Kleine oneffenheden zijn Eltingh fataal; "Cash dwingt je elke keer opnieuw een wereldbal te slaan'; Van Haarhuis' voorbereiding droop de desinteresse af

LONDEN, 24 JUNI. Jacco Eltingh mag zich sinds afgelopen weekeinde scharen bij een illuster Nederlands tennisgezelschap. Ondanks zijn bescheiden plaats op de wereldranglijst kan hij er zich wel op laten voorstaan een Grand Prix-toernooi te hebben gewonnen. Op het gras van Manchester, na een indrukwekkende rij specialisten te hebben verslagen. De illusie die lijn op Wimbledon te kunnen voortzetten werd eigenlijk al bij het bekend worden van de loting de kop ingedrukt. Tegen Pat Cash, winnaar van het toernooi in 1987, zou een triomf een kleine sensatie zijn geweest. Daar kwam het gisteren dan ook niet van.

Hij won niet eens een set en dat stoorde hem nog het meest. “Cash dwingt je elke keer opnieuw een wereldbal te slaan”, moest hij erkennen. Zelfs nu hij op het Centre Court voortreffelijk speelde was dat onvoldoende om de 27-jarige Australiër uit zijn evenwicht te brengen. “Er waren vijf spelers die Jacco het beste niet tegen kon komen in de eerste ronde en Cash was er één van”, zei zijn trainer Alex Reijnders. Waar anderen tegen Zuidamerikanen en Spanjaarden “gratis ronden” krijgen stond Eltingh voor een onmogelijke opgave om zijn optreden van vorig jaar te evenaren.

Toen strandde hij in de vierde ronde op Andre Agassi. Ook op Centre Court. Bij aankomst op Wimbledon was hij er meteen even gaan kijken. Hernieuwde kennismaking met een dierbaar plekje. Zonder zenuwen, eerder ontspannen omdat hij door de toernooizege in Manchester een behoorlijk aantal punten had verdiend en was gestegen naar een 70ste plaats op de wereldranglijst, keek hij uit naar de openingspartij. Een nederlaag tegen Cash, die de realistische Eltingh wel had ingecalculeerd, zou geen dramatische duikeling tot gevolg hebben.

Die rust straalde hij uit op de baan. Zijn opslag was niet zo succesvol als de week ervoor toen hij in vijf partijen 46 aces sloeg, maar gaandeweg scoorde hij met prachtige diepe lage slagen toch tegen de in Londen uiterst populaire Cash. De 21-jarige Eltingh had zelfs vaker kansen op een break van de service van zijn tegenstander dan omgekeerd maar op de beslissende momenten trok de routinier steeds de set naar zich toe: 6-4, 6-4, 7-6. Alsof hij simpelweg wachtte tot het echt belangrijk werd, om vervolgens te scoren. “Niemand kan zich op Wimbledon permitteren bijna een hele set op halve kracht te spelen en dan pas door te drukken”, verwierp Cash die gedachte. “Hij miste gewoonweg een aantal punten die hij nooit had mogen missen.” Het waren de kleine oneffenheden in het spel van Eltingh die het grote gevolg van de uitschakeling hadden.

Maar hij kon tenminste nog met opgeheven hoofd de baan verlaten. Hij had zijn reputatie eer aan gedaan, was Wimbledon waardig. Hij is daarmee van de Nederlanders bijna een uitzondering. Nederlands tennis op het gras van de banen aan Church Road is de laatste jaren zelden een ideale combinatie geweest. De enorme impuls die de sport dankzij een succesvolle generatie heeft gekregen kan daar nauwelijks iets aan veranderen. Na twee dagen telt het toernooi nog maar een paar Nederlanders, van wie Richard Krajicek en Paul Haarhuis voor de tweede ronde aan elkaar gekoppeld werden. Ze hebben één ding met elkaar gemeen. Ze hebben een hekel aan gras.

Haarhuis demonstreerde dat nog het meest nadrukkelijk. Hij arriveerde pas gisterochtend om acht uur, een paar uur voor zijn eerste partij, in gezelschap van Marc Koevermans in Londen. Samen hadden ze in Genua - op gravel - een toernooi gespeeld, misten zondagavond in Milaan een toestel naar Nederland, waardoor ze pas maandag hun uitrusting voor Wimbledon op konden halen en besloten thuis de halve finale van het Europese voetbalkampioenschap te bekijken en dan maar dinsdagochtend vroeg naar het Grand-Slamtoernooi door te reizen.

De voorbereiding op die lastige ondergrond bestond daardoor uit een uurtje trainen in de ochtenduren. Koevermans verdiende met zijn roemloze nederlaag tegen Knowles veertienduizend gulden en kan zijn inkomsten met het dubbelspel nog wat opschroeven. Het valt spelers moeilijk kwalijk te nemen dat ze munten rapend het circuit afgrazen, hoewel er ook tennissers zijn die erkennen dat ze op Wimbledon niets te zoeken hebben en gewoonweg thuisblijven. Zelfdiscipline die niet iedereen bezit, waardoor te weinig sprake is van een gezond systeem dat gretige sportmensen op de baan brengt.

Van Haarhuis' voorbereiding droop evenzeer de desinteresse af, maar hij heeft eenmaal op de baan altijd die bijzondere eerzucht die hem aanzet om op winst te spelen. Voldoende om de Australiër Jason Stoltenberg in vijf sets (6-3, 7-5, 4-6, 4-6, 7-5) te verslaan en hem tegenover Krajicek te brengen.

Krajicek zegt geen hinder meer te ondervinden van zijn schouderblessure. De voorzichtige opslag (“ik sla de bal maar op tachtig procent van mijn kracht”) is slechts een veiligheidsmaatregel. Elk punt dat hij op die manier kan binnenhalen is meegenomen, als de nood aan de man komt kan hij altijd nog een beroep doen op die verwoestende klap. Tegen de Zuidafrikaan De Jager, die nauwelijks een eerste service binnen de lijnen sloeg, won de als elfde geplaatste Hagenaar moeizaam de eerste set (7-5) om daarna toch resoluut met 6-1, 6-2 een driesetter af te dwingen. In het grastoernooi van Rosmalen ontbrak de inspiratie. “Ik lees altijd dat ik dood over de baan loop en daar was dat ook zo. Daarna heb ik twee dagen niks gedaan. Nog minder dus dan op dat toernooi.” Hoe het nu staat met zijn honger naar succes valt niet te achterhalen. Hij praat losjes over “wat rondjes verder komen” laat er een mysterieuze jongensachtige glimlach op volgen die niets verraadt en alleen veel te gissen overlaat.

Foto: Jacco Eltingh in actie. De Nederlander ging op Wimbledon tegen Pat Cash ten onder. (Foto NRC Handelsblad/Freddy Rikken)