Een volk van slaapwandelaars

Eén van de tekenen die erop wijzen dat Nederland uit zijn veertig jaar lange Europese slaapwandeling begint te ontwaken, is de oproep van 41 min en meer bekende Nederlanders het verdrag van Maastricht te onderwerpen aan een raadgevend referendum. Je hoeft geen voorstander van het referendum te zijn om het beschamend te vinden dat het de Denen zijn geweest die, met hun neen tegen Maastricht, die mensen hebben wakker gemaakt.

Want ik kan me niet herinneren dat, op een enkele uitzondering (zoals Maarten Mourik) na, één van die 41 ooit daarvóór zich, hetzij voor hetzij tegen, uitgelaten heeft over de stelling die de opeenvolgende Nederlandse regeringen veertig jaar lang hebben verdedigd: dat een supranationaal of federaal verenigd Europa in het belang van Nederland is. Wat dat betreft, hebben ook die 41 geslaapwandeld.

Maar zij zijn niet de enigen. Nooit is Europa in Nederland onderwerp geweest van een volwassen politiek of intellectueel debat. De meeste Nederlanders hebben de Europese eenheid aanvaard als iets dat, in algemene zin, goed was maar hen nauwelijks raakte, zoals ze ook ontwikkelingshulp aanvaardden als iets goeds, waar je verder geen vragen over stelt. We zijn in diepste wezen een onpolitiek volk.

Daarom gaat het niet aan, de politici te verwijten dat zij nagelaten hebben het volk over Europa in te lichten. De politici zijn een weerspiegeling van ons volk, en wanneer er over Europa gedebatteerd wordt in een vrijwel lege Tweede Kamer - zoals twee weken geleden opnieuw is gebeurd - dan komt dat doordat het volk zich er niet voor interesseert.

Daarbij komt dat het debat over Europa van het begin af aan vrijwel gemonopoliseerd is geweest door gelovigen, dat wil zeggen: mensen die bij voorbaat in de eenheid van Europa geloofden. Wie daaromtrent vragen had, werd meteen verketterd. Gelovigen, immers, stellen geen vragen. Dat was natuurlijk niet bevorderlijk voor een intellectuele gedachtenwisseling, maar ja, we zijn in diepste wezen een moralistisch volk (wat nog niet wil zeggen: moreel volk).

Maar na Maastricht - of, liever gezegd, na het Deense neen - begint de zaak enigszins te kenteren. Er komt een debat op gang - niet zozeer over de voor- en nadelen van Maastricht (daarvoor is het in die stad gesloten verdrag veel te ingewikkeld en technisch), maar over de voor- en nadelen voor Nederland van een Europa dat ook op politiek gebied supranationaal of federaal is (waartoe Maastricht slechts een zeer bescheiden stap is). Een debat dat veertig jaar te laat komt. Maar beter laat dan nooit.

De discussie die woensdagavond in de Leidse Stadsgehoorzaal gehouden werd, is een ander teken van dat langzame ontwaken. Hier spraken Bolkestein (VVD), Wöltgens (PvdA) en Penders (CDA) over de vraag: “Hebben de Denen gelijk?” (Ook alweer een bewijs dat we door de Denen wakker gemaakt moesten worden). Ze spraken daar voor een volle zaal, die niet, zoals gewoonlijk wanneer Europa het thema is, uitsluitend uit bekeerden bestond.

Eigenlijk had daar ook het GPV vertegenwoordigd moeten zijn geweest, want dat is de enige partij die nooit aan de collectieve slaapwandeling heeft deelgenomen en altijd zeer besliste reserves ten aanzien van Europa heeft gehad. Dat zou de tegenstellingen scherper hebben gemaakt en daardoor de intellectuele discussie ten goede zijn gekomen.

Maar ook zonder GPV was er in elk geval die tegenstelling tussen de drie heren dat Bolkestein de analyse vooraf deed gaan aan het uitspreken van wenselijkheden - en zijn analyse voerde hem ertoe te zeggen dat de grote mogendheden nooit hun soevereiniteit in zaken van buitenlandse politiek en veiligheid uit handen zouden geven - terwijl de twee anderen, vooral in het begin van de discussie, zich concentreerden op de wenselijkheid van een verenigd Europa.

Een vooruitgang, vergeleken met vroeger jaren, was dat de CDA'er niet langer sprak van het ideaal van het verenigd Europa, maar van de historische noodzakelijkheid ervan. Ik neem aan dat hij, als historicus, zich er wel bewust van is dat in de geschiedenis niet alles wat noodzakelijk was ook inderdaad gebeurd is. Maar het is waar: zonder streven gebeurt er nooit iets.

Bolkestein, het is al bekend, trekt sinds kort een lijn tussen het economisch en het politiek verenigde Europa. Wat het eerste betreft, aanvaardt hij supranationale of federale besluitvorming, wat het tweede betreft niet (onder andere op grond van zijn analyse). Hij zou dus Maastricht kunnen aanvaarden (wat hij waarschijnlijk ook wel zal doen), omdat, zoals gezegd, Maastricht de nationale zeggenschappen op het gebied van veiligheid en buitenlandse politiek vrijwel onaangetast laat.

Toch is het de vraag of die lijn wel zo scherp te trekken valt. Neem de Europese Monetaire Unie (die Bolkestein aanvaardt). Is het denkbaar dat een land als Italië op de vastgestelde termijn zal voldoen aan de stringente voorwaarden die in Maastricht voor toetreding tot die unie zijn vastgesteld en, zo neen, is het denkbaar dat Italië, dat tot de G-7 behoort, buiten die unie gelaten zal worden?

Als we zien hoe al acht jaar lang gedoogd wordt dat Italië, evenals trouwens Spanje en Griekenland, de afspraken over de melkproduktie aan zijn laars lapt, ja, zelfs helemaal geen melkquotering heeft ingevoerd, terwijl de brave Nederlandse melkveehouders over die periode 800 miljoen gulden wegens overproduktie betaalden, moeten we vrezen dat hier politieke motieven de doorslag zullen geven en Italië, hoe bankroet en corrupt ook, lid van de EMU zal worden.

Maar dan moeten we ook vrezen dat de EMU, het enig werkelijk belangrijke resultaat van Maastricht, nooit de EMU zal zijn waarvan velen nu nog in hun naïviteit dromen. Als die vrees gerechtigd is, dan weten we dat ook hier - in zo'n schijnbaar onpolitieke zaak als een monetaire unie - de politiek beslist en wel in de richting van een Europa der, zeer verschillende, staten.

Met zulke vragen zou de discussie over Europa al dadelijk het concrete karakter krijgen dat ze tot dusver te zeer heeft gemist. Laten we hopen dat het - op zichzelf welkome - Ierse ja de goegemeente niet weer in ongeïnteresseerdheid zal doen vervallen, maar dat de discussie voortgang zal vinden - met de deskundigen en apparatsjiks ditmaal als luisteraars in plaats van als woordvoerders.