Einde vrouwenstrijd nog lang niet in zicht

Sekse op kantoor. Over vrouwelijkheid, mannelijkheid en macht, Nederland 1860-1940. Auteur: Francisca de Haan. Verloren, Hilversum, 1992. 485 blz. Prijs ƒ 59. ISBN 90-6550-404-4

'Wie komt er over 't algemeen wat later op kantoor Als een ander reeds met werken is begonnen Wie smoest er met een vriendin nog wat op de corridor Waar de grofste leugens dikwijls worden verzonnen Wie staat er in 't toilet, hanteert 't dons heel net En smeert zich op de lippen van dat vieze rode vet'

De meeste vrouwen die in 1931 op het hoofdkantoor van Philips werkten, kenden het hatelijke liedje (op de wijs van De Kleine Man van Louis Davids) uit hun hoofd. De mannelijke collega's hadden in het geniep de tekst vastgelijmd op de deuren van de damestoiletten. Het liedje loog er niet om; vrouwen kwamen te laat op het werk, stonden aan het eind van de werkdag als eerste weer buiten en hielden met hun oogverblindende charmes de directeuren van het werk.

Terwijl de vooruitzichten 56 jaar daarvóór nog zo veelbelovend waren. In 1874 was daar ineens de typemachine. Ook wel "de koevoet' of het Paard van Troje genoemd. Voor vrouwen hèt middel om in het bastion van de mannen, het kantoor, door te dringen. Het werk was licht, schoon, prettig en bood mogelijkheden om zelfstandig te worden. Mannen hadden andere denkbeelden over de vrouw op het kantoor. Werken met een typemachine had veel weg van pianospelen, meisjes uit de middenklasse konden allemaal goed pianospelen en dus werd typen automatisch vrouwenwerk.

Ergens is het mis gegaan, meent Francisca de Haan. Aanstaande donderdag promoveert ze aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam op haar proefschrift "Sekse op kantoor' (uitgeverij Verloren, Hilversum). Gedurende vier jaar deed ze onderzoek naar vrouwen op kantoor. Ze bestudeerde de periode tussen 1860 en 1940. De laatste twintig jaar typeert ze als de meest conservatieve periode. Vrouwen moesten vechten voor hun positie op kantoor. Voor een deel was de economische recessie daar debet aan. Vrouwen zouden het brood uit de mond van de mannelijke kostwinnaar en zijn gezin stoten.

Maar de crisis was niet de enige boosdoener. Vrouwen moesten opboksen tegen veel vooroordelen: hun hersenen hebben een kleinere omvang hadden en arbeid tast het voortplantingsvermogen aan. Ook het toenmalige kabinet liet zich niet onbetuigd. Er kwamen maatregelen die zich direct tegen werkende vrouwen keerden. In het particuliere bedrijfsleven bleef de stelregel nog lange tijd van kracht; een vrouw die trouwde, moest het kantoor verlaten.

Van de kant van de vakbeweging hoefden de vrouwelijke kantoorbedienden ook weinig steun te verwachten. De vakbeweging was er voor en door mannen. Het hoofdbestuur van de vakbond Mercurius trad af toen de bond werd opengesteld voor vrouwen. Maar zelfs na die tijd dachten de bonden niet aan speciek beleid voor vrouwen. Ook veel vrouwelijke kantoorbedienden bleven volhouden dat “een vakbond alleen voor mannen was”. Vaak wisten ze niet eens van het bestaan van de mogelijkheid om lid te worden af.

Naast de vrouwenbeweging speelde het opleidingsinstituut voor secretaresses Schoevers een belangrijke rol bij de emancipatie van vrouwelijke kantoorbedienden. Eindelijk konden, in de jaren twintig, de jonge vrouwen uit de betere klasse een beroepsopleiding volgen. Op Schoevers leerde je met machines en andere "moeilijke apparaten' werken. En wie naar Schoevers wilde, moest een goede vooropleiding hebben genoten.

Instituut Schoevers droeg bij aan de introductie van het beeld van "de moderne vrouw'. Ze was economisch onafhankelijk, droeg jurken tot aan de knie en flaneerde op cocktailparty's waar ze tot 's avonds laat op opzwepende jazzmuziek danste. In haar ene hand een sigaret, in de andere de sleutels van haar auto - gekocht van het zelf verdiende geld plus dat van papa. Want een secretaresse kreeg nog altijd minder betaald dan haar mannelijke collega op de administratie.

De Schoevers-secretaresse spiegelde zich aan glamour à la Hollywood. De premiere van de Amerikaanse film "Wife vs. secretary' in 1936 werd in Nederland voorafgegaan door ratelende typemachines in Tuschinsky. In verschillende delen van het land werden type- en stenowedstrijden georganiseerd in de bioscopen. Veel meisjes probeerden aanspraak te maken op bij voorbeeld de titel "Beste typiste van Arnhem'.

Nu hadden Hollywood-secretaresses uit die tijd één ding gemeen; ze waren vreselijk heteroseksueel. Dat etiket kregen vrouwelijke kantoorbedienden in Nederland ook opgeplakt, en dat leidde tot veelal ongewenste, maar soms ook gewenste intimiteiten in bedrijven. “Bijna iedere directeur had een verhouding met zijn secretaresse, of die van een ander”, zegt een respondente die jarenlang bij Unilever werkte. “Je kunt niet spreken van ongewenst! Maar uiteindelijk was de secretaresse toch haar baan kwijt.” Om snel toe te voegen dat het voorbeeld niet op haar persoonlijk van toepassing was.

Hoe vervelend mannelijke chefs zich ook konden gedragen, een vrouwelijke chef werd vaak als een ramp beschouwd. Personeel beoordeelde het gezag van een man met meer tolerantie. Chefs waren nu eenmaal mannen en de weinige vrouwelijke chefs die er waren, hadden altijd een man boven zich.

Wie nu op de kantoren rondkijkt, ziet dat er niet veel is veranderd. Directie-secretaresse is vaak de hoogste functie die een vrouwelijke kantoorbediende kan bereiken. Vrouwen krijgen minder betaald dan mannen in gelijkwaardige functies. In hogere leidinggevende banen zijn nauwelijks vrouwen te vinden. De Haan: “Af en toe zijn er kansen voor de secretaresse die carrière wil maken. In sommige gevallen worden bedrijfstrainingen voor haar opengesteld. Maar de machtsstrijd is nog niet afgelopen. Het einde van de vrouwenstrijd is nog lang niet in zicht.”

Veertig jaar na dato biedt het refrein dat de mannen van Philips zongen, nog voldoende herkenningspunten. “Dat is de kleine vrouw, die hele kleine vrouw Die als ze maar verstandig was van 't kantoor verdwijnen zou De vrouw die bij de pot hoort en ook bij 't wiegetouw De geëmancipeerde dan vereerde huiselijke vrouw!!”