BMW-vestiging wordt eerste Duitse autofabriek in de VS

NEW YORK, 24 JUNI. BMW zal zijn eerste fabriek buiten Duitsland gaan bouwen in het Amerikaanse Greenville-Spartanburg (South Carolina). Met de bouw, die volgende maand begint, is een bedrag van 250 à 300 miljoen dollar gemoeid. De eerste auto moet in 1995 van de band rollen.

De fabriek zal straks werk bieden aan ongeveer 2.000 mensen en de capaciteit is 300 auto's per dag tot een maximum van 73.000 per jaar. In verhouding tot de BMW-produktie in 1991 is dat iets meer dan 14 procent.

“BMW is tot de keuze voor Greenville gekomen na 250 lokaties in de wereld te hebben bestudeerd”, aldus Tom McGurn van het BMW-hoofdkantoor in Woodcliff Lake, New Jersey. “Uiteindelijk waren Omaha (Nebraska) en Greenville de enig overgeblevene, maar omdat Greenville meer te bieden had, is de keuze uiteindelijk daarop gevallen.” Greenville heeft het terrein gefinancierd door obligaties uit te geven en BMW geniet belastingvoordelen voor de eerste jaren tot een bedrag van 150 miljoen dollar.

BMW heeft op dit moment in de VS al 850 mensen in dienst. Het bedrijf koopt per jaar 250 miljoen dollar aan onderdelen van Amerikaanse bedrijven. Vorig jaar daalden de verkopen van BMW in de VS tot ruim 50.000 auto's. Dit jaar zijn de verkopen bijna 25 procent gestegen.

De vakbond United Auto Workers (UAW) volgt het initiatief van BMW “met grote interesse”, zo laat woordvoerder Reg McGee weten. Terwijl de Amerikaanse autofabrikanten goedkope faciliteiten zoeken in Mexico, komt BMW de VS binnen om auto's te produceren. McGee: “Wij zien dat niet als compensatie. De UAW is helemaal niet blij met Amerikaanse fabrieken in Mexico waar werknemers tegen hongerlonen moeten produceren en waar milieuvoorschriften niet tellen.”

De BMW-fabriek is de eerste Duitse autofabriek in de VS sinds Volkswagen zich in 1988 terugtrok. De oorzaak voor het vertrek van VW waren tegenvallende verkoopcijfers. Volkswagen opereert nog wel in Puebla in Mexico, de enige plaats ter wereld waar de kever nog in produktie is.

Onze correspondent in Bonn voegt hieraan toe: In München werd gisteren als motief voor de vestiging in Greenville-Spartanburg ook genoemd dat de produktiekosten daar omstreeks 30 procent lager liggen dan in de Bondsrepubliek. De vestigingsplaats in South-Carolina bevrijdt BMW ook van risico's van schommelingen van de dollarkoers en bovendien van eventuele Amerikaanse handelsbelemmeringen. Behalve de investering in Greenville-Spartanburg wil BMW ook omstreeks 400 miljoen mark in de verbetering van zijn verkooporganisatie in de VS steken. Dit mede om het voor de VS-markt gedachte nieuwe model - “een soort Beierse Maxda MX 5” - een betere marktbegeleiding te geven. Bij BMW wordt gedacht aan een tweezits "roadstar', die circa 45.000 mark moet gaan kosten en dan dus de helft goedkoper is dan zijn voorganger, de Z 1. De prijsstelling moet aansluiten bij het veranderde koopgedrag op de Amerikaanse markt, waar dure (sport)auto's minder gevraagd zijn dan in vorige decennia en waar bovendien de concurrentie van de Japanse producenten sterk is toegenomen.