Referendum lijkt een peuleschil; Mitterrand kan in zijn vuistje lachen nu de oppositie verdeeld is over EG

François Mitterrand heeft goed nieuws voor de regeringsleiders van de EG-landen, die hij eind deze week ontmoet in Lissabon. Met de aanvaarding van de wijziging van de Franse grondwet door het parlement heeft Frankrijk de eerste belangrijke stap gezet in het proces van de ratificatie van het Verdrag van Maastricht over de Europese Politieke en Monetaire Unie.

De tweede en beslissende stap volgt waarschijnlijk - de datum is nog niet vastgesteld - komend najaar: de Fransen zullen dan via een referendum beslissen of hun land blijft deelnemen aan het project dat hun president, met enige overdrijving, het "belangrijkste voor Frankrijk' sinds de Tweede Wereldoorlog heeft genoemd.

Volgens de jongste opiniepeiling (van 19 en 20 juni) is maar liefst 51 procent van de Fransen voor ratificatie en slechts 18 procent verklaart zich tegen "Maastricht'. Dat betekent een aanzienlijke verschuiving ten opzichte van peilingen in april en mei toen respectievelijk 35 en 34 procent zich voorstander noemde en 14 en 15 procent "neen' zei. Het aantal Fransen die zeiden "geen mening' te hebben of "onverschillig' stonden tegen de verdere Europese eenwording, daalde maar liefst van 51 tot 31 procent.

Opiniepeilingen hebben een beperkte betekenis, vooral in Frankrijk waar geënquêteerden zich vaak meer door hun humeur dan door zakelijke appreciatie laten leiden. Maar aan de opmerkelijke wijzigingen in de openbare meningsvorming mag ditmaal wel enige betekenis worden toegekend: de afgelopen twee maanden is "Europa' het onderwerp van een intensief politiek debat geweest dat potentieel belangrijke consequenties kan hebben voor de binnenlands-politieke verhoudingen.

Slechts twee Franse politieke partijen zijn kort en goed tegen de Europese Gemeenschap: de Parti Communiste Français (PCF) en het uiterst-rechtse Front National van de volkstribuun Jean-Marie Le Pen die beide hun "idealen' alleen in het nauwe kader van de nationale staat kunnen verwezenlijken.

Alle grote politieke formaties hebben een anti-Maastricht-vleugel. Een gering aantal linkse socialisten, onder aanvoering van ex-minister van defensie Jean-Pierre Chevenement, wijst het liberale "Europa van de D-mark' af. De liberale UDF heeft met Philippe de Villiers een man in haar gelederen wiens strijd voor herstel van de "Franse (en vooral katholieke) waarden' haaks staat op "Brusselse technocratie' en universeel-Europese regelgeving. In beide gevallen gaat het om kleine groepen.

Bij de gaullistische RPR van de Parijse burgemeester Jacques Chirac, tot voor kort tevens de belangrijkste kandidaat van de oppositie voor de opvolging van Mitterrand als president, bleek dat anders. De felle campagnes van "archéo-gaullist' Philippe Seguin en de invloedrijke Senaatsvoorzitter Charles Pasqua, die zich in de mooiste kleuren van de tricolore hulden, scheurde de partij bijna in twee gelijke delen. Chirac moest allerlei ongeloofwaardige kunstgrepen uithalen om de schijn van eenheid te kunnen bewaren en "de nostalgie naar een geïdealiseerd gaullisme' te verzoenen met zijn eigen pro-Maastricht visie op de toekomst.

Chiracs laatste politieke pirouette was zijn compromis dat de gaullisten niet deelnamen aan de laatste en beslissende stemming over de grondwetswijziging, gisteren tijdens het Congres, de gemeenschappelijke bijeenkomst van Nationale Vergadering en Senaat in het voormalige koninklijke paleis in Versailles. Charles Pasqua leverde het alibi: “De tactische terugtocht is ook onderdeel van de krijgskunst.” Dat neemt niet weg dat Chirac als partijleider aan gezag heeft ingeboet. “Waartoe dient een politieke leider als hij niet langer een vuurtoren maar een weerschijn is?”, schreef een commentator.

Mitterrand en de socialistische partij kunnen dus in hun vuistje lachen. De eenheid van RPR en de UDF, de gezamenlijke rechtse parlementaire oppositie, is gebroken over een vraag van kardinaal belang: de toekomst van Frankrijk in Europa. De persoonlijke verhoudingen tussen de belangrijkste "mammouths' van RPR en UDF (ter onderscheiding van de "olifanten' in de Parti Socialiste) zijn de afgelopen maanden belast. Charles Millon, UDF-fractieleider in de Nationale Vergadering, zal zich blijven herinneren dat een woedende Chirac hem bedreigde (“voor het eind van je dagen kom je me nog eens wel eens tegen”). Oud-president Giscard d'Estaing, de leider van de UDF, consequent pro-Europa en pro-Maastricht, lijkt vooralsnog de grote winnaar in het voortgaande duel met Chirac over de vraag wie namens "rechts' in 1995 als presidentskandidaat zal aantreden.

Want wat moet Chirac zijn aanhang adviseren als, waarschijnlijk in september, de Fransen naar de stembus worden geroepen om via een referendum over de ratificatie van Maastricht te beslissen? En hoe zullen de rechtse partijen vervolgens gezamenlijk kunnen optreden in de campagne voor de algemene verkiezingen die in maart volgend jaar worden gehouden? “Ze moeten iets vinden”, zegt Raymond Barre, de liberale ex-premier (onder president Giscard), die als een van de weinige elder statesmen in Frankrijk evenals Jacques Delors pleit voor een politieke hergroepering. Hetzelfde geldt voor François Léotard, ere-president van de kleine Parti Republicain, en derde presidentskandidaat van rechts. Léotard meent ook dat de parlementaire meerderheid van 1993 (na de parlementsverkiezingen) "overtuigd Europees' moet zijn.

Na het debat over Europa en wijziging van de Franse grondwet, dat rechts heeft verdeeld en tot een omslag in de publieke opinie heeft geleid, lijkt het referendum voor of tegen Maastricht een peuleschil. Sommige ministers zoals Jack Lang, de minister van onderwijs en cultuur, willen het ijzer smeden nu het heet is, en bepleiten een referendum in juli. Maar waarschijnlijk wordt voor eind september gekozen. Er is nog veel uit te leggen “in elk dorp, in elke wijk en in elke straat zodat iedereen weet wat hij doet als hij zijn stembiljet in de stembus stopt”, zoals François Mitterrand op 5 juni zei.

De president weet ook dat de Fransen, humeurig als ze kunnen zijn, vaak voor of tegen de man stemmen die de vraag stelt. En Mitterrand blijft impopulair - slechts weinig meer dan dertig procent van de Fransen is tevreden over het staatshoofd en dat percentage blijft constant. Het referendum moet dus, tenminste in zijn presentatie, worden ontkoppeld van de gewone binnenlandse politiek - want Mitterrand is niet de beste verkoper van zijn eigen lievelingsproject.

Foto: De Franse president Mitterrand in december op een persconferentie in Maastricht. (Foto AFP)