Tere, bescheiden lyriek in vioolconcert Yun

Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Hans Vonk, met Vera Beths (viool), Lucy Shelton (sopraan), Mary King (mezzo-sopraan), Thomas Randle (tenor) e.a.. Werken van Yun, Strawinsky en Nono. Gehoord: 22/6 Concertgebouw, Amsterdam.

Nadat vrijdagavond bij een optreden van het Radio Kamerorkest in de Beurs van Berlage was geprotesteerd tegen de voorgenomen bezuiniging van 10 miljoen gulden op de omroeporkesten, onderbrak het Radio Symfonie Orkest zondagavond in het Utrechtse Vredenburg voor tien minuten het concert en viel gisteren bij het Radio Filharmonisch Orkest in het Concertgebouw boven de orgelbank te lezen: NOS maakt levende muziek dood.

In de commotie vergat dirigent Hans Vonk, ditmaal aan de beurt voor een dringend beroep op het NOS-bestuur, zijn dirigeerstok en de partituur van Strawinsky's The Flood, een Musical Play voor twee bassen, tenor, koor, spreekstemmen en orkest naar vijftiende-eeuwse Engelse mirakelspelen, Strawinsky's langste compositie uit zijn laatste seriële periode.

Onlangs bood het Residentie Orkest een veel helderder stromende Zondvloed, maar in het wolliger klinkende Concertgebouw verliest Strawinsky nu eenmaal aan scherpte. Kwamen we aan contourtekening te kort, zeker niet aan dramatische stuwing en dwingende lijnen in levendige tempi. Zowel de zingende hemelingen als de sprekende stervelingen acteerden er levendig op los. Kortom, een picturale maar wat grove The Flood.

Na de pauze klonk Luigi Nono's niet ten onrechte meest bekende compositie en tevens een der hoogtepunten uit de serialiteit: Il Canto sospeso uit 1956 naar brieven van ter dood veroordeelde verzetsstrijders. Voor het koor, maar ook voor het koper was deze uiterst kwetsbare muziek letterlijk en figuurlijk soms te hoog gegrepen, al kreeg men geleidelijk aan steeds meer greep op het geheel.

Geen problemen stelde de uitvoering van Isang Yuns Derde Vioolconcert uit 1992, waarmee de aanwezige componist veel succes boekte. Zijn Yuns symfonieën en ook het voorgaande vioolconcert nogal massief en breedsprakig uitgevallen, hier pakte dat gelukkig gunstiger uit in één doorlopende cantilene voor vioolsolo, nauwelijks door orkesttutti's onderbroken, licht en luchtig, kamermuzikaal van karakter, en zowaar in het laatste deel met een cadens waarin, zeker tekenend, een demper is voorgeschreven! Bescheiden lyriek in een wisselwerking van solo-viool en houtblazers valt op, later speelt de trompet een rol, ook in het tere middendeel, maar nooit opdringerig, laat staan brutaal. Dat de finale een meer gebruikelijke dramatiek brengt, is hooguit enigszins routineus te noemen. Vera Beths liet de spanning geen moment verslappen en Hans Vonk dirigeerde alsof hij het werk - een première tenslotte - al jaren kent.