomst is niet alleen ondertekend door Jeltsin en Kravtsjoek, maar ook door hun premiers, Jegor Gaidar en Vitold Fokin, alsmede de parlementsvoorzitters Roeslan Chasboelatov en Ilja Pljoesjtsj. Een van de belangrijkste motieven voor het "akkoord' is de “dreiging” die volgens beide staten uitgaat van de “revanchistische antidemocratische krachten ter linker- en ter rechterzijde”.

Volgens het akkoord mogen Rusland en de Oekraïne hun eigen economie niet gaan beschermen via allerhande protectionistische maatregelen. Tussen beide landen zullen de grenzen open blijven, zij het dat douaneposten wel zullen worden toegestaan. De twee mogendheden zullen bovendien hun monetaire beleid en industriepolitiek, vooral waar die het "militair-industrieel complex' betreft, op basis van wereldmarktprijzen gaan coördineren. Deze formulering biedt de Oekraïne de mogelijkheid om door te gaan met de ontwikkeling van haar eigen munteenheid (nu nog de "coupon', later dit jaar de "grivna'), zonder dat Rusland zijn greep op de nog overal functionerende roebel hoeft op te geven.

Over de vloot in de Zwarte Zee, die in het kader van de boedelscheiding van de voormalige Sovjet-Unie ten dele door de Oekraïne wordt opgeëist, zijn Jeltsin en Kravtsjoek het eveneens in zeer algemene termen eens geworden: de vloot zal op termijn worden verdeeld. Maar totdat de opsplitsing een feit is, zal de vloot eensgezind blijven opereren.

De passage waarin beide landen beloven geen territoriale claims tegen elkaar te zullen hebben, suggereert dat nu ook de status van de Krim is vastgelegd. De kwestie, die Moskou en Kiev tot nu toe verdeelde omdat het Russische parlement onlangs de overdracht van het schiereiland aan de Oekraïne in 1954 per resolutie ongedaan heeft gemaakt, is echter niet zwart-op-wit gememoreerd.

Volgens hun beider woordvoerders hebben Jeltsin en Kravtsjoek zich gisteren in Dagomys tevens gebogen over de etnische conflicten in de naaste omgeving. Beide staatshoofden hebben afgesproken gezamenlijk en conform de “internationale normen” te zullen interveniëren in die gebieden waar de burgeroorlogen een bedreiging voor beide landen vormen. Het gaat hen daarbij vooral om de oorlogen die nu in Moldavië en de Kaukasus woeden.

Morgen zal voor het eerst kunnen blijken wat deze afspraak waard is. In Istanbul komen dan vertegenwoordigers van Rusland, de Oekraïne, Roemenië en Moldavië bijeen om een “vreedzame oplossing” te zoeken voor de oorlog die nu al drie maanden rond de betwiste grensrivier Dnjestr woedt. De Oekraïne, die zich tot voor kort afzijdig heeft gehouden, staat nu op het standpunt dat de Slavische meerderheid op de linkeroever van de Dnjestr de mogelijkheid moet krijgen om een autonome status te verwerven. Moldavië is daar mordicus tegen, omdat ze vreest dat zo'n constructie er indirect toe zal leiden dat de “zogenaamde Dnjestr-republiek” daarna aansluiting zal zoeken bij Rusland. In Rusland is de laatste maanden een sterke lobby op gang gekomen die daar ook voor ijvert.