"Scherp' favoriet woord tijdens kneuterige voetbalavond

H. Vonhoff, commissaris van de koningin in Groningen, klaagde onlangs dat het NOS-Journaal zelden over gebeurtenissen in zijn regio berichtte, terwijl in de Randstad equivalente evenementen wèl op een bezoek van de NOS-rubriek konden rekenen. Het Journaal had de halve EK-finale van gisteravond uitgekozen om Vonhoff tegemoet te komen. Maar liefst drie cameraploegen rukten naar de provincie uit. Eén maakte het "sfeerverslag' in de straten van de stad Groningen, een andere registreerde de gemoederen bij studentensociëteit Vindicat en een derde legde in huize Vonhoff vast hoe de commissaris zich bij een Oranje-doelpunt met zijn gezin moeiteloos uit de bank verhief.

De voetbalavond op het derde net had een hoog kneuterigheidsgehalte; het leek wel of het gestuntel op het veld zich aan de spreekstalmeesters meedeelde. “Het is onvoorstelbaar wat hier gebeurt”, riep de commentator in de tweede helft vertwijfeld uit. Hij bepleitte het begaan van nòg meer overtredingen om de opmars van Denemarken te stuiten: “Die Denen schuwen tenminste niet af en toe te laten voelen dat ze er zijn.” Andermaal memoreerde de commentator lengte en gewicht van de Deense keeper, teneinde de kracht van een aanvaring van Schmeichel met een Deense verdediger te beklemtonen. “Dat levert minstens een dubbele hernia op”, constateerde hij plastisch. Toen er weer een brancard het veld op kwam, werd aan een populaire tv-serie herinnerd: “Het is hier net Mash geworden.”Er zou eens moeten worden nagegaan wie voor het eerst het woord "scherp' in verband met sportieve prestaties bezigde. Ik bedoel hier niet het al veel oudere: “We staan op scherp”, maar "scherp' als een aanduiding van snel, listig en gretig. Het "scherp'-gebruik is al enige tijd schering en inslag bij sporters zowel als coaches en sportverslaggevers. Richard Witsche: “De Denen waren een stuk scherper.” Van Breukelen: Er werd te hard, te scherp ingeschoten.” Kees Jansma tot Rinus Michels: “Hoe kan op dit niveau een ploeg niet scherp zijn?” Michels hulde zich in de gebruikelijke gemeenplaatsen, maar zijn antwoord had moeten zijn: het Nederlandse team was gewoon te bot, op dit niveau.