Voetbalscheidsrechter in het nauw

Alleen het slachtoffer is er. Een kleine, onopvallende man die beleefd antwoord geeft op de bezorgde vragen van de Hilversumse politierechter, mr. L. Galema.

“Hoe gaat het nu met u, meneer Peters?”

“Wel redelijk.”

“Alles goed gekomen met uw gezicht?”

“Ja. Ik heb een tijdje in het ziekenhuis gelegen. Mijn bovenkaak en onderkaak waren gebroken. Ik heb nu weer een nieuw gebit.”

De brokstukken van het oude gebit lagen op een avond in september 1991 op de vloer van een sporthal in Hilversum. Peters lag een eindje verderop, bloedend uit vele hoofdwonden. Een simpel zaalvoetbalwedstrijdje was uit de hand gelopen. Spelers en supporters van een Turks team waren kwaad geworden op de scheidsrechter, en dat was die avond toevallig meneer Peters.

Het was een officiële KNVB-wedstrijd tussen een Hilversums en een Turks team. De thuisspelende Hilversummers moesten voor een scheidsrechter zorgen. Dat werd hun wedstrijdsecretaris, Peters, tevens een ex-KNVB-scheidsrechter. De tijdwaarneming zou verricht worden door Aalbers, een Nederlands bestuurslid van het Turkse team. Op die manier zouden de clubbelangen elkaar kunnen neutraliseren.

Aalbers bleek echter niet alleen bestuurslid, maar ook coach van het desbetreffende team. En dan ook nog het type coach dat geen besef heeft van de betrekkelijkheid van zo'n wedstrijd. De vijandelijkheden begonnen al vóór het eerste fluitsignaal. Aalbers bleek geen stopwatch te bezitten. Peters bood hem er een aan.

“Laat maar”, zei Aalbers, “ik doe het wel op mijn manier.”

“Dan doe ik het zelf”, zei Peters. “Houd u maar de stand bij.”

“Bekijk het maar”, zei Aalbers, en ging op de tribune zitten.

De wedstrijd verliep aanvankelijk sportief. De enige die problemen veroorzaakte, was Aalbers. Luidkeels bemoeide hij zich vanaf de tribune met de leiding van Peters. Die wendde zich ten slotte tot de Turkse aanvoerder met het verzoek Aalbers van de tribune te verwijderen. “Dat was een denkfout van mij”, gaf Peters later tegen de politie toe, “ik had speltechnisch niet het recht daartoe.”

Aalbers bleef en begon vervolgens de supporters van zijn team met gebalde vuisten op te hitsen. Het Turkse team bracht een 2-0 achterstand tot 2-1 terug - en dat was het moment voor Aalbers om rechtstreeks het wedstrijdverloop te beïnvloeden. Hij daalde van de tribune af en kroop achter het tafeltje van de tijdwaarneming.

Peters verzocht hem tot tweemaal toe te vertrekken. Aalbers weigerde. Daarop staakte Peters de wedstrijd voorlopig.

Het Hilversumse team toog naar de kleedkamer. Samen met een bemiddelaar probeerde Peters hen nog over te halen terug te komen, maar de meesten stonden al onder de douche. Peters keerde onverrichterzake terug naar de zaal en deelde daar mee dat hij de wedstrijd definitief staakte.

Groter onheil had Peters niet over zichzelf kunnen afroepen. Eén Turkse speler gooide het tafeltje van de tijdwaarneming om en spuugde en sloeg Peters in het gezicht. Peters probeerde te vluchten, maar het was al te laat. Een groot aantal Turkse spelers en supporters stortte zich op hem. Ze gooiden hem op de grond, ze sloegen en schopten hem. Eén supporter speelde daarbij een hoofdrol en schopte Peters nog in het gezicht toen hij bloedend op de grond lag. Aalbers hield zich afzijdig, wat óók betekent dat hij zijn ploeg niet tot de orde riep.

Er waren enkele Nederlanders, onder wie de zoon van Peters, getuige van deze bloedige afrekening, maar zij durfden niet in te grijpen. Peters kon pas ontzet worden door spelers van een ander Hilversums team. Zijn zoon bracht hem naar de kleedkamer, even later gevolgd door twee Turkse spelers en de Turkse supporter die het primitievere slagerswerk voor zijn rekening had genomen. “Het is je verdiende loon”, zei een van hen tegen Peters, “we trappen je straks helemaal in elkaar.”

Zo ver is het niet gekomen. Iemand wist de Turkse gemoederen tot bedaren te brengen, zodat Peters ongehinderd naar het ziekenhuis kon vertrekken.

“Hoeveel mensen hebben u geslagen?” vraagt de politierechter nu aan Peters.

“Tussen de vijf en tien.”

Bij de eerste behandeling van de zaak waren twee verdachten - Ali en Mustafa, mannen van voor in de twintig - aanwezig geweest. De zaak werd toen aangehouden om ook het slachtoffer te horen. Maar nu ontbreken de verdachten. Alleen de derde verdachte, de speler Ahmed, heeft schuld bekend. Hij is inmiddels Nederland uitgezet omdat hij een illegaal bleek te zijn. De andere twee verdachten ontkennen hardnekkig.

“Wilt u nog iets opmerken?”, vraagt de politierechter aan mr. J. Plasman, de advocaat van de twee Turkse verdachten. Het klinkt alsof hij er bijzonder weinig van verwacht.

“Ik wil gewoon mijn pleidooi houden”, zegt de advocaat, enigszins geprikkeld.

Voor hem is het laatste woord in deze zaak nog lang niet gezegd. De telastlegging deugt in zijn ogen niet. Daarin wordt een causaal verband gelegd tussen het aandeel van iedere verdachte afzonderlijk en de verwondingen van Peters. Maar volgens Plasman kan niet worden aangetoond dat de kaken van Peters zijn gebroken door een klap van bij voorbeeld Mustafa. Het aandeel van Ali, supporter op de tribune en broer van de speler Mustafa, acht hij überhaupt onbewezen. Hij wijst erop dat maar één getuige daarvan zeker is, de anderen spreken elkaar tegen.

En Peters zelf? Hij heeft Mustafa herkend als degene die hem het eerst heeft geslagen. Maar Ali kwam hem onbekend voor.

De rechter veegt de argumenten van de advocaat in een oogwenk van tafel. “Dit is openlijke geweldpleging met z'n allen. Het is niet relevant wie welke klap heeft uitgedeeld. Ik ben er ook van overtuigd dat Ali dader is geweest. Dat wordt niet ontzenuwd doordat Peters hem later niet herkende. Peters heeft tijdens die vechtpartij zijn gezicht afgewend.”

De officier van justitie, mevrouw mr. A. Broek-Blaauboer, had twee maanden onvoorwaardelijk geëist, de rechter maakt er twee maanden van waarvan één maand voorwaardelijk. De advocaat neemt er geen genoegen mee - hij zal zijn cliënten aanraden in beroep te gaan. De verdachten zijn inmiddels ook door de KNVB gestraft, maar over de strafmaat toont het slachtoffer zich weinig tevreden.

“In eerste instantie werden ze voor enkele jaren niet speelgerechtigd verklaard”, vertelt Peters, “maar de commissie van beroep heeft dat teruggebracht tot vier maanden. Het bestuur van mijn vereniging heeft de KNVB nu om een verklaring gevraagd.” Hij voegt er droogjes aan toe: “Die mensen zouden voor het leven uitgesloten moeten worden.”

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.