Straatbeeld hoort ook monument te zijn

Wat is een monument? De wet omschrijft het strikt: een monument is een onroerend goed. Vandaar dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg uit zijn restauratiebudget alleen subsidies mag geven aan gemeenten die daadwerkelijk gebouwen, bruggen, stoomgemalen, lantaarnpalen of andere beschermde monumenten restaureren.

Op het eerste gezicht is dat vanzelfsprekend. Kan men iets anders restaureren of subsidiëren dan concrete, onroerende goederen? Op het tweede gezicht ligt de zaak anders. Neem nu de stad Utrecht. Daar presenteerden Burgemeester en Wethouders op 17 juni een rapport waarin de komst van de bovengronds aangelegde sneltram wordt aangekondigd. B en W willen bij de aanleg terdege rekening houden met het middeleeuwse karakter van de stad, dit op advies van de rijksdienst voor de Monumentenzorg die de sneltram ziet als een goede aanleiding om de historische openbare ruimte te verbeteren. Dit advies gaat gedetailleerd in op de geschiedenis van het Utrechts stedeschoon en raadt B en W aan - voor zover mogelijk - de stad weer te doen aansluiten bij de toestand zoals die vroeger was en de straten en pleinen die de tram doorkruist te ontdoen van allerlei onfraais zoals parkeerplaatsen, verkeerd neergezette tramhaltes en oneigenlijke versieringen.

Aan dat advies valt iets toe te voegen - iets dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg nog niet eerder naar buiten heeft gebracht, en dat haaks lijkt te staan op de Monumentenwet. In deze toelichting richt de Rijksdienst zich niet tot B en W van Utrecht, maar tot de wetgever, en de toevoeging luidt: geachte wetgever, maak het ons mogelijk niet alleen de restauratie van gebouwen, maar ook die straatbeelden in Utrecht en elders geldelijk te ondersteunen. Met andere woorden: kijk nog eens naar de wet, en dan in het bijzonder naar de passage waarin staat dat beschermde stadsgezichten zoals Utrecht mede beschermd zijn om “hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang”. Biedt deze passage, gebaseerd op het inzicht dat monumenten alleen tot hun recht komen in een zinvol geordende ruimte, niet de mogelijkheid Utrecht te subsidiëren als om van het volgeparkeerde Neude weer de plezierige ruimte te maken die dat plein ooit was. Of als zij van het verknipte Janskerkhof, één van de mooste pleinen van Nederland, weer een geheel wil maken, en als zij de Lange Jansstraat wil ontdoen van allerlei modernismen die er niet thuishoren?

Niet dat de stad Utrecht daar zelf niet al geld voor uittrekt - dat doet die stad zeker. Maar B en W en zelfs de uitstekende gemeentelijke dienst Monumentenzorg van Utrecht hebben voor een planvorming en planuitvoering die degelijk historisch zijn onderbouwd, extra steun nodig. Het zou mooi zijn als de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in staat wordt gesteld aan zijn degelijke adviezen op dat terrein enige geldelijke steun te koppelen. Want goede raad mag dan duur zijn, hij klinkt soms uiterst goedkoop als er bij de vis in het geheel geen boter mag worden verstrekt omdat de Monumentenwet dat niet toestaat.