Overheidsbetalingen verruimen niet

AMSTERDAM, 24 JUNI. Zoals verwacht, kon het Rijk slechts korte tijd het genoegen smaken van een positief saldo bij DNB. Getuige de weekstaat heeft de staat weer een aanzienlijk beroep (circa 3,2 miljard gulden) moeten doen op het financieringsarrangement. Volgens afspraak mag het Rijk op deze wijze maximaal 5,58 miljard gulden van DNB lenen. Naar verwachting zal dit maximum de komende week niet toereikend zijn, zodat de Agent van Financien een beroep zal moeten doen op het bankwezen. Via daggeldoperaties en derhalve tegen de vigerende markttarieven, moet het huishoudboekje van de staat kloppend worden gemaakt.

Zolang de kredietfaciliteiten van het Rijk bij DNB nog niet zijn volgetrokken, gaan additionele overheidsbetalingen gepaard met een verruiming van de geldmarkt. Met het oog hierop heeft DNB de banken verplicht ruim 14,5 miljard gulden bij DNB aan te houden, dat wil zeggen bijna 4,6 miljard gulden meer dan in de afgelopen week. Wanneer de kredietlijnen bij DNB echter volledig zijn opgesoupeerd, zullen additionele overheidsbetalingen per definitie geen geldmarktverruimend-effect meer sorteren. Immers, het bedrag dat het Rijk uitbetaalt, moet volledig van de banken worden geleend. Deze situatie wordt naar verwachting vandaag bereikt.

De geldmarktrente was de afgelopen verslagweek niet in beweging te krijgen. Zelfs een forse steen (de bekendmaking van de Duitse geldgroei over de maand mei: 9,0 procent) kon nauwelijks een rimpeling in de geldmarktvijver teweeg brengen. Voor driemaands interbancaire deposito's moest maandag 9,50 procent worden betaald, een zelfde percentage als de week daarvoor. De daggeldrente schommelde meestentijds tussen de 9 en 9,4 procent, duidend op rustige geldmarktverhoudingen.

In de verslagweek was het gezamenlijk bankwezen in staat de ontsparing van een procentpunt op het contingent om te zetten in een besparing van twee procentpunt. Maandag was 64 procent van het toelaatbare beroep verbruikt, terwijl 66 procent van de contingentsperiode voorbij was.

De Duitse geldmarkttarieven liggen al geruime tijd hoger dan de Nederlandse. De Bundesbank vraagt aan het Duitse bankwezen voor zogenaamde Repo-tenders nog altijd 9,60 a 9,65 procent (het vergelijkbare Nederlandse tarief bedraagt 9,3 procent). Met het oog op de (te) forse geldgroei, zal de Duitse centrale bank op korte termijn niet van zins zijn om deze geldmarktsteun tegen duidelijk lagere tarieven te verlenen. Gelet op de koppeling van de gulden aan de Duitse mark, is dan in Nederland eveneens weinig ruimte voor lagere tarieven.

Bron: Economisch Bureau NMB Postbank Groep