Volledige liberalisering van Europese luchtvaart in '97 een feit

ROTTERDAM, 23 JUNI. De volledige liberalisering van de EG-luchtvaart zal pas in 1997 een feit zijn. Dit hebben de EG-ministers van transport gisteren in Luxemburg na lang onderhandelen besloten. Ze besloten ook dat de tarieven per 1 januari 1993 zullen worden vrijgelaten, maar niet verwacht wordt dat de prijzen van een vliegticket hierdoor aanzienlijk zullen dalen in de nabije toekomst.

Luchtvaartmaatschappijen mogen vanaf 1 april 1997 reizigers vervoeren tussen twee bestemmingen in andere landen. De KLM kan dan bijvoorbeeld vluchten tussen Parijs en Lyon of Londen en Frankfurt verzorgen. Deze vrijheid wordt cabotage genoemd. Groot-Brittannië en Nederland wilden dat cabotage al over een jaar ingevoerd zou worden, maar de andere EG-lidstaten onder leiding van Frankrijk wilden een veel langere overgangsperiode.

In de zuidelijke EG-lidstaten is de band tussen de luchtvaartmaatschappijen en de staat nog erg stevig: Air France en Iberia zijn nog voor een meerderheid - respectievelijk 100 en 97 procent - in handen van de overheid. De KLM is daarentegen nog slechts gedeeltelijk staatseigendom en British Airways is inmiddels volledig geprivatiseerd. Volgens prof.dr.H.B. Roos, hoogleraar luchtvaart economie aan de Universiteit van Amsterdam, is de opstelling van overheden zakelijker als de belangen van de staat en de luchtvaartmaatschappij zijn losgekoppeld.

“Het akkoord roept nog een aantal vragen op”, zegt Roos. “Het is niet duidelijk of Amerikaanse of Aziatische luchtvaartmaatschappij nu ook actief kunnen worden in de EG. Ook kan ik uit deze overeenkomst niet opmaken of luchtvaartmaatschappijen nu een groter belang in elkaar mogen nemen en of de EG als EG wil onderhandelen over landingsrechten met andere landen.”

De KLM, die zich altijd een groot voorstander van liberalisering van het luchtverkeer heeft getoond, is wel tevreden over het bereikte resultaat. “We hadden er al rekening mee gehouden dat de weg naar een vrije markt lang is”, aldus een KLM-woordvoerder.

De ministerraad heeft ook besloten dat luchtvaartmaatschappijen, als ze voldoen aan geharmoniseerde technische en financiële eisen, zich mogen vestigen in andere landen om van daaruit vluchten te verzorgen. Dit recht kan beperkt worden wanneer er milieubezwaren zijn of het betreffende vliegveld al overvol is. Ook kan een overheid de vluchten tussen twee plaatsen tegenhouden als er al een hoge-snelheidstrein tussen die twee bestemmingen rijdt.

De transportministerraad sprak verder over de tarieven. Deze zullen worden vrij gelaten, maar de nationale overheden behouden het recht in te grijpen als de prijzen exorbitant hoog zijn of als er sprake is van dumpprijzen. Als overheid en luchtvaartmaatschappij hierover geen overeenstemming bereiken, zal de Europese Commissie als arbiter optreden.

Luchtvaartdeskundigen verwachten niet de de tarieven in de EG aanzienlijk zullen dalen. Aangenomen wordt dat de meest efficiënte luchtvaartmaatschappij het peil van de tarieven zal bepalen.

Hoewel de liberalisering van de luchtvaart minder snel gaat dan Nederland wil, was minister Maij-Weggen van verkeer en waterstaat “optimistisch” over het bereikte resultaat in Luxemburg. “Naar mijn mening is de EG op weg naar een effectiever vervoersysteem met meer samenwerking tussen de luchtvaartmaatschappijen”, aldus de minister.