Junk zag skinheads komen met knuppels

ROTTERDAM, 23 JUNI. Een Surinaamse jongen in de junkie-opvangloods “perron nul” hakt poeder fijn met een fruitmesje. Hij heeft voor zijn leven gehold, zegt hij, wild gebarend met het mesje. “Ik dacht eerst dat het skinheads waren. Ze hadden honkbalknuppels bij zich.” Hij zegt gezien te hebben hoe een groepje blanke mannen een Marokkaan in elkaar sloeg.

Een jongen in de Rotterdamse Pauluskerk, een opvangruimte voor verslaafden, glimlacht. Hij stond bij een tramhalte te wachten toen groepjes jongemannen met hun riemen en met stokken op de junkies voor het Centraal station insloegen. Nee, hem werd niets gedaan want hij zag er niet als een gebruiker uit.

Coby, een andere verslaafde, trekt haar mouw op en laat een brede snee van ongeveer acht centimeter zien waar de verse hechtingen uitsteken. “Ik was in de buurt van de Binnenweg aan het bedelen toen ik allemaal jonge Surinamers zag en blauwe busjes met ME'ers.” Volgens haar gooide op een gegeven ogenblik een jongen een steen door een winkelruit. “Iedereen graaide in de etalage en ik dacht: waarom zou ik ook niet. De jongen met wie ik was, namen ze met z'n vijven naar een steegje en daar tuigden ze hem af.” Een ander duwde haar naar haar zeggen de kapotte etalage in. Toen zij er uit kroop, zo vertelt zij, sloeg en trapte hij haar. “Hij deed me handboeien aan en sleurde me een auto in.” Daarna werd zij naar het politiebureau gebracht.

De herbergier van "Perron 0' schudt het hoofd. Gisteravond was “perron nul' gesloten. “Of je de verhalen van onze gasten allemaal moet geloven? Ze vertellen zoveel meneer. Dat moet u de mariniers zelf vragen.”

Ds. H. Visser, initiatiefnemer van "Perron 0', die zelf niet bij de rellen aanwezig was, vertelt dat de opvangruimte voor drugsverslaafden achter het station, elke avond om elf uur sluit. Ongeveer 40 van de 150 tot 200 verslaafden die het centrum tussen elf 's ochtends en elf 's avonds bezoeken, verplaatsen zich dan naar de voorkant van het station. Dit zijn voornamelijk verslaafden die nog niet haar huis gaan of dakloos zijn. Volgens Visser was de agressie van de mariniers tegen deze groep gericht.

“Natuurlijk geeft onze groep op het station overlast”, zegt Visser. “Meestal wordt het opgeklopt als een probleem. Natuurlijk, een drugsverslaafde zal eens aan een reiziger vragen of hij een kwartje of een gulden kan krijgen, er wordt wel eens gebedeld, er wordt wel eens wat afgepikt.”