Kosovo niet onder de indruk van Servisch machtsvertoon; "Het geweld zal niet van ons afhangen, maar van de Serviërs'

PRISTINA, 24 JUNI. “Illegaal, anticonstitutioneel, gericht tegen de integriteit en de soevereiniteit” heet de bijeenkomst van het vorige maand clandestien verkozen "parlement' van Kosovo in de verklaring van de Servische regering. En op het moment dat de 130 afgevaardigden in de stad Pristina om tien uur voor hun constituerende vergadering bijeen zouden komen, voegt het gezag in Belgrado de daad bij het woord: honderden politieagenten met kogelvrije vesten en pantserwagens grendelen het moslim-college "Allah Udin Medresa', waar de bijeenkomst moet plaatsvinden, hermetisch af.

Elders in de Servische provincie Kosovo pakt de Servische politie, routinematig, gebruikelijke verdachten van Albanees separatisme voor korte tijd op: wat vrije-vakbondsactivisten hier, wat leden van het parlement daar.

Fehmi Agani, vice-voorzitter van de Albanese nationalistische partij LDK (Lidhja Demokratike e Kosovës), lijkt zich over de gebeurtenissen van vandaag nauwelijks te kunnen opwinden. Ook het partijhoofdkwartier, een gebouwtje aan een zandweg in het centrum van Pristina en eigenlijk het kantoor van de Schrijversbond van Kosovo, mag zich verheugen in de demonstratieve aanwezigheid van politie voor de deur, zowel gewapende als ongewapende. Elk half uur scheert een straaljager van het Joegoslavische leger demonstratief over de stad.

Maar dat is bijna dagelijkse kost voor Agani en de andere Albanezen in Kosovo, die ongeveer negentig procent van de bevolking van 1,9 miljoen uitmaken. “De Servische regering heeft ons niets in de weg gelegd toen we op 24 mei onze eigen parlementsverkiezingen hadden georganiseerd. Maar nu grijpen ze in, kennelijk kunnen ze wel een beetje machtsvertoon gebruiken om tegenover hun eigen, Servische oppositie te kunnen laten zien wie de baas is in Kosovo, en in Servië.”

De eerste zitting van het rebelse parlement is uitgesteld tot nader datum, meldt Agani, wiens naar staatkundige onafhankelijkheid van Kosovo strevende LDK in de vergadering een ruime meerderheid zou bezitten. Op de agenda blijven voorlopig dus nog even punten als de vorming van een eigen politie, de afkondiging van een eigen grondwet, de afkondiging van de onafhankelijkheid en de bestempeling van de Servische politie en het Joegoslavische leger tot bezettingsmacht.

Dat de confrontatie ophanden is en dat de Servische regering die niet over haar kant zal laten gaan - niemand in Kosovo die daar eigenlijk nog aan twijfelt. En navenant groeit de vrees dat zich in deze Servische provincie over niet al te lange tijd een nieuw, vierde strijdtoneel in de Joegoslavische burgeroorlog zal ontwikkelen. In heel Europa wordt een oorlog in Kosovo zeer gevreesd, niet alleen het verwachte bloedige karakter van de strijd hier, maar ook vanwege de kans op internationalisatie van de Joegoslavische oorlog, als bijvoorbeeld het buurland Albanië bij de strijd betrokken zou raken.

“Het geweld zal niet van ons afhangen, maar van de Serviërs”, meent Agani, die een gewelddadige ontwikkeling een “reële mogelijkheid” noemt. Maar er is in de visie van de LDK geen weg terug. Zelfs een herstel van de vèrgaande autonomie die Kosovo binnen het oude Joegoslavië genoot sinds 1974, totdat het bewind van de Servische president Slobodan Milosevic daar in '89-90 een einde aan maakte, is geen aanvaardbare optie meer. “Het oude Joegoslavië bestaat niet meer sinds vorig jaar”, meent Agani, dus er is niets om naar terug te gaan. Niets wijst er trouwens op dat Milosevic, die zijn politieke populariteit onder de Serviërs jarenlang te danken had aan de onderdrukking van de autonomie van Kososvo, nu tot lankmoedigheid genegen zou zijn. De enige denkbare optie voor de Albanese nationalisten is een onafhankelijk Kosovo, en de verdrijving van de “bezettingsmacht” van politie en leger.

Ondanks de spanningen van de afgelopen jaren - bij confrontaties tussen Albanese demonstranten en de Servische politie zijn sinds '89 ten minste tachtig mensen om het leven gekomen - maken Kosovo en Pristina vandaag een onverwacht levendige en welvarende indruk, zeker in verhouding tot de problematische en deels ontvolkte Servische steden en dorpen in de omgeving van de provincie. De wegen en straten zijn rond het middaguur vol kinderen, vrucht van een babyboom onder de Albanezen sinds de jaren zeventig. De mensen zijn er opvallend goed gekleed en zelfs het hoofdkwartier van de Schrijversbond, twee jaar geleden niet meer dan een haveloze barak, heeft een verfje en nieuw meubilair gekregen.

“Het geld komt van Albanezen in het buitenland”, verzekert Agani, niet alleen het geld voor de kleren en de welverzorgde huizen, maar ook voor de Albanese politiek, en het hele informele netwerk van scholen, universitaire lessen en zelfs gezondheidszorg dat de Albanese nationalisten hebben opgezet, nadat de Servische overheid een aantal jaren geleden veel overheidspersoneel in Kosovo ontsloeg en verving door Serviërs, leraren, hoogleraren en artsen incluis. De geweldige inflatie van de Joegoslavische dinar maakt het voor de Albanezen in het buitenland relatief eenvoudig Kosovo een welvarend aanzien te geven: van honderd Duitse mark per maand kan een gezin in Pristina heel goed leven. Een baan vinden is er voor de Albanezen in Kosovo echter niet bij, aldus Agani. In het kader van het streven van Belgrado meer Serviërs de provincie in te brengen, hebben bij alle vacatures Serviërs voorrang.

Voor Servische nationalisten, en dus ook voor president Milosevic, die zijn politieke carrière in Servië voor een goed deel aan zijn campagnes rondom Kosovo te danken heeft, zijn de Albanezen hier niet veel meer dan indringers. In de Servische nationale mystiek is Kosovo vooral de plaats waar in 1389 Serviërs slag leverden tegen de Turkse invasie, een slag die zij weliswaar verloren, maar die niettemin geldt als het begin van de Servische bevrijding van het Turkse juk in 1878. De LDK zegt voor haar onafhankelijkheidsstreven begrip te ondervinden bij Servische oppositiepartijen, maar het lijkt uiterst onwaarschijnlijk dat een Servische politicus het zich zou kunnen veroorloven toe te geven aan Albanees separatisme in Kosovo.

In de Servische regeringsverklaring werden de Albanezen gisteren weer tot "dialoog' met de regering in Belgrado opgeroepen, maar de LDK is daarin niet meer geïnteresseerd, zegt Agani. Buiten zijn de politieagenten en militairen teruggekeerd naar hun zwaarbewaakte kazernes, sommige midden in de stad. Na de bloedig geëindigde demonstraties van 1989-'90 probeert de LDK tegenwoordig de confrontaties op straat zoveel mogelijk te beperken. De Servische politie van haar kant beperkt tegenwoordig de provocatieve aanwezigheid. Stilte voor de storm, menen velen.