Liberalisering van zeescheepvaart EG

ROTTERDAM, 24 JUNI. De ministers van transport van de twaalf EG-lidstaten hebben gisteren in Luxemburg overeenstemming bereikt over de liberalisering van de zeescheepvaart in de EG.

Dit betekent dat Nederlandse schepen vanaf begin volgend jaar lading tussen havensteden in andere EG-landen mogen vervoeren.

De ministerraad heeft afgesproken dat de overgangsperiode om tot een volledig vrije markt tot 1999 zal duren. Vanaf het begin van dat jaar moeten scheepseigenaren uit de lidstaten op elkaars markt kunnen opereren.

De ministers maakten één uitzondering. Niet-Griekse reders mogen pas vijf jaar later in de Griekse wateren vervoer tussen de eilanden verzorgen.

De vrijheid om ook in andere landen actief te zijn, ook wel cabotage genoemd, maakt het voor Nederlandse reders bijvoorbeeld mogelijk lading tussen twee havens in Italië te vervoeren. Op dit moment is dat al wel mogelijk in Groot-Brittannië.

De liberalisering van de scheepvaart zal geleidelijk, in een viertal stappen, plaats hebben. Eerst wordt het vervoer van vracht tussen havens op het vaste land vrij gemaakt. Volgens projectleider R. Tollenaar van het Maritiem Economisch Research Centrum in Rotterdam, dat een aantal onderzoeken naar de scheepvaart in de EG heeft gedaan, wordt jaarlijks zo'n 600 miljoen ton lading in de EG over de zee vervoerd. De Italiaanse markt is met 60 miljoen ton een van de grotere markten.

De tweede stap behelst het vrijgeven van zeetransport tussen eilanden en het vaste land, de derde stap het vervoer tussen eilanden onderling en de vierde stap de liberalisering van het passagiersvervoer. “Dit laatste is het heetste hangijzer”, zegt Tollenaar. “Omdat ook de lucratieve cruisereizen op de Middellandse Zee hier onder vallen.”

T.B. Bouwman, directeur van de Vereniging van Nederlandse Reders in de Kleine Handelsvaart, vindt dat de liberalisering niet snel genoeg gaat. Bovendien verbinden de zuidelijke lidstaten nog veel mitsen en maren aan de cabotage. Sommige soorten lading, zoals graan en vliegtuigbrandstof, worden als strategisch bestempeld en mogen niet door derden worden vervoerd. Bovendien is het nog niet duidelijk of Nederlandse reders moeten voldoen aan de eisen die de Italianen stellen aan het aantal bemanningsleden. Op schepen die deel uitmaken van de verouderde Italiaanse vloot moeten gemiddeld twee keer zoveel mensen aan boord zijn dan de Nederlandse schepen, die met zeven tot acht bemanningsleden varen.

Foto: Vanaf 1 januari 1993 mag het overzees goederentransport tussen twee havensteden in een EG-lidstaat ook door rederijen uit andere lidstaten worden verzorgd.