Opiniepeiling beter dan een referendum

Het referendum over het Verdrag van Maastricht in Denemarken heeft ook in Nederland zijn uitwerking gehad. Opnieuw worden nu pleidooien gehoord voor enige vorm van referendum. Volgens een aantal min of meer bekende Nederlanders zou dat een zogeheten raadgevend referendum moeten zijn, dat een richtsnoer vormt voor de leden van de Tweede Kamer, maar hen niet de handen bindt.

Voor een raadgevend referendum zijn goede argumenten te geven, maar ik stel een alternatief voor dat het beoogde doel beter dient. Dat doel is de leden van de Staten-Generaal in staat te stellen de mening van de Nederlandse samenleving te peilen.

Een beter middel is een uitvoerig opinieonderzoek onder een aselecte steekproef uit de kiesgerechtigde bevolking. In een referendum kunnen de antwoorden sterk door de vraagstelling worden beïnvloed. Die laat slechts de keuze tussen "voor' en "tegen' open. Dat bezwaar geldt vooral een wetgevend referendum, maar ook het raadgevend referendum. Wat bij een referendum nauwelijks is te realiseren, kan bij een opinieonderzoek wel.

Op bijvoorbeeld de vraagstelling bij een raadgevend referendum: “Zoals u weet heeft de regering in december 1991 tezamen met de andere lidstaten van de EG het Verdrag van Maastricht aanvaard. Dient de Tweede Kamer volgens u dit verdrag wel of niet goed te keuren?”, zijn verschillende reacties mogelijk. Wie "nee' zegt vindt mogelijk dat het Verdrag "te ver gaat', of dat het "niet ver genoeg' gaat. Een simpele keuze tussen ja en nee geeft hierover geen uitsluitsel. Een goed opinieonderzoek biedt hier voordelen. Men kan naast elkaar, of in gesplitste steekproeven, alternatieve formuleringen van de vragen in verschillende nuances voorleggen.

Die alternatieve formuleringen geven ook inzicht in de invloed van de vraagstelling op de antwoorden. Wil het referendum als leidraad voor het parlement zin hebben, dan is dergelijke informatie van groter belang dan het uiteindelijk aantal voor- en tegenstemmers. Een opinieonderzoek doet ook beter recht aan de complexiteit van een thema als "Maastricht'. Men kan immers voorstander zijn van het overdragen van bevoegdheden op het terrein van het buitenlands beleid, maar niet op monetair terrein en omgekeerd.

Bij een opinieonderzoek kan men ook de intensiteit van de opvattingen peilen. Het referendum biedt de mensen slechts de kans thuis te blijven, meer niet.

Eén probleem is nauwelijks te ondervangen. Zelfs de resultaten met de beste steekproef kunnen van de werkelijke verdeling van opvattingen afwijken, en de politiek behoort hier rekening mee te houden.

Als een opinieonderzoek op initiatief van de Tweede Kamer wordt gehouden, is daarmee de legitimiteit verzekerd. Bovendien is opinieonderzoek goedkoper dan een raadplegend referendum.