Innen smartegeld vaak moeizaam; Slachtoffers ervaren therapeutisch effect van schadevergoeding

DEN HAAG, 24 JUNI. Begrijpelijk, gelet op de zwakke positie van het slachtoffer in het strafrechtelijk systeem, maar in hoge mate symbolisch. Zo beoordeelt de secretaris van het Schadefonds geweldsmisdrijven, mr. D. Jalink, de vorige week bekend geworden beslissing van de Utrechtse rechtbank om een gedetineerde verkrachter van een vijfjarig meisje die over geen enkel financieel vermogen beschikt, te veroordelen tot het betalen van 100.000 gulden smartegeld aan het slachtoffer.

“Het is belangrijk dat de overheid iemand als slachtoffer erkent, maar zij zal van dit soort beslissingen zeer waarschijnlijk financieel niet wijzer worden”, zegt Jalink.

De secretaris van de commissie die het per 1 januari 1976 bij wet ingestelde fonds beheert dat uitkeringen verstrekt aan mensen die in Nederland na een misdrijf zwaar letsel hebben opgelopen, meent dat de Utrechtse beslissing tot het toewijzen van een voor Nederlandse begrippen ongekend hoog bedrag aan schadevergoeding in dit soort zaken, een belangrijke trendbreuk betekent. “Het record aan schadevergoeding bij een verkrachtingszaak lag op 30.000 gulden. We naderen nu in snel tempo Amerikaanse situaties waar enorme bedragen aan smartegeld worden toegekend”, aldus Jalink.

Vooral in zedenzaken proberen gedupeerden steeds vaker financiële genoegdoening te krijgen voor het aangerichte leed. Jalink bespeurt een “aanmerkelijk toegenomen erkenning van het slachtofferschap in zedenzaken”. Een ontwikkeling die volgens hem te danken is aan het activisme van de vrouwenbeweging en feministische advocaten. Waar vroeger nogal eens schamper de schouders werden opgehaald voor slachtoffers van seksueel misbruik, vinden zij nu juridisch gehoor.

Niet alleen bij de rechter maar ook bij het schadefonds hebben de laatste vijf jaren steeds meer mensen die seksueel misbruikt zijn een verzoek om een uitkering ingediend. Ongeveer een derde van alle uitkeringen van het schadefonds, dat over het afgelopen jaar de recordhoogte van 3,5 miljoen gulden toekende, ging naar een slachtoffer in zedenzaken. Dat zijn ongeveer 250 zaken.

De uitkeringen van het schadefonds bedragen voor materiële schade maximaal 25.000 gulden en voor immaterële schade 10.000 gulden. De gemiddelde uitkering bedraagt 6.000 gulden. Voor een verkrachting wordt doorgaans zo'n 5.000 gulden en voor incestzaken ongeveer 3.750 gulden aan smartegeld uitgekeerd. Er liggen overigens voorstellen bij Justitie om de maximaal uit te keren bedragen te verhogen tot respectievelijk 40.000 en 15.000 gulden.

Het schadefonds keert niet uit als een slachtoffer met succes de dader financieel kan aanspreken. In het afgelopen jaar is slechts in zes procent van de gevallen een beroep op het fonds afgewezen, omdat de dader of zijn verzekering de schade betaalt.

Volgens Jalink zijn de mogelijkheden om via de burgerlijke rechter verhaal te halen in de praktijk zeer beperkt. “Het lijkt soms zo makkelijk. Iedereen heeft wel een stereotoren of een auto. Maar als de deurwaarder langskomt, blijken die goederen altijd weer op de naam van iemand anders te staan.”

Het schadefonds is er zelfs nooit aan begonnen gebruik te maken van de mogelijkheid om een uitgekeerde schadevergoeding terug te vorderen bij de dader. Ook al krijgt het schadefonds zelfs informatie van instanties als de belastingdienst over de dader, een verhaalsactie zou meer kosten dan dat die opbrengt.

Jalink noemt het dan ook niet echt zinvol, zoals nu door de Utrechtse rechtbank is gebeurd, een dader tot het betalen van enorme bedragen te veroordelen. “De civiele rechter wilde kennelijk de ernst van de feiten aangeven, maar dat is de taak van de strafrechter”. Jalink sluit evenwel niet uit dat van het vonnis een preventieve werking uitgaat.

De advocate van de vader die namens het verkrachte meisje de 100.000 gulden had gevorderd, mr. A. van Ravenhorst-Boulogne, zegt dat de procedure om via de civiele rechter de dader van een misdrijf aan te spreken voor cliënten “een belangrijke therapeutische werking” kan hebben. “Sommige cliënten willen hoe dan ook dat een dader moet bloeden voor het aangedane leed. Ze hebben bovendien nog een vage hoop dat wellicht ook familie van de dader financieel zal bijspringen, maar dat laatste heb ik nog nooit meegemaakt”.

Meer succes bij het ook daadwerkelijk innen van een financiële schadevergoeding hebben slachtoffers als zij zich als zogeheten beledigde partij voegen in het strafproces tegen de dader. Het nadeel daarvan is dat de schadevergoeding in dergelijke gevallen is gebonden aan een limiet van maximaal 1.500 gulden. Al liggen er ook op dit gebied voorstellen van een commissie om die limiet los te laten.

Ook al is het bedrag laag, Van Ravenhorst die veel slachtoffers in zedenzaken heeft bijgestaan, ervaart dat cliënten toch tevreden zijn met de relatief lage schadeloosstelling. “Het is hoe dan ook een pleister op de wonde. Ook al komt het bedrag pas via een moeizame afbetalingsregeling van 50 gulden per maand binnen”.

Niet bekend

“De commissie beoordeelt zelf of het aannemelijk is dat er een delict waaruit schade is voortgekomen, is gepleegd”, zegt Jalink. Daartoe is het zelfs niet strikt noodzakelijk dat een slachtoffer aangifte heeft gedaan.