De leeuw van Milaan

Waarom onthou je bepaalde kleinigheden? Mijn eerste herinnering aan de onlangs op 86-jarige leeftijd overleden voetbalkeeper Leo Halle dateert van een avond omstreeks 1930.

Aan het handje van mijn vader mocht ik mee naar een lichtwedstrijd tussen een Haagse combinatie en het Deventer Go-Ahead. Hoewel die naam vooral in voorwaartse richting wees, was de laatste man van dat elftal de prominentste: Leo Halle. Een forse man, met zeer brede schouders en een indrukwekkende tors. Hij droeg meestal een bruingrijze pet en die avond nam hij dat hoofddeksel af, keek achterom naar de derde rang waar wij stonden en riep “lekker weertje vanavond”. De wedstrijd moest nog beginnen, maar Leo Halle had zich reeds een plek in mijn jongenshart veroverd. Nooit had een befaamde voetballer mij op de kwaliteit van het weer gewezen; eerder niet en later evenmin. Dit moest wel een aardige man zijn.

Dat was Halle ook. Befaamd en joviaal tegelijk. Hij had toen al een glorieus debuut in de Oranje-ploeg achter de rug, want op 2 december 1928 had hij de eretitel "Leeuw van Milaan' gekregen, toen hij het doel van het Nederlands elftal met moed, beleid en trouw had verdedigd tegen een veel beter voetballende Italiaanse nationale ploeg, die Halle cum suis slechts met 3-2 bedwong. Daarmee was zijn naam weliswaar gemaakt, maar het zou tot 1934 duren eer hij weer bij Oranje onder de lat kwam te staan. Halles pech was de aanwezigheid van Gejus van der Meulen, die het tot 54 interlands bracht en dan ook een voortreffelijk doelverdediger was. Maar in '34 trok deze Haarlemmer zich terug en toen kwam Halles kans, zij het dat ook de Feyenoorder Adri van Male meedeed in de race. Daardoor kwam de man uit Deventer niet verder dan vijftien interlands, waarbij ook een langdurige ziekte een rol speelde.

Voor zijn club Go Ahead bleef Halle nog lang een bepalende, populaire speler, die nooit ergens anders heeft gevoetbald. Ook zijn broer Jan (een half-aanvallende spil van klasse) had iets markants in zijn optreden. Leo en Jan waren stoere, rondborstige spelers. Technisch en tactisch waren Göbel en Van der Meulen van een hogere klasse, aldus ingenieur Ad van Emmenes, die hen allen heeft meegemaakt, “maar daar staat tegenover dat zijn intuïtie en bravoure Leo Halle door de moeilijkste situaties heen hielpen”. Halles grootste teleurstelling speelde zich af in 1934, toen Van der Meulen voor het nationale elftal had bedankt en hij moet hebben gerekend op een basisplaats tijdens de eindronden van het wereldkampioenschap in Italië. Dat die serie tot slechts een enkele wedstrijd beperkt zou blijven, kon hij in de aanloop naar dat toernooi nog niet weten. Helaas had de toenmalige keuze-commissie niet voldoende vertrouwen in Halle en evenmin in Van Male, zodat die beiden moesten wijken voor een klemmend beroep van de keuze-commissie op Van der Meulen. Deze kinderarts liet zijn al of niet meedoen afhangen van de gezondheidstoestand van zijn patiënten en toen daar geen riskante gevallen bij waren, toog hij alsnog naar Italië, waar hij drie onhoudbare ballen doorliet en met de ploeg huiswaarts toog.

Gelukkig hebben noch Van Male noch Halle toen de kont tegen de krib gegooid en zijn zij voortgegaan met hun verdienstelijke sportcarrière. Onlangs overleed Van Male; nu stierf, hoogbejaard, Leo Halle. Het waren amateurs in een tijd van amateurs. Keepers hebben het vaak in zich hun karakteristieke kwaliteiten te demonstreren. Minder dan veldspelers hebben zij hinder van een keurslijf. Van Leo Halle mag zeker worden gezegd dat hij zijn stoere, rechttoe-rechtaan-persoonlijkheid heeft uitgeleefd op de velden. Oranje heeft daar te weinig van geprofiteerd, maar Go Ahead volop.