Code van "politiek fatsoen' kan averechts werken

Als het om de omgang met rechtsradicale partijen gaat, vertonen politici in Westeuropese landen een zekere hulpeloosheid. Tegen het cynische populisme van mensen als Le Pen, Janmaat, Dewinter, Schönhuber en Haider, en tegen hun exploitatie van onlustgevoelens, achten velen van hen zich niet opgewassen.

Ook de oproep afgelopen zaterdag van de politiek leider van Groen Links, Ria Beckers, op een partijbijeenkomst in Utrecht, is een uiting van onmacht. Zij pleit voor een “strategie” om extreem-rechts “de wind uit de zeilen te nemen”. Zij wil die strategie uitvoeren met de vijf grotere partijen, CDA, PvdA, VVD, D66 en Groen Links, die een “code van politiek fatsoen” dienen af te spreken over de wijze van omgang met extreem-rechtse partijen.

Normale politieke middelen werken in dit geval blijkbaar in haar ogen niet. Hoe haar strategie eruit zou moeten zien, liet mevrouw Beckers in het ongewisse. Wèl gaf zij aan hoe het niet moet, door VVD-leider Bolkestein bestraffend toe te spreken over diens uitlatingen over polygamie, de islam en criminele allochtonen. Volgens haar spelen Bolkesteins opmerkingen in op “vooroordelen die een politicus niet mag aanwakkeren”.

Uit deze uitleg blijkt dat de strategie die Beckers voor ogen zweeft vooral een negatieve is, voornamelijk gericht op wat men niet mag doen, niet mag zeggen. De achterliggende gedachte, die men de afgelopen jaren in Nederland weer vaker hoort uitspreken, is dat het aan de orde stellen van negatieve aspecten van de groeiende stroom asielzoekers en de aanwezigheid van grote aantallen andere allochtonen de centrum-democraten in de kaart speelt, doordat men die partij daarmee als het ware salonfähig maakt. In de trant van: als Bolkestein het mag zeggen, mag Janmaat het ook.

De consequentie van Beckers' pleidooi voor een code van politiek fatsoen is dan ook dat de strategie die de politici de afgelopen jaren stilzwijgend hebben gevolgd, namelijk Janmaat zoveel mogelijk negeren en doodzwijgen, daarmee officieel zou worden. Het zou een vastlegging zijn van de opvatting dat praten over zowel de centrum-democraten zelf, als over de thema's waar zij op hameren, uiterst rechts in de kaart speelt. Wie die gedachte aanhangt, zal dus verder moeten zwijgen.

Het vervelende is dat die tactiek nu juist ineffectief is gebleken. In de opiniepeilingen is Janmaats partij inmiddels van één naar vier zetels is opgeschoven. En Maurice de Hondt van het bureau InterView heeft al verscheidene keren aangegeven dat rechtsradicale partijen in peilingen structureel lager scoren dan bij verkiezingen, doordat mensen ook tegenover anonieme enquêteurs liever niet bekennen dat zij hun stem op dergelijke groeperingen uitbrengen.

Dus moet de lastige vraag worden gesteld waarom nu juist een uitspraak over bijvoorbeeld criminaliteit onder allochtonen Janmaat in de kaart speelt. Met evenveel recht zou men kunnen beweren dat een uitspraak die criminaliteit onder allochtonen vergoelijkt, mensen in de armen van Janmaat jaagt. Die opvatting is even onbewijsbaar. Wat zou Janmaat meer in de kaart spelen: Bolkesteins inderdaad op gebrekkig onderzoek berustende uitspraak over gezinshereniging van tweede en derde vrouwen van islamitische mannen, of het feit dat mensen uit de lagere inkomensgroepen in veel gevallen geen fatsoenlijke woonruimte kunnen krijgen of in wijken moeten wonen met veel allochtonen, waar zij zich niet veilig voelen? Het laatste is het waarschijnlijkst, ook al heeft de uitlating van de VVD-leider een hoog borreltafel-gehalte.

Het schrijnende aan dat alles is dat asielzoekers en allochtonen in feite de schuld krijgen van een falend of gebrekkig overheidsbeleid, dat niet in staat is gebleken een evenwichtige situatie in vooral de armere wijken van grote steden in stand te houden of te brengen. Men kan begrip voor die overheden hebben, omdat niemand de omvang van de huidige stroom had kunnen schatten. Maar het paradoxale is dat Ria Beckers - ongetwijfeld met edele bedoelingen - met haar fatsoensstrategie in de praktijk het zicht op die verantwoordelijkheid van de autoriteiten eerder verder belemmert, dan dat zij deze blootlegt.

In de afgelopen periode waarin over Janmaat werd gezwegen, zijn woorden werden genegeerd, collega-Kamerleden hem niet groetten, hem weerden uit commissievergaderingen en hij praktisch als een melaatse werd behandeld, is zijn aanhang blijven groeien. Daarbij mag niet worden vergeten dat Janmaat zelf weliswaar een agressief en uiterst cynisch politicus is, met een verdachte wereldbeschouwing, maar dat het merendeel van de mensen dat op hem stemt tamelijk doorsnee mensen zijn, die zich echter misleid, miskend en ook bedreigd voelen door de grote partijen en door de maatschappij. Begrip voor hun denken, vooral voor de oorzaken ervan, is wellicht veel effectiever dan het doodzwijgen ervan; juist dat kan hen doen verharden en doen radicaliseren. Men moet ze eerder benaderen dan isoleren.

Janmaats aanhang is gegroeid ondanks het feit dat het grote publiek zijn uitspraken nauwelijks kan waarnemen, want hij wordt buiten bereik van camera's en microfoons gehouden. Mensen die zijn partijbijeenkomsten bezoeken, de partijblaadjes lezen, horen wel wat hij te zeggen heeft. Zij vernemen echter niet de tegenwerpingen, omdat niemand tot nu toe de moeite heeft genomen tegen Janmaat te argumenteren. Behalve inderdaad Bolkestein, met wat vallen en opstaan, maar gezien het feit dat de doodzwijg-methode blijkbaar niet werkt, zouden de andere partijen hem beter kunnen bijspringen dan de suggestie van Ria Beckers te volgen en Bolkestein in feite te blokkeren.

Er is daarom, maar ook om meer principiële redenen, geen enkele aanleiding om de problemen rondom buitenlanders buiten de politiek te houden, hetgeen de consequentie zou zijn van Beckers' voorstel om één lijn af te spreken. Mevrouw Beckers kan gelijk hebben met haar prognose dat het minderhedenthema in de komende verkiezingen een belangrijke rol zal spelen. De politici zij daarbij veel wijsheid en creativiteit toegewenst in een normaal politiek debat dat daarover dan moet worden gevoerd.

Juist als het een zo belangrijk thema wordt, mag men het niet ontpolitiseren om daarmee de indruk van schijnconsensus te wekken. Janmaat kan daar alleen maar beter van worden. Bovendien is ook enig vertrouwen in de lange traditie van tolerantie tegenover minderheden bij het Nederlandse volk niet overdreven.

Begrip voor de oorzaken van hun denken is effectiever dan het doodzwijgen ervan

Foto: Bijeenkomst van Centrumdemocraten. (Foto NRC Handelsblad/Leo van Velzen)