OLF stapt uit Ethiopische coalitie, vrees voor guerrilla

NAIROBI, 24 JUNI. Het Oromo Bevrijdingsfront (OLF), de belangrijkste coalitiepartner in het Ethiopische overgangsbewind, is gisteren uit het parlement en de regering gestapt. Strijders van deze voormalige guerrillabeweging verlaten sinds enkele dagen hun kazernes en volgens sommige berichten zouden zij zich opmaken voor een nieuwe oorlog.

Het Ethiopische Revolutionaire Democratische Volksfront (EPRDF) zegevierde in mei vorig jaar over het zeventien jaar oude militaire bewind van president Mengistu. Het EPRDF vormde een coalitieregering met enkele kleine etnische partijen en met het OLF. Het OLF leverde een minder groot aandeel in de strijd tegen Mengistu, maar kan zich opwerpen als vertegenwoordiger van de ongeveer 25 miljoen etnische Oromo's, die woonachtig zijn in zuid en centraal Ethiopië.

In de coalitieregering mocht het OLF vier ministers benoemen en in het 87-leden tellende parlement kreeg het twaalf zetels toegewezen. Op het hoogste niveau konden OLF en EPRDF redelijk goed samenwerken; hun vrees voor een nieuwe burgeroorlog bond hen aaneen. In het Oromo-gebied raakten strijders van beide groepen echter regelmatig slaags. Zo kwamen in april bij een veldslag rond het gehucht Bedeno in het oosten van Ethiopië 150 mensen om. Na bemiddeling - eerst van de Eritrese overheid en daarna van Amerikaanse gezanten - sloten OLF en EPRDF de afgelopen maanden drie keer een vredesakkoord.

De verkiezingen voor regionale parlementen van het afgelopen weekeinde brachten de definitieve breuk. Het OLF beschuldigde het EPRDF, dat zelf ook kandidaten heeft gesteld in Oromo-gebied, van intimidatie. OLF-leden zouden zijn gearresteerd en hun kantoren gesloten. Het OLF deelde vorige week mee niet te zullen deelnemen aan de verkiezingen. “Ik geloof niet dat iemand dit eerlijke verkiezingen zal noemen”, zei een lid van de 200 man sterke groep buitenlandse waarnemers bij de verkiezingen gisteren.

De EPRDF-leiding in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba heeft wel degelijk vrije verkiezingen willen organiseren, zo menen onafhankelijke waarnemers in de hoofdstad. Op het platteland daarentegen hebben EPRDF-soldaten en -functionarissen (en OLF-leden) zich schuldig gemaakt aan intimidatie en geweld. Ondanks de onrechtmatigheden, zo zeggen waarnemers, betekenen deze verkiezingen toch een vooruitgang, na honderden jaren keizerlijke en daarna militaire dictatuur. De opkomst bij de verkiezingen was, volgens het EPRDF, tachtig procent.

Het in Addis Abeba "dramatisch' genoemde besluit van het OLF om uit de regering te stappen, lijkt iedere positieve ontwikkeling in het democratiseringsproces ongedaan te hebben gemaakt. Binnen het OLF en de Oromo-gemeenschap bestaat een diep wantrouwen tegen het voornamelijk uit noorderlingen bestaande EPRDF. De roep om een nieuwe guerilla, met als doel de vestiging van een onafhankelijk Oromia, wint aan kracht. Vooral onder de militaire leiding van het OLF, waarop de OLF-politici weinig greep uitoefenen, zou de bereidheid bestaan een nieuwe oorlog te beginnen.

Het OLF kan daartoe beschikken over tussen de 20.000 en 50.000 strijders, van wie een groot deel in de laatste maanden illegaal is gerecruteerd. Het EPRDF heeft 120.000 man onder de wapens, maar moet als nationaal leger in geheel Ethiopië en niet alleen Oromoland soldaten stationeren.