Elton John en Eric Clapton: nette oude glorie in De Kuip

Concert: Elton John en Eric Clapton. Gehoord: 16/6 Feyenoordstadion, Rotterdam.

Hoe vaak zou Eric Clapton zijn bekendste nummer Layla tot nu toe hebben gespeeld? Sinds hij het in 1970 op de plaat zette met zijn toenmalige groep Derek And The Dominoes, misschien wel enkele honderden keren. Hij moet het kunnen dromen, en toch presteerde de Engelse popster het gisteravond voor een bijna vol Feyenoordstadion om de zelfgecomponeerde rockklassieker in een verkeerde toonsoort in te zetten. De concentratie was zoek en tijdens een plichtmatig concert wekte de 47-jarige Clapton geen moment de indruk, dat hij er echt zin in had. Hier werd een lesje afgedraaid, waarbij de clownesk met zijn stokken zwaaiende percussionist Ray Cooper voor visueel spektakel moest zorgen.

"Dit is jouw publiek, Eric. Voor mij zijn ze niet gekomen.' Naar verluidt waren dat de woorden van een volstrekt moedeloze Elton John, toen hij na een moeizame anderhalf uur zonder toegift de kleedkamer betrad. Het publiek was niet warm te krijgen voor zijn oerdegelijke liedjes, ondanks mogelijke publieksfavorieten als Daniel en Sorry seems to be the hardest word. Bij de liedjes van het nieuwe album The One, niet meer dan een voetnoot bij zijn dertigdelig platenoeuvre, zakte de stemming zelfs tot een bedroevend laag pitje. Het overwegend al wat oudere publiek was duidelijk niet gekomen om nieuwe nummers te horen, om nog maar te zwijgen van de oubollige symfonische rock die als ouverture van het langgerekte Love lies bleeding werd gepresenteerd. Elton John bedoelde het goed, met een fraai lied over aids en een ode aan Freddy Mercury in de vorm van Queen's The show must go on. Het gaf enigszins te denken, dat alleen de bombast van laatstgenoemde meezinger een beetje sfeer in het stadion bracht. Zoals hij daar zat, met zijn weelderige nieuwe haardos achter de elektrische piano, had Elton John de uitstraling van een boeddhabeeld dat nodig moet worden afgestoft.

Het is een hele kunst om zo'n afwachtend, op spektakel belust stadionpubliek te bespelen. Bruce Springsteen kan het, de Rolling Stones zijn er meesters in en misschien lukt het Guns 'n Roses aanstaande dinsdag in hetzelfde stadion. De koppeling van Elton John aan Eric Clapton lijkt echter vooral ingegeven door het feit dat geen van beide afzonderlijk in staat zou zijn om De Kuip te doen volstromen. Allebei hebben ze hun artistieke bloeiperiode al geruime tijd achter de rug, en teren ze op oude glorie. Eric Clapton bracht onlangs zijn zoveelste live-album uit, met uitgekauwde nummers als White Room en Sunshine of your love. Deze 25 jaar oude hits van de "supergroep" Cream stonden ook nu weer prominent op het programma, met een zekere meerwaarde door het stuwende piano- en orgelspel van Chuck Leavell, de Amerikaan die bekend werd als vaste sessiemuzikant van het Rolling Stonescircus. Alles aan Claptons concert was tot in de puntjes verzorgd: van de fraaie gospelkoren van zangeressen Katie Kissoon en Gina Foster tot de onberispelijke snit van zijn Armanikostuum. Zulke details garanderen nog geen opwindende avond. Met het sentiment van het breekbare Tears in heaven en het devoot meegeprevelde Wonderful tonight werd een gevoelige snaar geraakt, maar het veelbelovende boogieritme van Bo Diddley's Before you accuse me miste de scherpte van het origineel. Wat resteerde was de overmaat aan jankende, priemende en dreinende gitaarsolo's die Eric Clapton tot zijn handelsmerk heeft gemaakt. Sommige werden zelfs tot op de verste tribunes meegezongen, omdat Clapton ze zo vaak gespeeld heeft dat de verstokte fans ze noot voor noot aan voelen komen. Voor hen was het ongetwijfeld een feest der herkenning.