Misplaatste actie

DE MISPLAATSTE "schoonveegactie' van mariniers bij het Rotterdamse Centraal Station is door de autoriteiten terecht ten sterkste veroordeeld. Net zoals bij vergelijkbare acties in 1967 en 1970 in Amsterdam geldt: niemand mag het recht in eigen hand nemen. Welk recht?, was vijfentwintig jaar geleden de wedervraag van een ingezonden-brievenschrijver, die zich wild ergerde aan wat hij betitelde als de “terreur” van de langharigen op de Dam en wat anderen de “permissive society” noemden. Recht wat er niet is, schreef hij, “kun je toch ook niet in eigen hand nemen”.

Zo'n reactie was toen een stuk begrijpelijker dan nu, want Nederland onderging in de jaren zestig een enorme cultuurschok. Toen reeds klopte de sympathie voor de Jannen echter al niet en dat geldt nu helemaal. Het wegvallen van traditionele normen en waarden doet juist de harde kern van de rechtsstaat scherper uitkomen. En die harde kern is het verbod van eigenrichting. Dat verschil geldt zeker voor leden van de krijgsmacht, die de rechtsstaat worden geacht te verdedigen. Het is ook niet echt flink, met z'n allen.

De poging het Rotterdamse Centraal Station schoon te vegen is bovendien kortzichtig. Het junken-opvangcentrum Perron 0 geeft ongetwijfeld overlast. Deze aanpak van verslaafden dient steeds kritisch te worden bezien en zo nodig bijgesteld. Een mogelijk tekortschieten van de afstemming op de omgeving rechtvaardigt echter in geen enkel opzicht het gebrek aan tolerantie dat uit de actie van de mariniers spreekt.

TOLERANTIE dient te worden onderscheiden van de "moet kunnen'-mentaliteit die de bewindslieden van justitie in 1990 aan de kaak stelden in hun nota Recht in beweging. Tolerantie is veeleer de erkenning dat “ook bij de rechtshandhaving de wet van de afnemende meeropbrengst geldt”, zoals de scheidende Haagse procureur-generaal Heijder het treffend heeft uitgedrukt. Alternatieven zoals Perron 0 zijn wellicht lastig, maar onmiskenbaar tot nut van het algemeen.