Stuk Havel relativeert nobele drijfveren van voormalige dissidenten

Holland Festival. Voorstellingen: De Verzoeking van Vaclav Havel en Don Juan naar Moliere. Door Divadlo Na Zabradli. Regie: Jan Grossman. Gezien: 19 en 21/6, Kleine Komedie, Amsterdam.

Alsof de huidige president van Tsjechoslowakije, de schrijver Vaclav Havel, tijdens zijn gevangenschap aan het begin van de jaren tachtig niet al genoeg zorgen had, brak hij zich ook nog eens het hoofd over zijn eigen morele zuiverheid. Hij verweet zichzelf, dat hij de autoriteiten bij een vorige detentie om strafvermindering had verzocht. Bij nader inzien beschouwde hij die stap als een ongeoorloofde knieval, als collaboratie. Het verlangen naar vrijheid had van hem een Faust gemaakt.

Na zijn vrijlating inspireerde de wroeging Havel tot het schrijven van een toneelstuk met de toepasselijk titel De Verzoeking. Uiteraard laat hij de aanleiding onbesproken en verpakt hij zijn thema in metaforen en (evidente) naamsverbasteringen als Faustka en Fistula (Mefisto). De samenleving heeft hij vervangen door een wetenschappelijk instituut en het marxisme door het daar alles overheersende rationele denken. De dissidente stem blijkt uit de heimelijke hang naar magie en obscurantisme.

Dat die stem toebehoort aan de provocateur Fistula kenmerkt de ruimhartige geest van Havel. Hij neemt ook zijn eigen richting op de hak en verwijst met die keuze naar het halfzachte New Age-denken dat in dissidente kringen nogal opgang gemaakt schijnt te hebben. Met de figuur Dokter Faustka, die het occulte denkt te kunnen aanhangen en tegelijkertijd zijn relatie met de autoriteiten niet wil verstoren, relativeert hij bovendien de nobele drijfveren van de dissident en misschien wel van zichzelf. En dat alles laat hij ook nog eens hardvochtig eindigen met de les, dat halfslachtigheid niet loont in een situatie die keuzen afdwingt. Dokter Faustka gaat jammerlijk ten onder.

Havels naar verluidt in vier dagen geschreven stuk is een bijna mathematisch geheel. Niet alleen is de structuur helder en spiegelbeeldig (tien scenes die afwisselend op het instituut en in een woning spelen), maar ook de tekst zit vol met dergelijke parallellen en herhalingen en met, in de traditie van Havels landgenoten Kafka en Kundera, ad absurdum maar exact in al hun consequenties uitgewerkte gedachten. Het effect is dat de humor vanzelf ontstaat: compromisloosheid zou wel eens de sluitende definitie van humor kunnen zijn.

Het stuk krijgt niet de voorstelling die het verdient. Regisseur Jan Grossman, gevierd in de jaren voor de Praagse lente, werd daarna monddood gemaakt door de autoriteiten. Nu is hij weer aan het werk en de andere voorstelling die het Holland Festival van hem heeft laten zien, Don Juan, een bewerking van Molieres stuk, trekt in Praag volle zalen. Hier tonen beide ensceneringen slechts hoezeer ook de kunst achterop is geraakt in het hermetische kerkhof dat Grossmans vaderland tot voor kort was.

De Verzoeking en Don Juan zijn het produkt van een langdurig gebrek aan artistieke voeding. Grossmans ensceneert fossielen van ooit springlevend en vernieuwend expressionisme. Hij zoekt zijn heil in een aaneenschakeling van belegen coups de theatre (van vallende luchters tot rookgordijnen), van door muziek opgepept pathos en van stoplapperige loopjes. Bovendien lijkt hij met niet-geschoolde acteurs te werken, ze spelen in elk geval slecht en zonder enig muzikaal gevoel. Hun bewegingen en mimiek zijn grof en oneconomisch.

Het is de vraag waarom het Holland Festival het nodig acht dit toneel te laten zien. Waarschijnlijk heeft men het voor een appel en een ei hierheen kunnen halen, maar ik vermoed dat er ook andere motieven een rol hebben gespeeld. Die liggen in de buurt van het schuldgevoel, het medelijden, van de liefdadigheid zelfs en van de misvatting dat barre omstandigheden de artistieke diepgang ten goede komen. Zoiets vaags moet het zijn. De voorstellingen zelf verklaren hun selectie niet.