Veredeld camping-elftal van Denemarken bereikt finale na strafschoppen; "Nieuwe Maradona' aan basis afgang

GOTHENBURG, 23 JUNI. Karl-Heinz Rummenigge noemt hem de nieuwe Maradona van het voetbal. Arrigo Sacchi, Italiaans bondscoach en voormalig trainer van AC Milan, was er afgelopen week aan de borreltafel van een Italiaans restaurant in Stockholm ook van overtuigd. “Nederland wordt de Europese kampioen, want Marco wil winnen.” Het was derhalve bijzonder wrang dat uitgerekend Marco van Basten met het missen van een penalty aan de basis stond van de uitschakeling van het Nederlands elftal tegen Denemarken.

De Denen vormen een veredeld camping-elftal dat op het EK zonder enige serieuze voorbereiding de plaats van Joegoslavië innam, maar met de wedstrijd groeide en meer zelfvertrouwen kreeg. Dat neemt niet weg dat het Europese voetbal diep lijkt weggezonken, want een onvoorbereid elftal kon zo maar doordringen tot de finale van 's werelds op één na belangrijkste voetbaltoernooi. Bovendien heeft het EK - wellicht met uitzondering van Dennis Bergkamp - geen enkele nieuwe potentiële ster voor de toekomst opgeleverd.

“Het Deense succes toont nog eens het betrekkelijke aan van een langdurige en gedegen voorbereiding. Bovendien hadden de Denen het grote voordeel dat zij als underdog aan dit toernooi begonnen”, analyseerde Rinus Michels. Vooraf was de bondscoach geconfronteerd met grote druk, want zijn elftal was in de internationale pers afgeschilderd als het team dat het voetbal van de toekomst speelde met de vedetten van de jaren negentig als Van Basten en Bergkamp. “Maar ik kan me niet herinneren dat ik dit toernooi één kans gehad heb”, vergeleek Marco van Basten de rol van prima donna in het internationale voetbal anno 1992 ten opzichte van zijn topscorerspositie op het EK in 1988, toen hij vijf doelpunten maakte.

Michels: “Marco heeft tot vanavond heel goed gespeeld. Zeker de manier waarop hij zich ondergeschikt maakte aan het collectief. Maar de scorende Marco ontbrak tegen Denemarken. Dat is voor een speler van zijn niveau altijd teleurstellend.” Michels had zich zijn afscheid als coach op het internationale podium bepaald anders voorgesteld. “Maar mijn carrière wordt niet bepaald door één moment. Daarvoor heb ik als coach te veel hoogtepunten, maar ook te veel teleurstellingen meegemaakt.”

De kater van Zweden kan echter wel eens een sneeuwbaleffect hebben op de wankele toekomst van het Nederlandse voetbal, die grotendeels geregisseerd wordt door Johan Cruijff vanuit Barcelona. Leo Beenhakker zit op een dood spoor bij Real Madrid en Rinus Michels zag zijn laatste kunststukje mislukken bij de KNVB - Cruijff zal er in Barcelona geen traan om laten. Eén uitglijder van de kleine generaal, Michels' opvolger Dick Advocaat, in de kwalificatiereeks voor het WK in 1994 in de Verenigde Staten en hij kan wel inpakken. Advocaat schijnt weliswaar waterdichte afspraken te hebben gemaakt met de drie uit Milaan, maar het is nog maar zeer de vraag wat die waard zijn in een klimaat waarin de vedetten uit het wereldvoetbal de zaak op het moment suprême niet meer kunnen regisseren.

Michels sprak na de uitschakeling tegen de Denen over een Hitchcock-thriller, een heroïsche halve finale. Maar de realiteit was dat er binnen het Oranje-kamp na de overwinning tegen aartsrivaal Duitsland een gevaarlijke euforiestemming was ontstaan. Eigenlijk was het toernooi door de zege tegen de Duitsers voor Nederland al geslaagd. Weinig professioneel, want de Denen beschikten met Brian Laudrup, Flemming Povlsen en Henrik Andersen over achttien-karaats spelers. “Ik heb vooraf al gesteld dat Laudrup zich tot één van de grote sterren van dit toernooi zou kunnen ontwikkelen”, stelde de Deense bondscoach Richard Möller-Nielsen nuchter.

In ieder geval verkeek Nederland zich schromelijk op de veerkracht van de technisch begaafde tegenstander, die in de optiek van de Oranje-klanten al groggy in de touwen hing voordat het gevecht was begonnen. “Als je zo lang meeloopt als ik, dan leer je dat er van onderschatting sprake is, ook al waarschuw je daar iedereen voor”, aldus Michels, die daarmee de kern van de zaak raakte. “We dachten dat we over negentig minuten altijd de winnaar zouden zijn. Wat er ook zou gebeuren. Bovendien dachten we de zaak wel te kunnen oplossen met voetbal. Maar de Denen hebben ons aangetoond dat voetbal vooral in de individuele duels een gevecht is. Zeker de eerste helft verloren we daarvan de meeste.”

Binnen tien minuten maakten de Denen acht overtredingen. Daarop haakte Nederland onmiddellijk in met grove charges. Rijkaard kreeg een gele kaart maar de geïrriteerde Van Basten, Ronald Koeman en Jan Wouters maakten het over negentig minuten zelfs zó bont dat het niemand had mogen verbazen wanneer zij zelfs een rode kaart hadden gekregen. Laudrup werd door Wouters uit de wedstrijd geschopt en Andersen kon na een botsing met Van Basten met een zware knieblessure naar het ziekenhuis.

Het was de Nederlandse frustratie die werd botgevierd op een tegenstander, die niet van opgeven wilde weten. Eerst kopte Larsen ongehinderd in (Klinsmann maakte voor Duitsland tegen Van Breukelen een identieke goal), Bergkamp maakte gelijk, maar nog voor rust accentueerde Larsen opnieuw de verdedigende chaos bij Nederland door Van Breukelen uit een niet goed afgeslagen aanval opnieuw te passeren.

Michels: “Dit Nederlandse team moet ver van de eigen goal spelen. Omdat de kwaliteiten van de belangrijkste spelers niet in defensief opzicht moeten worden gezocht. Vandaar ook dat we met Frank de Boer zijn gestart en niet met Van Aerle. Maar de Denen slaagden er aanvallend in ons constant handenvol werk te bezorgen.” Met Kieft als pinchhitter zocht Nederland na de hervatting wanhopig naar een opening in de op zijn tandvlees lopende Deense verdediging. Toen Rijkaard vlak voor de reglementaire speeltijd de gelijkmaker maakte leek alles nog precies op tijd in orde te komen want fysiek konden de Denen nauwelijks meer.

Niettemin sleepte het team zich door de verlenging waarna de voor Nederland fatale strafschoppenreeks begon. Michels: “Als je ziet dat vier, vijf spelers bij Denemarken in de slotfase niet eens meer normaal konden lopen maar liepen te hinken, dan moet je alleen maar bewondering opbrengen voor die ploeg. Dat was precies het verschil in mentaliteit waar ik in de rust nog op gehamerd heb. Ik heb de spelers gezegd dat die beter moest. De tweede helft liep het beter. Maar als coach ben je toch afhankelijk van je belangrijkste spelers in het veld.”

Verreweg de belangrijkste, Marco van Basten, zat tegen Denemarken echter bepaald niet goed in de wedstrijd.

Foto: Het uitbundige feestje van de Denen. Doelman Peter Schmeichel die de strafschop van Vanb Basten stopte staat in het middelpunt. (Foto Michael Kooren)