Coalitiepartners in conflict over salaris leraren

DEN HAAG, 24 JUNI. Tussen de regeringspartijen CDA en PvdA bestaat een groot verschil van mening over de verhoging van de aanvangssalarissen van leraren.

De PvdA wil daarvoor het geld gebruiken dat Onderwijs minder uitgeeft dan in de begroting is opgenomen; het CDA wijst dit principieel van de hand. Dat bleek vanmiddag in de Tweede Kamer bij de behandeling van de Voorjaarsnota.

In deze nota doet minister Kok (financiën) verslag van de lopende begroting. Het geld dat departementen minder uitgeven dan begroot, "onderuitputting', komt weer terug bij Financiën. PvdA-woordvoerder Melkert wil voor Onderwijs een uitzondering maken en het bedrag, 100 à 300 miljoen gulden, gebruiken voor de aanvangssalarissen van leraren. Het volledig wegwerken van de salarisachterstand kost ruim 500 miljoen gulden per jaar.

Coalitiegenoot CDA is “principieel” tegen deze methode. “Eerst moet minister Ritzen maar met de onderwijsbonden gaan praten”, meent financieel-woordvoerder Terpstra “en als het resultaat van dit overleg extra geld kost dan zien we wel hoe dit wordt gefinancierd. Het genoemde bedrag gaat als bodem fungeren bij de onderhandelingen; zeer ontactisch.”

Beide regeringsfracties dringen er bij het kabinet op aan om haast te maken met de oprichting van het zogenoemde Gasbatenfonds. Het kabinet verwacht in de periode 1995 tot 2010 ten minste 30 miljard gulden extra te besteden aan de infrastructuur uit dit fonds dat wordt gevoed door de export van extra aardgas. CDA en PvdA vinden 1995 te laat, en willen reeds volgend jaar hiermee een begin maken.

Uit de Voorjaarsnota blijkt dat het financieringstekort van het rijk binnen de norm van 4,25 procent van het nationaal inkomen blijft. De collectieve lastendruk (som van belastingen en sociale premies) komt uit op 54 procent van het nationaal inkomen; een fractie boven de norm van 53,6.

Terpstra wil “in een poging het tij te keren” dat het kabinet de verhoging van de milieuheffing op brandstoffen uitstelt tot 1 januari 1993. De Eerste Kamer is gisteren gegaan met een verhoging met ingang van 1 juli. VVD-woordvoerder De Korte pleit voor een uitstel tot 1 oktober; het rijk loopt dan ruim 250 miljoen gulden aan inkomsten mis en de collectieve lastendruk zou uitkomen op 53,9 procent; volgens recente berekening komt de lastendruk uit op 54 procent.

Minister Kok zei gisteren in de Eerste Kamer geen kans te zien door verdere bezuinigingen op de rijksbegroting de lastendruk verder te verlagen. Wel wees hij erop dat de voorgenomen verlaging van de btw volgend jaar volledig zal doorwerken en de lastendruk met 0,4 procent zal reduceren.

Hoewel hij de overschrijding van de norm voor de collectieve lastendruk dit jaar voor lief neemt, is er volgens de minister van financiën alle reden aan verlaging hiervan te werken. “Dat is een van de graadmeters voor de kwaliteit van het kabinetsbeleid”, zei Kok.

De CDA-fractie in de Tweede Kamer wil met ingang van volgen jaar een “systematisch” begin moet worden gemaakt met het terugdringen van de lastendruk. Minister Andriessen en minster-president Lubbers hebben voorgesteld om vanaf 1994 de collectieve lastendruk met een half procentpunt te verlagen. De CDA-fractie wil hier volgend jaar mee beginnen.

CDa en PvdA vinden dat de Nederlandse definitie van de collectieve lastendruk meer moet aanlsuiten bij wat in het buitenland gebruikelijk is. Ze vragen het kabinet om de definitie “op te schonen”; voor de CDA-fractie is dit alleen aanvaardbaar als ook de norm van 1990 wordt verlaagd. “De herdefiniëring mag geen vluchtroutte worden om de doelstelling van het regeerakkoord niet na te komen”, aldus Terpstra.

De PvdA-fractie vindt dat het kabinet 200 miljoen gulden extra moet uittrekken voor de bestrijding van de criminaliteit. De helft van dit bedrag moet worden besteed aan de bouw van nieuwe cellen; de andere helft voor de verhoging van de “buurt-veiligheid” via meer stadswachten en conciërges. En het hang- en sluitwerk van woningwetwoningen moet worden verbeterd, aldus Melkert.