Corruptie tast gezag Australische politici aan

WELLINGTON, 23 JUNI. Het vertrouwen van de Australiërs in hun politici is de afgelopen maanden door een reeks opzienbarende corruptie-affaires gedaald tot een dieptepunt: volgens een recent opinie-onderzoek geniet de politieke klasse nog slechts het vertrouwen van tien procent van de burgers.

Het jongste omkoopschandaal betreft een zaak waarbij Nick Greiner, de conservatieve regeringsleider van de staat Nieuw-Zuid Wales, is betrokken. Greiner is uitgerekend de man die in 1988 een uitgebreide anti-corruptie campagne voerde. Vier jaar later blijkt hij zelf schuldig aan de praktijken waartegen hij in de campagne zo enthousiast predikte.

Greiner raakte vorige maand in opspraak, toen een politieke tegenstander, Terry Metherall, plotseling als parlementslid aftrad en een baan aanvaardde als hooggeplaatste ambtenaar. Het bleek dat Greiner hem die functie had aangeboden nadat Metherall zich fel had uitgelaten tegen een wetsontwerp dat het kappen van oerbos in de staat mogelijk maakte. Kort daarop steunde Metherall die omstreden wet verrassend bij een stemming in het parlement.

Een onafhankelijke anti-corruptiecommissie betichtte de premier er naderhand van “corrupt gehandeld te hebben, zonder dat noodzakelijkerwijze op het moment te hebben gerealiseerd”.

“Ik geloof niet dat de Greiner-affaire politieke gevolgen op federaal niveau zal hebben”, verklaarde de Australische premier Paul Keating gisteren in een reactie op het schandaal om Greiner. Elders zou een Labor-premier geneigd zijn politieke munt te slaan uit een corruputielast van een conservatieve rivaal. Zo niet in Australië. In dat land nemen politici aan beide kanten van het politieke spectrum het niet nauw met een ethische benadering van hun vak.

Greiner is al de derde staatspremier die de laatste twaalf maanden in opspraak is geraakt. Vorige week werd de voormalige Labor-premier van de staat West-Australië, Brian Burke, gearresteerd wegens misbruik van gemeenschapsgelden. Burke, die in 1989 als premier aftrad en daarna benoemd werd als ambassadeur in Ierland, wordt ervan verdacht 25.000 gulden overheidsgeld te hebben gebruikt voor privé-vliegtickets, maaltijden en hotels. Burke ontkent de aantijging en is op borgtocht vrijgelaten.

Op hetzelfde moment dat Burke voor de rechter verscheen, maakte zijn eveneens afgetreden vice-premier, David Parker, voor een andere rechter in hetzelfde gerechtsgebouw zijn opwachting om een aanklacht van diefstal van 80.000 gulden uit een verkiezingsfonds te verantwoorden. Die zaak zal in november verder dienen.

De aanklachten tegen Burke en Parker staan los van het huidige openbare onderzoek naar omkopingspraktijken in de staat in de jaren tachtig. Burke en Parker waren de leiders van een regering die nauwe banden aanging met het bedrijfsleven, om zo de grote delfstofvoorraden van de grootste staat van het land te ontwikkelen.

Onder de naam WA Inc. investeerde de staat op grote schaal in ontwikkelingsprojecten in de petrochemische industrie, onroerend goed projectontwikkeling, en goud- en diamantmijnen. Door die projecten, waarbij ook de inmiddels in de gevangenis verblijvende failliette bier- en mijnmagnaat Alan Bond was betrokken, verloren de belastingbetalers miljarden. Dit was deels een gevolg van de beurskrach van 1987. Het verlies komt wellicht tevens op het conto van wat eufemistisch ”slecht politiek management' heet, maar wat realistischer als corruptie kan worden bestempeld.

De openbare onderzoekscommissie trof materiaal aan waaruit bleek dat Burke tal van door het bedrijfsleven aan de partij gegeven miljoenen nooit officieel aangaf, maar gebruikte voor een geheim fonds. Burke zou ook partijgeld hebben gebruikt voor handel in zeldzame munten en postzegels en voor speculatie op de geldmarkten. Een broer van Burke incasseerde bovendien bijna een miljard gulden door een regeling waarbij hij een kwart van de door hem voor de partij geworven financiële bijdragen in eigen zak mocht steken.

Burke is de tweede ex-premier die binnen een jaar voor de rechter moet verschijnen. Vorig jaar werd de voormalige conservatieve regeringsleider van Queensland, Sir Johannes Bjelke Petersen, na een proces vrijgesproken. Een jury, voorgezeten door een jonge partijgenoot van Bjelke Petersen, achtte corruptie niet bewezen. Vier van zijn ministers waren mindere fortuinlijk. Zij belandden wegens corruptie achter de tralies.

Machtsmisbruik komt ook op federaal niveau voor. Vorige maand werd transportminister Graham Richardson gedwongen af te treden, nadat duidelijk was geworden dat hij zijn persoonlijke invloed bij de president van de Marshall Eilanden had gebruikt om de vrijheid te bepleiten van een achterneef, die daar werd beschuldigd van fraude.

Eerder had Richardson zijn neef, op ministerieel briefpapier, een fraaie referentie gegeven, ondanks diens door talrijke moeilijkheden gekenmerkte zakenleven. Richardson ontkende fout te hebben gehandeld en kreeg verrassend veel bijval van andere politici die meenden dat het gerechtvaardigd is om politieke macht te gebruiken bij het helpen van vrienden, partij-medewerkers en inwoners van hun kiesdistricten.