Onderzoek: patiënt in ziekenhuis vaak in een te duur bed

DEN HAAG, 24 JUNI. Tweederde van alle patiënten die in een Zuidhollands ziekenhuis op de hartbewaking liggen hoort daar niet thuis. Hetzelfde geldt voor een kwart van alle patiënten op een intensive care-afdeling.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid in Zuid-Holland. Volgens directeur dr. T. de Vries is er geen aanleiding om te veronderstellen dat de situatie elders in het land anders is. Deze patiënten liggen ten onrechte in zeer dure bedden, terwijl zij ook op een gewone ziekenhuis-afdeling zouden kunnen worden behandeld. Gevolg is dat ernstig zieke patiënten doorverwezen moeten worden. In het verleden is door ziekenhuizen vaak gewezen op een tekort aan bedden op deze gespecialiseerde afdelingen.

De Raad geeft twee redenen voor het verkeerde gebruik van afdelingen. In de eerste plaats is vaak sprake van overbezetting op de gewone afdelingen, waardoor patiënten naar de hartbewaking of de intensive care worden gebracht. Ten tweede blijken patiënten vaak te snel te worden overgebracht naar deze technisch geavanceerde afdelingen.

Uitbreiding van het aantal bedden op deze afdelingen is daarom volgens de Raad niet de meest voor de hand liggende oplossing, hoewel directies van ziekenhuizen daar de afgelopen jaren op hebben aangedrongen. Een betere oplossing zou zijn een eind te maken aan de personeelstekorten, doorstroom te verbeteren en afspraken te maken over strengere eisen voor opname op hartbewaking of intensive care.

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat veertig procent van de intensive care-bedden niet voldoet aan de eisen die het ministerie van WVC daaraan stelt. Daarom is het volgens de Raad beter andere normen te hanteren voor het begrip intensive care en aan te sluiten bij een internationale standaard.